Maasziekenhuis Pantein receptie
  1. Home
  2. Behandeling & onderzoek
  3. Borstsparende operatie bij borstkanker
Patiëntenfolder

Borstsparende operatie bij borstkanker

In overleg met uw behandelend arts heeft u besloten om een borstsparende operatie te ondergaan ter behandeling van een tumor in uw borst. Het doel van de operatie is om het tumorweefsel uit de borst weg te halen. In deze folder leest u alles over de voorbereiding, de operatie en de nazorg.

Borstsparende operatie

Bij een borstsparende operatie wordt de tumor en een ruime hoeveelheid omringend gezond weefsel verwijderd. Na een borstsparende operatie volgt altijd bestraling van de borst om mogelijk achtergebleven kankercellen te vernietigen. Het vanzelfsprekende voordeel van de borstsparende behandeling is dat de borst behouden blijft. De vorm en kleur van de borst zullen door de intensieve behandeling wel enige verandering vertonen, in vergelijking met de andere borst.

Belangrijk om te weten:

Soms vindt de patholoog, die het weefsel onderzoekt, dat niet al het tumorweefsel is verwijderd. Er volgt dan een tweede operatie.

Na een borstsparende operatie in verband met kwaadaardig weefsel volgt altijd een bestraling om mogelijke achtergebleven cellen te vernietigen.

Locatie van de tumor

Voordat de operatie plaatsvindt, is het belangrijk om heel precies de plaats van de tumor vast te stellen. Met echoscopie of röntgen brengt de radioloog het gebied van de tumor in beeld. Daarna plaatst de radioloog met een naald een klein magnetisch zaadje in de tumor. Dit zaadje is zo groot als een rijstkorrel. U merkt er niets van dat dit zaadje in uw lichaam is geplaatst.

Het bepalen van de locatie van de tumor vindt plaats op de afdeling Radiologie. U krijgt hiervoor een afspraak.

Tijdens de operatie ziet de chirurg met een speciaal detectie apparaat precies waar het magnetisch zaadje zich bevindt. Zo kan de chirurg heel nauwkeurig de plaats van de operatie bepalen.

Voorbereiding op de opname

Welke verdoving?

Een goede verdoving bij een operatie is belangrijk. Een borstsparende operatie vindt altijd plaats onder algehele narcose. Over de wijze van verdoving kunt u meer lezen in de folder ‘Anesthesiologie’ van het Maasziekenhuis. Tijdens het pre-operatief spreekuur ter voorbereiding op de operatie kunt u de verdoving met de anesthesioloog bespreken.

Voorbereiding op de operatie

De anesthesioloog vertelt u vanaf welk tijdstip vóór de operatie u nuchter moet blijven. U mag dan alleen een slokje water drinken. Wij raden u ook aan gedurende 24 uur vóór uw opname geen alcohol te gebruiken en niet te roken, ook niet gedurende de dag van de operatie.

Voor de operatie moet uw huid schoon zijn. Wij verzoeken u voor u naar het ziekenhuis komt te douchen of te baden, uw nagels kort te knippen, eventuele nagellak te verwijderen en geen crème of make-up te gebruiken. Tijdens de ingreep mag u geen lenzen, piercings of sieraden dragen. U kunt wel een bril meenemen, die u tijdens de opname kunt dragen.

Heeft u de dag voor de ingreep griep of koorts? Neemt u dan contact op met het opnamebureau op telefoonnummer 0485-84 57 10. U hoort dan of het nodig is om een nieuwe afspraak te maken.

Volgt u verder de instructies en voorbereidingen op, zoals afgesproken met uw behandeld arts, de anesthesioloog en de informatie-verpleegkundige (zie ook de folder ‘Anesthesiologie’). In de folder ‘Wegwijzer bij opname’ kunt u meer lezen over de opname en de voorbereiding hierop.

Medicatie

De anesthesioloog vertelt u tijdens het pre-operatief spreekuur welke medicijnen u mag gebruiken en met welke u tijdelijk dient te stoppen.

Hoe laat wordt u in het ziekenhuis verwacht?

Om te horen hoe laat u wordt verwacht in het ziekenhuis, neemt u één dag voor de opname contact op met het Opnamebureau. U kunt tussen 14.00 en 16.00 uur bellen naar telefoonnummer 0485-84 57 10.

Is de dag voor de opname een zon- of feestdag, belt u dan op de laatste werkdag hiervoor. Wordt u op een maandag geopereerd, dan belt u dus op vrijdag.

Opname en verblijf in het ziekenhuis

Dag van opname

In het ziekenhuis meldt u zich op het afgesproken tijdstip bij de balie van de verpleegafdeling. Een verpleegkundige wijst u uw kamer en bed. Zij voert met u het opnamegesprek en bereidt u verder voor op de operatie. Ook beantwoordt zij mogelijke vragen van u.

Tussen de aankomst op de afdeling en de operatie moet u enige tijd wachten. Wij proberen deze tijd zo kort mogelijk te houden. U zou wat kunnen lezen of televisie kijken. Wij vragen u om de afdeling niet meer te verlaten.
Om trombose te voorkomen, krijgt u tijdens de opname elke avond een injectie met een antistollingsmiddel.

De operatie

Bij een borstsparende operatie wordt de tumor verwijderd samen met een gedeelte van het omliggende gezonde borstweefsel. Dit om er zo zeker mogelijk van te zijn dat er geen kwaadaardige cellen in de borst achterblijven. Bij meer dan de helft van de vrouwen met borstkanker kan tegenwoordig een borstsparende operatie worden uitgevoerd. Het is niet zo dat na een borstsparende operatie de borst er nog net zo uit ziet als voor de operatie. Soms is bijna niets te zien, maar het kan ook zijn dat de geopereerde borst kleiner wordt of dat de borst op de plaats waar het gezwel is weggehaald ingedeukt is. Ook de plaats van de tepel van de geopereerde borst kan veranderd zijn. Dit hangt af van de plaats waar het gezwel is weggenomen. Het gevoel in de borst blijft behouden. Rondom het litteken kan de borst gevoelloos worden. Na verloop van tijd kan de borst rond het litteken door de vorming van littekenweefsel wat verhard aanvoelen.

Na de operatie

Na de operatie wordt u wakker op de uitslaapkamer. U heeft een infuus in uw arm voor het toedienen van vocht en eventueel medicijnen. De wond is verbonden met gaasje.

Een verpleegkundige brengt u terug naar de verpleegafdeling. Daar wordt regelmatig gevraagd hoe u zich voelt en hoeveel pijn u heeft. Ook wordt uw bloeddruk, de wond en het infuus regelmatig gecontroleerd. Als u niet misselijk bent, mag u na de operatie weer eten en drinken. Als het drinken en eten goed gaat, wordt het infuus verwijderd.

Het operatieverband mag 24 uur na de operatie van de wond gehaald worden. Vaak zitten er op de wond zwaluwstaartjes geplakt die zeven dagen blijven zitten. Nadat het verband verwijderd is, mag u douchen. In de dagen na de operatie zult u zich weer vrij snel kunnen verzorgen en vrij bewegen. Bewegen is goed voor het herstel.

De dag na de operatie neemt de mammaverpleegkundige contact met u op om te vragen hoe het met u gaat. Als u nog in het ziekenhuis opgenomen bent, komt de casemanager mammacare bij u langs. Als u al weer thuis bent, dan zal ze telefonisch contact met u opnemen.

De opname duurt meestal één tot twee dagen.

Na de opname

Wanneer neemt u contact op met het ziekenhuis?

In de volgende gevallen dient u contact op te nemen met poli Chirurgie:

  • Bij een nabloeding of wondlekkage;
  • Bij hoge koorts (meer dan 38,5 °C);
  • Bij extreme pijn;
  • Bij roodheid rondom de wond;
  • Bij zwelling van het wondgebied.

Als zich thuis bovenstaande problemen voordoen, neemt u dan contact op met de poli Chirurgie, via telefoonnummer 0485-84 53 35. Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met de Spoedeisende hulp op telefoonnummer 0485-84 53 31.

Adviezen voor thuis

  • Bij pijn mag u paracetamol 500 mg tabletten gebruiken, maximaal 4 keer per dag 2 tabletten.
  • Wees de eerste 4-6 weken voorzichtig met tillen en alle bewegingen en activiteiten die nog pijnlijk zijn.
  • De wond heeft geen speciale verzorging nodig. Als de wond droog is, hoeft er geen gaas of verband meer op.
  • Gebruikt u zo min mogelijk pleisters. Mocht dit wel nodig zijn, gebruikt u dan papieren pleisters.
  • Tot aan de controleafspraak mag u niet baden. U mag wel douchen.
  • Overlegt u tijdens de eerste poliklinische controle wanneer u weer mag sporten. 
  • Wanneer u weer kunt gaan werken, hangt af van het werk dat u verricht. Dit kunt u ook tijdens de eerste poliklinische controle overleggen.

Poliklinische controle

Na ongeveer 10 tot 14 dagen heeft u op de polikliniek een afspraak voor controle. De chirurg bespreekt met u de uitslag van het onderzochte borstweefsel. Afhankelijk van de uitslag kan een aanvullende behande-ling worden geadviseerd. Wij raden u aan uw partner of een andere naas-te mee te nemen naar deze afspraak.

Oncologiecommissie

De specialisten van het Maasziekenhuis werken nauw samen met specialisten van het Radboudumc in de oncologiecommissie. In deze commissie worden de ziektebeelden van alle patiënten besproken om tot een optimale behandeling te komen.

Meer informatie

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Stelt u deze dan aan uw behandelend arts of de casemanager mammacare.

Ook als u ongerust bent over uw situatie mag u altijd contact opnemen met de casemanager mammacare. De casemanager mammacare is bereikbaar op telefoonnummer 0485-84 55 26 of via mamma-care@pantein.nl.

 

Oktober 2020 – versie 3
MAM013

Specialismen