Maasziekenhuis Pantein Hal
  1. Home
  2. Behandeling & onderzoek
  3. Informatie en adviezen bij de begeleiding van uw kinderen als u kanker heeft
Patiëntenfolder

Informatie en adviezen bij de begeleiding van uw kinderen als u kanker heeft

Als een ouder de diagnose kanker krijgt, heeft dit invloed op het hele gezin. De kinderen zijn vaak de eerste en grootste zorg voor veel ouders. Hoe vertel ik het aan mijn kinderen? Hoe moet het nu verder met hen? En hoe zorg ik er voor dat het dagelijkse leven voor de kinderen zoveel mogelijk doorgaat zodat zij toch de aandacht krijgen om zich goed te kunnen blijven ontwikkelen. In deze folder vindt u informatie en tips die u kunnen helpen bij de begeleiding van uw kinderen (tot ongeveer 18 jaar) en het vinden van een aanpak die het beste bij uw gezin past.

Moet ik het de kinderen wel vertellen?

Uw eerste gevoel is misschien om de ziekte (deels) voor uw kinderen te verzwijgen, zodat zij onbezorgd hun leven kunnen leiden. De ervaring leert dat deze menselijke en logische reactie toch niet verstandig is. Kinderen voelen namelijk al heel jong haarfijn aan wanneer er spanning, verdriet en/of bezorgdheid is bij hun ouders.

Als u ze zelf niet tijdig op de hoogte brengt:
Bestaat de kans dat ze onbedoeld informatie horen door bijvoorbeeld telefoongesprekken of via kinderen op school. Kinderen kunnen dan eigen verklaringen gaan bedenken en die zijn vaak erger dan de werkelijkheid. Kunnen kinderen zich eenzaam voelen als ze merken dat ze door u worden buitengesloten. Dit kan het vertrouwen in u schaden.
Hoe moeilijk het ook is. Als u de kinderen zelf over de ziekte vertelt, merken uw kinderen dat ze serieus worden genomen en dat ze erbij horen. Zij krijgen dan ook de kans om hun gevoelens te uiten. Zij merken het beste dat er over emoties gepraat kan worden als u dat zelf ook doet. Het delen versterkt de onderlinge band in het gezin.

Hoe vertel ik het?

Zoek een rustig moment om het uw kinderen te vertellen. Heeft u een partner? Breng de kinderen dan gezamenlijk op de hoogte. Op deze wijze kan geen verwarring ontstaan over wie wat gezegd heeft. Is het leeftijdsverschil tussen uw kinderen groot? Dan is het advies om ze apart over uw ziekte te vertellen. Afhankelijk van de leeftijd van uw kinderen vertelt u wat er aan de hand is.

Tips

  • Vertel niet te veel tegelijk.
  • Loop niet te veel op de zaken vooruit.
  • Neem uw kind en zijn gevoelens serieus. Praat erover en laat uw kind vragen stellen. U weet waarschijnlijk niet alle antwoorden, maar u weet dan wel wat er in uw kind omgaat.

Wat moeten uw kinderen weten?

Vertel dat u kanker heeft. Spreek het woord kanker ook naar ze uit. Bedenk dat vooral volwassenen bang zijn voor het woord kanker. Voor kinderen is het een minder beladen woord dat dus ook minder bijgedachten oproept. U legt uit wat er de komende dagen en weken gebeurt, wat de behandeling inhoudt en wat de gevolgen daarvan kunnen zijn. Geef informatie op het niveau van uw kinderen en controleer of ze het begrijpen. Vermijd ingewikkelde medische termen en gebruik praktische en duidelijke taal.

Tips

Veiligheid en het doorgaan van de structuur van het dagelijks leven is heel belangrijk voor kinderen. Daarom is het essentieel dat kinderen weten dat er voor hen gezorgd wordt, ook al is vader of moeder ziek.

  • Maak duidelijk dat veel vormen van kanker heel goed te behandelen en te genezen zijn en leg uit hoe dat bij uw ziekte is.
  • Maak duidelijk dat het niemand zijn schuld is dat u kanker heeft gekregen en dat de ziekte niet besmettelijk is.
  • Geef eerlijke informatie, zo voorkomt u dat uw kind gaat fantaseren en zorgt u ervoor dat uw kind u blijft vertrouwen.
  • Bereid uw kind ook praktisch voor op wat komen gaat. Bijvoorbeeld wanneer u naar het ziekenhuis gaat en er iemand anders op hen komt passen. Misschien wordt u als gevolg van de behandeling kaal, krijgt u een stoma of een borstamputatie. Vertel dat dan ook aan uw kind.
  • Soms is de afloop van de ziekte onzeker en/of de prognose slecht. Als uw kind dan vraagt ‘jij wordt toch weer beter mama?’, kunt u dit niet beloven. Het is beter om dan te zeggen dat u het ook niet zeker weet, maar dat u er alles aan gaat doen om beter te worden en dat de dokters hierbij helpen.
  • Geef uw ziekte letterlijk een plekje. Soms is het goed als kinderen ook letterlijk een plekje geven aan de dingen die ze bezig houden. Maak daar in huis ruimte voor. Denk bijvoorbeeld aan:
    - Een wensenboom (een grote kamerplant) waar ze briefjes in hangen met hun wensen (‘weer een keer met mama zwemmen’).
    - Een zorgendoos (‘soms heb ik nare dromen’).
    - Een schrift voor vragen die ze niet hardop durven te stellen of dingen die ze niet durven te zeggen (‘ik ben bang dat je dood gaat’).

Hoe reageren kinderen tijdens uw ziek zijn?

Het kan zijn dat u nauwelijks iets merkt aan het gedrag van uw kinderen. Maar ze kunnen ook ineens ander gedrag vertonen. Ook kan het zijn dat uw kind rekening houdt met uw gevoelens en er daarom moeilijk met u over kan praten. Misschien is er een vertrouwd persoon met wie je kind dat gemakkelijker kan. Ieder kind verwerkt deze periode op zijn eigen manier, passend bij zijn karakter en leeftijd. Het is daarom goed om te weten dat sommige reacties heel normaal zijn in deze spanningsvolle periode. Onderstaand vindt u per leeftijdsfase verschillende reacties en tips hoe u daarop kunt reageren.

Baby tijd

Zelfs een baby voelt tijdens een proces van ziek zijn dat er dingen anders zijn dan anders. De vaste structuur valt weg, er is geen vaste verzorger of de vaste verzorger gedraagt zich anders dan voorheen. De baby gaat misschien ergens anders slapen, hij kan het verdriet van de ouder voelen en kan onrustig worden. De baby kan veel gaan huilen, slecht gaan slapen, moeite krijgen met eten en drinken of veel gaan spugen. Vanaf acht maanden wordt een baby eenkennig en kan verbanden leggen, waardoor hij bijvoorbeeld gaat huilen als hij iemand in een witte jas ziet. Vanaf een maand of negen tot twaalf ontstaat ook een scheidingsangst bij een baby.

Tips

  • Bied uw kind een structuur die uw kind gewend is, het liefst door een vaste verzorger.
  • Geef uw kind nabijheid door hem te laten weten dat je er voor hem bent, vooral door hem vast te houden, op te pakken en te wiegen, op schoot te nemen, te knuffelen, aaien en zachtjes tegen hem te praten.
  • Een iets oudere baby kun je het beste als hij boos is, eerst laten uitrazen en daarna oppakken.
  • Als het mogelijk is, laat uw kind dan zoveel mogelijk tijd doorbrengen bij de zieke ouder in het ziekenhuis.

Peuter- en kleutertijd

Als de structuur van de dag verandert, kan uw kind daar direct last van hebben. Ze krijgen soms minder aandacht en er is minder tijd om met ze te spelen. Uw kind kan heel boos worden als het zijn zin niet krijgt. Kinderen zijn gevoelig voor stemmingen van de ouders. Soms denken ze dat het verdriet, de bezorgdheid en de angst van de ouders hun schuld is.

Omdat ze nog niet goed kunnen praten over hun gevoel zal een kind dat gespannen of gefrustreerd is dit eerder uiten via zijn gedrag. Bijvoorbeeld door weer te bedplassen terwijl hij al zindelijk is of weer te duimzuigen. Tijdens de peuter- en kleutertijd hebben kinderen minimaal tijdsbesef en de toekomst gaat voor hen niet verder dan de volgende dag. Het mooie van peuters en kleuters is dat ze na een verdrietige bui zomaar ineens weer heel blij kunnen gaan spelen en door het huis huppelen. Ze brengen daarmee voor ouders ook veel plezier en vrolijke afleiding mee.

Tips

  • Probeer zoveel mogelijk de vaste (dag)structuur te behouden. Zorg voor een vaste oppas als dat nodig is. Voorspelbaarheid geeft zekerheid.
  • Geef uw kinderen gelegenheid hun gevoelens te uiten in bijvoorbeeld hun spel (dokterskoffer) of het maken van een tekening. Met boekjes over kanker die bij de leeftijd van uw kind passen, kunt u vertellen wat er aan de hand is. Uw kind kan uw gedrag dan beter begrijpen en weet dat het niet zijn schuld is.
  • Als uw uiterlijk verandert door uw ziekte of de behandeling (kaalheid, stoma, borstamputatie) kan uw kind hier moeite mee hebben. Houd hier rekening mee. Erken dit. Maak duidelijk dat u nog wel steeds dezelfde vader of moeder blijft.
  • Houd er rekening mee dat op deze leeftijd fantasie en werkelijkheid door elkaar heen lopen. Gebruik dus niet te veel beeldspraak (bijvoorbeeld er zitten beestjes in mama’s borst), want dan kunnen er heel verkeerde en angstige ideeën bij het kind ontstaan.
  • Een nachtlampje of dromenvanger helpt soms als uw kind slecht slaapt.
  • Vertel niet teveel over de toekomst en gebruik gebaren of plaatjes tijdens de uitleg.

Schoolkind (6-12 jaar)

Kinderen in deze leeftijd begrijpen al beter wat er aan de hand is en waarom de dagelijkse structuur verandert. Ze zijn soms meer dan voorheen geïnteresseerd in de feiten. Schoolkinderen kunnen zich erg verantwoordelijk voelen en dit uiten in hulpvaardig gedrag en, voor hun leeftijd, heel serieus gedrag. Anderen lijken helemaal niet te reageren, willen er niet over praten en vluchten als het woord kanker ter sprake komt. Soms willen kinderen hun gevoelens niet laten zien. Ze proberen de ouders te ontzien en huilen alleen op kun kamer.

Op school kunnen ze soms wel ander gedrag vertonen. Ook is het mogelijk dat de schoolresultaten slechter zijn. Kinderen in de leeftijd van zes tot twaalf jaar kunnen zich eveneens zorgen maken over hun eigen gezondheid en toekomst. Omdat ze al veel beter praten en nadenken en ook een eigen leventje hebben opgebouwd, zijn ze beter zelf in staat om met moeilijkheden om te gaan. Ze vinden het vaak leuk om een uitdaging te hebben en mee te denken over oplossingen van kleine dagelijkse zaken.

Schoolkinderen vertellen graag een mop of raadsel of willen steeds beter worden in een spel of sport om hun ouders te laten zien hoe knap ze zijn.

Tips

  • De vaste structuur van eten, slapen, spelen, school en huiswerk maken blijft belangrijk, probeer dit zoveel mogelijk te behouden.
  • Probeer vast te houden aan uw manier van opvoeden. Verwen uw kind niet extra en verander ook niet steeds de regels. Juist nu hebben uw kinderen behoefte aan duidelijkheid en voorspelbaarheid.
  • Geef duidelijke informatie over uw ziekte en behandeling. Geef ook veranderingen in de situatie aan. Bijvoorbeeld als uw uiterlijk verandert of als u (tijdelijk) ziek bent van de behandeling.
  • Geef uw kind de ruimte voor het uiten van verdriet en angsten. Help ze bijvoorbeeld door situaties na te spelen of laat uw kind tekenen of schrijven wat het voelt. Deel uw gevoelens met uw kind, maar probeer uw angsten niet over te dragen.
  • Als uw kind dat wilt, kunt u het eens meenemen naar het ziekenhuis als u voor controle of een behandeling gaat. Bereid ze wel voor op wat ze mogelijk gaan zien. Bijvoorbeeld andere mensen die kanker hebben of het infuus tijdens de behandeling. Laat ze zelf hun vragen stellen aan de arts of oncologieverpleegkundige.
  • Licht de school in. De leerkracht weet dan dat het gedrag van uw kind kan veranderen en kan zorgen voor aandacht en begeleiding. Houd hierover contact met de school.
  • Misschien wil uw kind een spreekbeurt of werkstuk maken over kanker, stimuleer hem daarin. Dagbehandeling oncologie heeft een spreekbeurt koffer waar uw kind gebruik van kan maken.

Puberteit

De communicatie met pubers kan lastig zijn. De invloed van de wereld buiten het gezin, vooral van leeftijdsgenoten, wordt steeds groter. Ze maken zich los van het gezin. Dit is een gezonde ontwikkeling. Als een van de ouders kanker heeft, kan dit proces verstoord worden. Bijvoorbeeld omdat zij zich verantwoordelijk gaan voelen of schuldig over hun eigen behoefte om meer tijd met vrienden te willen doorbrengen. Hun zelfvertrouwen wordt op de proef gesteld.

Zij komen soms onverschillig over, maar zijn dat van binnen niet. De stemming van een puber kan zomaar omslaan. Ze kunnen boos en gefrustreerd zijn of bang dat ze ook kanker krijgen. Sommigen willen thuis de rol van de zieke ouder op zich nemen en voelen zich te verantwoordelijk. Ze vinden school en de toekomst minder belangrijk, kunnen gaan spijbelen of behalen slechte resultaten. Het is ook mogelijk dat ze zich gaan isoleren van hun omgeving, vrienden en familie.

Pubers zijn vaak heel creatief, hebben steeds meer een eigen mening en vaak een grote voorsprong op volwassenen wat betreft de digitale wereld. Ze hebben veel mogelijkheden om zichzelf te uiten en hun identiteit vorm te geven. Denk aan muziek maken, tekenen, rappen of sport. Ze hebben vaak al relaties met anderen buiten het gezin, die hen veel steun en betekenis geven. Voor ouders is het prettig om die talenten bij hun puber te zien en zich te realiseren en te uiten hoe trots ze zijn op hen.

Tips

  • Probeer het dagelijkse ritme van eten, huiswerk maken, sporten, op tijd naar bed gaan, uitgaan en baantjes te handhaven. Ga regels niet drastisch veranderen.
  • Geef duidelijke en eerlijke informatie over kanker en ga vragen en discussies niet uit de weg. Als uw kind eigenlijk niet wil praten, zeg dan dat u dat respecteert, maar geef als dat nodig is toch de informatie. Op een ander moment wil hij of zij misschien wel met u of een vertrouwd persoon praten.
  • Praten lukt vaak het beste als u ook iets samen doet met uw puber. Bijvoorbeeld samen de hond uitlaten, koken of gamen.
  • Geef uw puber (bij de ontwikkeling passende) taken in het huishouden. Laat hem of haar niet het hele huishouden overnemen. Het is belangrijk dat hun eigen leven doorgaat.
  • Pubers zijn soms erg op uiterlijkheden ingesteld en kunnen zich, ten opzichte van hun vrienden, bijvoorbeeld schamen voor uw veranderende uiterlijk. Maak dit bespreekbaar en bepaal samen wat acceptabel is in aanwezigheid van vrienden.
  • Als uw kind moeilijk zijn gevoelens ten opzichte van u kan uiten, stimuleer dan het contact met iemand die dicht bij uw kind staat. Iemand waarbij uw puber zich veilig voelt om zich wel te uiten. Soms helpt het om gevoelens op te schrijven in bijvoorbeeld een dagboek. Er zijn ook andere uitlaatkleppen als ontspanning via sport of harde muziek draaien.
  • Als uw puber informatie over kanker opzoekt op het internet probeer dit dan te bespreken en kijk of de informatie klopt. Er zijn, voor deze leeftijdsfase, zeer geschikte boeken en dvd’s verkrijgbaar.
  • Wil uw puber meekomen naar het ziekenhuis, stimuleer dat dan. Hij of zij mag gerust zijn vragen bij de arts of oncologieverpleegkundige neerleggen.
  • Licht de school in, maar doe dat wel samen met uw kind. Een mentor kan dan verandering in gedrag in de gaten houden en eventueel begeleiding regelen. Misschien wil uw kind een spreekbeurt of werkstuk maken over kanker, stimuleer hem daarin.

Als u zelf hulp nodig heeft

U vraagt zich misschien af wanneer u zich zorgen moet maken of uw kind wel ‘normaal’ reageert op de situatie waarin u als gezin terecht bent gekomen nu u kanker heeft. Wat is nog een normaal patroon? Wanneer zijn er echt problemen met uw kind? Hoe naar ook, op zich zijn alle gevoelens van verdriet, boosheid, onzekerheid, angst en de reacties daarop heel normaal. Ze horen bij het doormaken van nare gebeurtenissen zoals kanker in het gezin. Ook kan het kind om een heel andere reden een tijdje niet zo lekker in zijn vel zitten. De reden hoeft niet te zijn dat het deze ziekte van de ouder meemaakt.

U hoeft zich pas zorgen te maken als de gevoelens en de reacties van het kind té heftig zijn en té lang duren. Dus zodanige invloed hebben op het normale doen en laten van uw kind, dat het geblokkeerd wordt in zijn ontwikkeling. Dan is het goed om hulp in te schakelen.

U kunt zich met uw hulpvraag altijd wenden tot uw behandelend arts en oncologieverpleegkundigen van het Maasziekenhuis. Als u op zoek bent naar professionele hulp en begeleiding voor uw kind kijk dan op de laatste pagina van deze folder.

Tips

  • Praat met een vertrouwd persoon binnen uw familie- of vriendenkring.
  • Informeer of er op de school van uw kind iemand is die u kan helpen. Vaak heeft een school een zogenoemd zorgteam.
  • Wissel ervaringen uit met ouders die in dezelfde situatie zitten (of hebben gezeten). Zie lotgenoten contact.
  • Maak gebruik van goede kinderboeken en eigentijdse websites voor verschillende leeftijdsfases.

Verwerking na de ziekte

Na de behandelingen gaat het leven als gezin verder. Ook kinderen denken nog vaak terug aan wat zij hebben meegemaakt. Uit onderzoek blijkt dat kinderen hun eigen verwerking soms uitstellen om de ouder te ontzien. Geen enkele ouder wil dat kinderen last hebben van zijn of haar ziekte, hoewel dat soms onvermijdelijk is. Wees erop bedacht dat een kind dat ogenschijnlijk weinig last heeft van de situatie, dit heel anders kan beleven zonder het te uiten.

Sommige kinderen durven hun ouders niet meer te belasten met hun eigen gevoelens. Hierdoor kunnen ze zelfs na vele jaren nog met vragen komen over hun ervaringen van toen. Kinderen die nu klein zijn, realiseren zich later pas wat er zich toen allemaal heeft afgespeeld. Het is fijn als er tastbare herinneringen zijn bewaard aan deze periode, zoals foto’s, tekeningen en brieven. Ook is het belangrijk om over deze periode te blijven praten.

Wat als u weet dat u niet meer beter wordt?

Als u weet dat u niet meer beter wordt, dan is praten over de dood onvermijdelijk. Het kan zijn dat de kinderen willen weten hoe dat gaat, of er toch nog iets aan gedaan kan worden en wat er dan met hen gaat gebeuren. Hoe moeilijk en pijnlijk het ook is, moedig ze aan met hun vragen te komen. Sommige kinderen sluiten zich af of praten liever met anderen. Ook dat is goed. Ze hebben tijd en veiligheid nodig om hun verdriet te kunnen tonen. Elk kind zoekt daarin zijn of haar eigen weg.

Samen terugkijken op alles wat er de afgelopen jaren is gebeurd, kan richting geven aan uw gevoelens en die van uw kinderen. Foto's kijken, huilen, een plakboek maken van mooie en gekke voorvallen, zonder woorden bij elkaar zitten, probeer een manier te vinden die het beste bij u past. Het kan helpen om een (kinder)boek in huis te halen dat de dood als thema heeft. Het maken van herinneringen kan een goede manier zijn om uw kinderen te helpen met de verwerking.

Tips voor het maken van herinneringen

  • Het maken van een herinneringendoos met bijvoorbeeld briefjes van u gericht aan uw kind, ervaringen, briefjes met handgeschreven tekst.
  • Het schrijven van verhalen door uw kind gericht aan u.
  • Een videofilm/DVD maken om herinneringen vast te leggen. Met name voor jonge kinderen is dit waardevol, zodat ze op latere leeftijd beelden kunnen terugzien.
  • Het maken van een dagboek. Liefst handgeschreven om uw handschrift te bewaren.
  • Het inspreken van een bandje met uw stem.
  • Samen met uw gezin/kind een fotoboek of fotocollectie maken.
  • Voor ieder kind een doos maken waarin u kadootjes of iets persoonlijks stopt. Bij een speciale gelegenheid mogen ze deze doos openmaken. Denk hierbij aan verjaardagen, examens, hun trouwdag.

Misschien is Stichting Achter de Regenboog iets voor uw kinderen. Deze Stichting ondersteunt kinderen en jongeren bij het verwerken van het (komende) overlijden van een ouder. Kijk voor meer informatie op www.achterderegenboog.nl. Ook inloophuizen en begeleidingscentra voor mensen met kanker en hun naasten bieden programma’s voor kinderen en jongeren aan. Kijk op www.IPSO.nl voor een centrum bij u in de buurt.

Tips hoe afscheid vorm te geven

  • Kinderen laten meedenken over begraven of cremeren
  • Kinderen laten meedenken over de tekst op de kaart
  • Helpen hun overleden ouder mee aan te kleden
  • De kist beschilderen
  • Muziek voor de uitvaart uit te zoeken
  • De kist helpen dragen
  • Muziek, een brief, knuffels meegeven

Aanvullende informatie

Boeken en folders

Leeftijdsgerichte (voorlees)boekjes of dvd’s kunt u in overleg met de verpleegkundige van de dagbehandeling oncologie met borg lenen.

Dagbehandeling oncologie heeft voor uw kind een spreekbeurtkoffer met materialen voor het houden van een spreekbeurt op school. Deze koffer is ook met borg te lenen.

U vindt een overzicht van boeken met informatie voor kinderen per leeftijdscategorie op de website www.kankerspoken.nl.

Via de website www.in-de-wolken.nl kunt u boeken en materiaal vinden voor u en uw kinderen bij rouw- en verliessituaties.

Websites

www.achterderegenboog.nl

Verliesverwerking met kinderen en jongeren. Heeft onder andere een forum voor kinderen en ouders/opvoeders. Organiseert kinderweekenden en kinderdagen voor kinderen van 6 tot 18 jaar die een verlies in het gezin of de nabije omgeving hebben meegemaakt en hier graag met lotgenoten over willen praten.

www.in-de-wolken.nl

Is gespecialiseerd in rouwende kinderen en jongeren. Richt zich op verliessituaties met onder andere brochures en boeken.

www.IPSO.nl

Binnen IPSO werken inloophuizen samen aan kwalitatief hoogwaardige, laagdrempelige psychosociale zorg voor mensen met kanker en hun naasten.

www.kankerspoken.nl

Informatie en chatten voor en over kinderen/jongeren die een ouder hebben met kanker.

www.kanker.nl

Kanker.nl is een initiatief van KWF Kankerbestrijding, patiëntenbeweging Levenmetkanker en IKNL (kennis- en kwaliteitsinstituut voor de oncologische en palliatieve zorg). Zij hebben de handen ineen geslagen om betrouwbare informatie, ervaringskennis en het ondersteunings-aanbod rond kanker op één plek te bundelen en aan te bieden.

Lotgenoten Contact:

www.marikenhuis.nl

Mariken huis in Nijmegen. Elke vierde zaterdag van de maand kids power bijeenkomst.

www.toonhermanshuis.nl

Toon Hermans huis Venlo. Voor kinderen, elke dinsdagmiddag van 15-17 uur.

www.hdi.nl

Helen Dowling instituut. Begeleiding van het gezin.

www.kanker.nl

Op deze site is een discussiegroep actief: En hoe moet het nu met mijn kinderen? Daarin bespreken ouders wat zij tegenkomen en hoe ze hiermee omgaan. Voor informatie over lotgenotencontact:
Infolijn 0800 – 022 66 22.

www.pink-mama.nl

Als je nooit bang bent, kun je ook niet dapper zijn. Twee moeders in Vierlingsbeek met kinderen. Zij geven tips en u kunt vragen stellen via de mail.

Contactadressen en telefoonnummers voor Hulp en begeleiding voor uw kind

Externe begeleiders:

Tot slot

Als u na het lezen van deze folder vragen heeft of meer informatie wilt, is er de mogelijkheid een gesprek te plannen met uw casemanager of de verpleegkundig consulent palliatieve zorg van ons ziekenhuis.

Bron

Radboud UMC:
Adviezen bij de begeleiding van uw kinderen als u kanker heeft

Reinier de Graaf Ziekenhuis:
Hoe vertel ik het mijn kinderen? Als een vader of moeder kanker heeft (2014)

Specialismen