Maasziekenhuis Pantein atrium
  1. Home
  2. Behandeling & onderzoek
  3. Erbse parese: Adviezen voor ouders met een baby met een Erbse parese
Patiëntenfolder

Erbse parese: Adviezen voor ouders met een baby met een Erbse parese

Tijdens de geboorte kan er een beschadiging optreden van de zenuwen die vanuit de nek naar de arm lopen. Dit wordt een Erbse parese genoemd. De medische naam is ‘Obstetrische Plexus Brachialis Letsel’. Bij uw kindje is een Erbse parese vastgesteld. In deze folder leest u meer hierover en hoe u uw baby het beste kunt ondersteunen.

Hoe ontstaat een Erbse parese?

Een Erbse parese is meestal het gevolg van een moeizame bevalling. Er moet soms snel gehandeld worden om het kind geboren te laten worden. Dit kan bij 1 tot 3 van de 1000 kinderen leiden tot beschadiging van de zenuwen in de hals. De ernst van de klachten kan verschillen. Factoren die een verhoogd risico geven op het ontstaan van een Erbse parese zijn:

  • Een vernauwing van het bekken.
  • Een schouderverhaking, in combinatie met hoog geboortegewicht. De schouder van het kindje blijft dan steken onder het schaambeen.
  • Diabetes mellitus van de moeder (suikerziekte).
  • Een bevalling met een vacuümpomp of tangverlossing.
  • Een stuitligging in combinatie met hoog geboortegewicht.

Gevolgen

Bij een Erbse parese zijn de zenuwen die van de hals naar de arm lopen beschadigd. Belangrijke taken van de zenuwen zijn het aansturen van de spieren en het doorgeven van gevoel in de ledematen. Als de zenuwen niet goed werken, kan dat tot gevolg hebben dat uw kind het armpje niet voelt en het niet goed kan bewegen.

Hoe ziet de toekomst eruit?

In de eerste periode is nog niet bekend hoe het letsel zich ontwikkelt. Daarom wachten we in de eerste weken af in hoeverre er spontaan herstel optreedt. In 90% van de gevallen herstelt een Erbse parese zich spontaan en volledig. Bij de overige 10% van de kinderen blijft er in meer of mindere mate een beperking in de arm- of handfunctie bestaan. Bij kinderen waarbij er onvoldoende herstel optreedt, is er verdere behandeling nodig. In dit geval wordt u doorverwezen naar een gespecialiseerd ziekenhuis.

Behandeling en controle

De kinderarts is de hoofdbehandelaar van uw baby. De kinderarts schakelt de kinder-fysiotherapeut in. Meestal een dag na de bevalling laat de kinderfysiotherapeut u in het ziekenhuis zien, hoe u uw kind het beste kunt optillen en verzorgen en hoe u daarbij het armpje kunt beschermen. Daarnaast zorgt de kinderfysiotherapeut ervoor dat er na ontslag een kinderfysiotherapeut bij u thuis komt voor verdere begeleiding. Of, als u daarvoor kiest, kunt u ook met uw kind voor verdere behandeling op de polikliniek kinderfysiotherapie van het Maasziekenhuis komen.

Bij het ontslag uit het ziekenhuis krijgt u ook een afspraak mee voor controle bij de kinderarts. Deze bekijkt hoe het met de gezondheid van uw kindje gaat en ook of het armpje goed vooruit gaat.

Wat kunt u zelf doen?

Het is belangrijk dat de schouder, elleboog, pols en vingers van de aangedane arm van uw kindje op de juiste manier bewogen wordt. De kinderfysiotherapeut legt u uit hoe u dat het beste kunt doen en ook wat u beter niet kunt doen. De oefeningen die u krijgt, moeten vaak worden gedaan. Het liefst elke keer dat u overdag de luier van uw kind verschoont.

Daarnaast mag u het armpje van uw kind in deze periode aanraken en strelen. Dit is zelfs heel belangrijk, omdat uw kind zich daardoor bewust wordt van de arm. Soms is strelen echter gevoelig voor uw kind. Dit kan een teken zijn dat de zenuwen aan het herstellen zijn en dan overgevoelig reageren. Uw kind zal dat duidelijk aangeven. Ook is het prettig voor uw kind om de aangedane arm te ondersteunen bij tillen en dragen. Afhankelijk van de ernst van de aandoening zal de arm weer sterker worden.

Optillen en dragen

De aangedane arm is de eerste weken slap. Zorg ervoor dat deze niet plotseling naar beneden valt. Til uw kind met één hand onder de billen of in het kruis en de andere hand rond schouders en hoofd en ondersteun het slappe armpje.

Optillen en dragen


Wanneer uw kind uit bed is, bijvoorbeeld bij het dragen en het voeden, kan ter bescherming het mouwtje worden vastgespeld op het truitje. Of u ondersteunt zelf de arm door het vast te houden.

Voorvertoning dragen _ goed - fout

Slapen

Leg uw kind op de rug met het hoofd afwisselend naar links en rechts gedraaid. Ook kunt u uw kind op de niet-aangedane zijde leggen. Leg uw kind bij pijn de eerste twee weken niet op de aangedane zijde.

Verzorgen

Als uw kind pijn heeft, dan kunt u bij het aankleden eerst de aangedane arm in de mouw doen en bij het uitkleden de aangedane arm het laatst uit de mouw doen. Ook kunt u hemdjes met een wijde hals of overslaghemdjes gebruiken. Als uw kind een rompertje aan heeft, dan kunt u deze via de benen aantrekken.

Spelen

Wanneer het kind op de rug ligt, bijvoorbeeld in de box of op uw schoot, is het goed dat de arm vrij kan bewegen.

Afspraak voor kinderfysiotherapie

Het is belangrijk dat uw kind zo snel mogelijk behandeld wordt door een kinderfysiotherapeut die ervaring heeft met de behandeling van kinderen met deze aandoening. Daarvoor kunt u een afspraak maken bij de polikliniek Fysiotherapie van het Maasziekenhuis. Als u kiest voor behandeling aan huis, dan kunnen de kinderfysiotherapeuten van het Maasziekenhuis u hierbij adviseren. De polikliniek Fysiotherapie is bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur via telefoonnummer 0485-84 52 55.


Meer informatie

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stelt u deze gerust aan de verpleegkundigen van de afdeling.

 

Februari 2020 – versie 1
KIN018

 

Specialismen