Maasziekenhuis Pantein Gebouw op afstand
  1. Home
  2. Behandeling & onderzoek
  3. Port-a-Cath
Patiëntenfolder

Port-a-Cath

Uw arts heeft u een behandeling voorgeschreven waarbij u regelmatig of voor langere tijd medicijnen nodig heeft. Deze medicijnen worden via een infuus in het bloed toegediend. Ook zal er voor onderzoek regelmatig bloedafname nodig zijn. Om het toedienen van de medicijnen en het afnemen van bloed zo prettig mogelijk te laten verlopen, krijgt u een Port-a-Cath. Via dit toedieningssysteem
is er een directe toegang tot de bloedbaan. Dat zorgt er voor dat bloedafname en het toedienen van de medicijnen minder belastend is voor u. In deze folder leest u wat een Port-a-Cath is, hoe deze wordt geplaatst en waar u op moet letten als u weer thuis bent.

Wat is een Port-a-Cath?

Een Port-a-Cath wordt ook wel een poortkatheter genoemd. Dit is een volledig implanteerbaar toedieningssysteem. Dat betekent dat het systeem in zijn geheel onder de huid wordt geplaatst. Er steekt geen onderdeel uit de huid en er is geen blijvende opening van de huid. Via een Port-a-Cath kunnen medicijnen worden toegediend of bloed worden afgenomen.

Een Port-a-Cath systeem bestaat uit twee onderdelen:

  • Het reservoir: een kleine metalen injectiekamer die van boven afgesloten is door een zelfsluitend siliconenmembraan.
  • De katheter: een dun, lang, hol en flexibel slangetje van siliconen of polyurethaan (een soort rubber).

De katheter wordt in een grote ader onder het sleutelbeen ingebracht en vervolgens in de ader opgeschoven tot de punt van de katheter de plek bereikt heeft precies boven het hart. Het reservoir komt onder de huid te liggen en zal te zien en te voelen zijn als een harde bobbel onder de huid.

Waarom een Port-a-Cath?

Voor het behandelen van uw ziekte krijgt u regelmatig medicijnen toegediend via een infuus of wordt er bloed afgenomen voor onderzoek. Dit is erg belastend voor uw bloedvaten. Het kan leiden tot irritatie en beschadiging van de bloedvaten. Om dit te voorkomen, krijgt u een Port-a-Cath. Het toedienen van medicijnen en het afnemen van bloed via de Port-a-Cath is minder belastend voor u.

Voorbereiding op de opname

Afspraak bij de chirurg

U krijgt eerst informatie van de chirurg over het plaatsen van de port-a-cath. De ingreep vindt plaats op de operatiekamer onder plaatselijke verdoving vaak in combinatie met een roesje. Een roesje werkt rustgevend, spierontspannend, pijnstillend en het vermindert angstgevoelens.

Inschrijven voor opname

Na het gesprek met de chirurg gaat u naar het Opnamebureau om u in te schrijven voor de opname. Via het Opnamebureau krijgt u een brief met de datum van de operatie.

Pre-Operatief Spreekuur

Ter voorbereiding op de opname heeft u een afspraak op het Pre-Operatief Spreekuur (POS). Hier heeft u eerst een gesprek met de apothekersassistente en daarna met de anesthesioloog. Wij proberen alle afspraken op dezelfde dag in te plannen.

Tijdens het gesprek met de apothekersassistente controleert zij uw medicijngebruik. De operatie vindt plaats onder plaatselijke verdoving vaak in combinatie met een roesje. De anesthesioloog legt uit wat dit precies inhoudt. Als dat nodig is, vraagt hij/zij aanvullend onderzoek aan om uw gezondheid in kaart te brengen.

Opname en verblijf in het ziekenhuis

Dag van opname

Op de dag van opname in het ziekenhuis vindt ook de operatie plaats. Op het afgesproken tijdstip meldt u zich bij de balie van verpleegafdeling. Een verpleegkundige brengt u naar uw kamer en bereidt u verder voor op de operatie. Wij adviseren u geen waardevolle spullen mee te nemen naar het ziekenhuis.

Wat neemt u mee naar het ziekenhuis?

  • Een geldig legitimatiebewijs (paspoort, identiteitskaart of rijbewijs)
  • Uw eigen medicijnen die u thuis gebruikt

Naar de operatiekamer

De verpleegkundigen van de afdeling brengen u in uw bed naar de operatieafdeling. Daar ziet u de anesthesioloog en de anesthesiemedewerker. U wordt aangesloten op de bewakingsapparatuur. U krijgt plakkers op de borst voor het meten van uw hartslag en een klemmetje op de vinger om het zuurstofgehalte in uw bloed te controleren. Vervolgens krijgt u een infuus in uw arm. Via het infuus wordt de verdoving toegediend.

De operatie

Wanneer de verdoving werkt, brengt de arts de katheter in via een ader onder het sleutelbeen. De katheter wordt zo ver opgeschoven tot de punt van de katheter precies in de grote ader boven het hart ligt. Tijdens de operatie controleert de arts de ligging van de katheter door middel van een röntgenfoto. Vervolgens leidt de arts het uiteinde van de katheter onder de huid naar het reservoir of aanprikpoort. Het reservoir wordt ook onder de huid geplaatst en vastgezet met hechtingen.

De aanprikplaats van de ader en de wond die gemaakt is om het reservoir te plaatsen, worden gesloten met een oplosbare hechting in de huid.

De operatie duurt ongeveer 30 tot 60 minuten.

Na de operatie

Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer. Ter controle wordt er een longfoto gemaakt. Als u goed wakker bent, wordt u teruggebracht naar de verpleegafdeling. Als uw bloeddruk en hartslag goed zijn, u niet misselijk bent en goed uit bed kunt komen, mag u dezelfde dag weer naar huis.

Na de operatie heeft u een of twee kleine littekens. U voelt en ziet een bobbeltje op de plaats waar het reservoir ligt. Het Port-a-Cath systeem kan direct gebruikt worden.

Mogelijke complicaties

Geen enkele ingreep is vrij van de kans op complicaties. De volgende complicaties kunnen voorkomen na plaatsing van een Port-a-Cath:

  • Nabloeding. Dit kan optreden rond het reservoir. Hierbij ontstaat er een bloeduitstorting. Deze bloeding moet dan worden gestelpt. Als de bloeding ontstaat vanuit de aangeprikte ader onder het sleutelbeen wordt er een drain in de borstkast geplaatst. Dit komt maar zeer zelden voor.
  • Klaplong. Als bij het aanprikken van de ader de long geraakt wordt, kan er een klaplong optreden. De long klapt dan in. U kunt dan de volgende klachten hebben: een aanhoudende prikkelhoest, pijn en benauwdheid. Bij een klaplong wordt er een drain geplaatst in de borstkast en moet u langer in het ziekenhuis blijven. Deze complicatie komt zeer zelden voor.
  • Wondontsteking. De operatiewond kan na de operatie gaan ontsteken. Als dit een milde ontsteking is, dan krijgt u een behandeling met antibiotica. Bij een ernstige ontsteking wordt het Port-a-Cath systeem verwijderd. U kunt een ontsteking zelf herkennen aan klachten van roodheid, zwelling en pijn in het operatiegebied.
  • Een niet aan te prikken poort of een verstopping. In deze gevallen kan het nodig zijn dat de poort onder lokale verdoving verwijderd moeten worden.

Na de opname

Wanneer neemt u contact op met het ziekenhuis?

In de volgende gevallen neemt u contact op met de polikliniek Chirurgie:

  • Ernstige pijn, zwelling en/of roodheid
  • Koorts, hoger dan 38°C
  • Nabloeden

Als zich thuis bovenstaande problemen voordoen, neemt u dan contact op met polikliniek Chirurgie op telefoonnummer 0485-84 53 35. Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met de Spoedeisende Hulp op telefoonnummer 0485-84 53 31.

Adviezen voor thuis

  • Gebruik de eerste dagen bij het douchen geen zeep op de plaats waar de Port-a-Cath geplaatst is.
  • Zolang er hechtingen in de wond zitten, mag u niet in bad.
  • Vaak zit er een doorzichtige pleister (tegaderm pleister) op de wond. Als er een witte pleister op de wond zit, mag u deze na 2 dagen verwijderen.
  • De eerste twee weken mag u geen zwaar werk doen of zwaar tillen.
  • U mag uw dagelijkse activiteiten, zoals werken, sporten en zwemmen gewoon uitvoeren.
  • Beweeg de arm rustig. Houd hierbij goed in de gaten dat u niet over uw eigen pijngrens heen gaat.
  • U mag op de geopereerde zijde liggen.
  • Het dragen van de autogordel kan lastig of vervelend zijn. U kunt dan een kussentje onder de gordel ter hoogte van uw buik plaatsen.
  • Bij pijn mag u 4 keer per dag 2 tabletten Paracetamol 500 mg innemen.

Het gebruik van de Port-a-Cath

Met een speciale naald, bevestigd aan een injectiespuit, infuussysteem of pomp, wordt door de huid en door het membraan van het reservoir geprikt tot op de bodem van het reservoir. U zult een kleine prik voelen. De medicijnen of vloeistoffen komen via de naald in het reservoir. Via de katheter komen ze direct in de bloedbaan.

Sommige medicijnen worden in één keer toegediend (bolusinjectie). Bij andere medicijnen duurt het langer voordat alle vloeistoffen zijn toegediend. Nadat alle medicijnen zijn toegediend, wordt de naald meteen verwijderd.

Omdat het Port-a-Cath systeem geheel onder de huid is ingebracht, is er na gebruik weinig onderhoud nodig. Meestal kunt u de plaats waar het systeem onder de huid ligt tussen de injecties door gewoon wassen. Een verband of gaasje is meestal niet nodig.

Doorspoelen van het Port-a-Cath systeem

Wanneer het systeem niet in gebruik is, moet het elke zes weken worden doorgespoeld met een heparine-oplossing om te voorkomen dat de katheter verstopt raakt. Dit doorspoelen met heparine wordt ook wel flushen genoemd. Het systeem moet ook na elke behandeling doorgespoeld worden. Dit gebeurt door een verpleegkundige.

Implantatiebewijs

Voordat u het ziekenhuis verlaat, ontvangt u een implantatiebewijs. Zorg ervoor dat u dit kaartje altijd bij u heeft bij een bezoek aan uw arts of aan het ziekenhuis. Zo heeft u de informatie over uw Port-a-Cath direct bij de hand.

Wat u verder nog moet weten over uw Port-a-Cath

  • Een arts of een speciaal opgeleide verpleegkundige mag de Port-a-Cath aanprikken.
  • U kunt met een Port-a-Cath zonder problemen door het poortje op de luchthaven en het warenhuis.
  • Het Port-a-Cath systeem is het meest gebruikte systeem over de hele wereld. In vrijwel elk land zijn er artsen die ervaring hebben met dit systeem.

Vragen?

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stelt u deze dan gerust aan de verpleegkundige of uw behandeld arts. Het telefoonnummer van de polikliniek Chirurgie is 0485-84 53 35.

 

September 2020 – Versie 1
CHI013