Maasziekenhuis Pantein Gang
  1. Home
  2. Behandeling & onderzoek
  3. Hoge bloeddruk in de zwangerschap
Patiëntenfolder

Hoge bloeddruk in de zwangerschap

Van de vrouwen die voor het eerst zwanger zijn, krijgt zo'n tien tot vijftien procent een hoge bloeddruk (hypertensie). Bij een volgende zwangerschap komt dat minder vaak voor. Een hoge bloeddruk in de zwangerschap is een reden om u naar de gynaecoloog te verwijzen. In deze folder wordt veel informatie met u gedeeld. U kunt de informatie lezen die voor u van toepassing is.

In het eerste deel van de folder wordt uitleg gegeven over milde hypertensie, de daarbij behorende (poliklinische) onderzoeken en behandelingen. In deel 2 worden de ernstige vormen van hypertensie, de (zeldzame) complicaties en de behandeling daarvan besproken. Tot slot leest u in deel 3 adviezen voor de toekomst en een eventuele volgende zwangerschap.

Deel 1. Milde hypertensie

Het meten van de bloeddruk

Doorgaans wordt bij iedere zwangerschapscontrole uw bloeddruk gemeten. U krijgt een band om uw bovenarm. Omdat deze wordt opgeblazen, ontstaat even een knellend gevoel. De band is via een slangetje verbonden met de bloeddrukmeter. Terwijl de lucht de band uitloopt, luistert de verloskundige of arts met de stethoscoop in de elleboogplooi, waar de kloppende tonen van de slagader hoorbaar zijn. Op de bloeddrukmeter wordt bij de eerste hoorbare toon de bovendruk afgelezen en bij de laatste hoorbare toon de onderdruk. Bij automatische bloeddrukmeters is luisteren met de stethoscoop niet nodig. Deze apparaten vinden zelf de boven- en onderdruk.

De bloeddruk kan wisselen: bij angst of inspanning kan hij stijgen. Bij sommige vrouwen stijgt de bloeddruk tijdens het spreekuur door de spanning die wordt ervaren bij het meten van de bloeddruk. Het is dus normaal dat de waarden van de bloeddruk kunnen wisselen.

Wanneer is er sprake van hypertensie in de zwangerschap?

In de zwangerschap is officieel sprake van hypertensie bij een bloeddruk die hoger is dan 140/90mmHg, gemeten bij meerdere metingen met een tussenpoos van tenminste enkele uren. Deze waarden worden aangehouden omdat onderzoek heeft laten zien dat boven deze waarden er een kans op complicaties tijdens de zwangerschap ontstaat. Om dit op te sporen worden daarom extra controles geadviseerd.

Soms wordt ook bij een bloeddruk lager dan 140/90 mmHg al een extra controle geadviseerd, bijvoorbeeld omdat er klachten zijn. Dit geldt met name voor vrouwen die met een lage bloeddruk aan de zwangerschap zijn begonnen (bijvoorbeeld 100/60mmHg) en dan toch al een behoorlijke stijging laten zien (bijvoorbeeld tot 130/85 mmHg). Ook deze vrouwen hebben mogelijk een verhoogd risico op complicaties en het is dus verstandig om een extra controle te verrichten.

Zwangerschapshypertensie ontwikkelt zich per definitie pas in de tweede helft van de zwangerschap (dus na de duur van 20 weken zwangerschap). Als een zwangere vrouw daarvoor al een hypertensie heeft, wordt gesproken van een ‘chronische hypertensie’ of ‘pre-existente’ hypertensie.

Kan iedereen hypertensie in de zwangerschap ontwikkelen?

Hypertensie komt voor bij 10 tot 15% van de vrouwen in hun eerste zwangerschap. Van te voren is niet precies te voorspellen wie er hypertensie zal ontwikkelen tijdens de zwangerschap. Wel weten we dat vrouwen die in verwachting zijn van hun eerste kindje een hoger risico lopen dan vrouwen die al een (ongecompliceerde) zwangerschap hebben gehad. Er zijn ook risicofactoren bekend die de kans dat op het ontwikkelen van hypertensie of pre-eclampsie (zwangerschapsvergiftiging) vergroten. Bijvoorbeeld: een moeder of zus met pre-eclampsie, bestaande auto-immuunziekten bij de zwangere vrouw, diabetes of een tweelingzwangerschap.

Zwangerschapshypertensie kan uiteraard ook optreden bij vrouwen die in een vorige zwangerschap hypertensie hebben gehad. Bij een lichte vorm van hypertensie in een voorgaande zwangerschap verloopt een volgende zwangerschap vaak normaal. Na een ernstige vorm van zwangerschapshypertensie in een eerdere zwangerschap bestaat in een volgende zwangerschap wel een grotere kans op het opnieuw optreden ervan, al is het verloop vaak minder ernstig.


Kan zwangerschapshypertensie voorkomen worden?

Een gezonde leefstijl, gezonde voeding en een gezond gewicht zijn uiteraard gunstig voor iedere zwangere vrouw. Ook voldoende calcium inname (1 gram per dag) kan mogelijk een gunstig effect hebben op het voorkomen van hypertensie en/of pre-eclampsie. Dit advies is voor een zwangere vrouw echter niet anders dan voor iedereen in Nederland (www.voedingscentrum.nl). Een zoutloos dieet of ‘rust’ zijn niet bewezen zinvol in het voorkomen van hypertensie in de zwangerschap.

Bij vrouwen die een verhoogd risico hebben op het ontwikkelen van pre-eclampsie (een ernstige vorm van hypertensie) zijn er medicijnen die de kans kunnen verlagen. Het gaan dan om acetylsalicylzuur (Aspiprine) in lage dosering. Vrouwen die hiervoor in aanmerking komen, worden hierover aan het begin van de zwangerschap door hun verloskundige of gynaecoloog geïnformeerd.

Klachten en verschijnselen bij zwangerschapshypertensie

Veel vrouwen met lichte zwangerschapshypertensie hebben geen klachten. Bij de ernstigere vormen komen meestal wel een of meer van de onderstaande klachten voor:

  • Hoofdpijn.
  • Sterretjes zien of wazig zien.
  • Misselijkheid.
  • Braken.
  • Ernstige pijn of een knellend gevoel boven in de buik.
  • Veel vocht vast houden in handen, voeten en/of gezicht (oedeem).

Wat zijn de gevolgen van hypertensie?

Niet alle zwangere vrouwen met hypertensie ondervinden hiervan gevolgen. Bij een deel zal de zwangerschap zonder grote bijzonderheden verlopen. Er zijn echter ook vrouwen die klachten hebben of vrouwen waarbij complicaties ontstaan als gevolg van de hypertensie. Bijna al deze klachten en complicaties zijn tijdelijk en herstellen weer na de bevalling.

Hieronder staan de meest voorkomende gevolgen en complicaties vermeld. De ernstige complicaties worden later in deze folder nog uitgebreid besproken.

Gevolgen en complicaties
Gevolgen (Ernstige) complicaties
Klachten van een verhoogde bloeddruk Tijdelijk afwijkende functie van
de lever- en/of nierfunctie of
de bloedstolling (HELLP
syndroom)
Frequente ziekenhuis controles Pre-eclampsie (zwangerschaps-
vergiftiging)
Een ziekenhuis opname Eclampsie (stuipen)
Medicatie gebruik om uw bloeddruk te verlagen Placenta loslating
Verminderde placentafunctie, met als gevolg dat de groei van de baby kan achterblijven Vroeggeboorte

 

 

 

 

 

 

 





De kans op complicaties is onder meer afhankelijk van de fase van de zwangerschap waarin de hypertensie ontstaat en hoe ernstig de hypertensie is.

Vrouwen die tegen het einde van de zwangerschap hypertensie ontwikkelen hebben minder vaak complicaties dan vrouwen die al vroeg in de zwangerschap hypertensie hebben. Ook is het zo dat vrouwen met een milde hypertensie (bijvoorbeeld 140/90mmHg) minder vaak complicaties hebben dan vrouwen met een ernstige hypertensie (bijvoorbeeld 180/120 mmHg).

Aanvullend onderzoek

Als uw bloeddruk in de tweede helft van de zwangerschap verhoogd is, wordt deze vaak na korte tijd opnieuw gecontroleerd. Soms blijkt de bloeddruk dan toch normaal te zijn. Als de bloeddruk bij herhaling verhoogd is, dan zal mogelijk een of meerdere van onder onderstaande onderzoeken op de polikliniek worden verricht.

  • Automatische bloeddruk meting, waarbij gedurende 30-45 minuten om de 5 tot 10 minuten uw bloeddruk wordt gemeten met een automatische bloeddruk meter.
  • Urine onderzoek op de aanwezigheid van eiwit.
  • Bloedonderzoek: controle van bloedgehalte, de bloedplaatjes, lever- en nierfunctie.
  • Echoscopisch onderzoek van uw baby om de groei en het vruchtwater te beoordelen. Soms wordt ook onderzoek van de bloeddoorstroming van de navelstreng verricht (Doppler onderzoek).
  • Vaak zal een cardiotocogram (CTG) of wel een hartfilmpje van uw baby worden gemaakt om de conditie van de baby goed te kunnen beoordelen.

Begeleiding in de zwangerschap: een behandelplan

Op basis van bovenstaande onderzoeken bepaalt de gynaecoloog hoe uw zwangerschap verder begeleid wordt. Dit wordt per persoon bepaald.

Terugverwijzing naar uw verloskundige

Als er geen verhoogd risico is op complicaties, dan kan de gynaecoloog u terugverwijzen naar uw eigen verloskundige.

Poliklinische controles in het ziekenhuis

Poliklinische controles zijn voldoende als u geen of weinig klachten heeft, uw bloeddruk slechts matig verhoogd is (onderdruk onder 100 mmHg), er geen eiwit in de urine is gevonden, uw bloeduitslagen normaal zijn en uw baby in goede conditie is. De kans op complicaties voor u en de baby is dan klein. U komt regelmatig voor controle naar het ziekenhuis. Zo kunnen we u en uw baby goed in de gaten houden en als dat nodig is, kunnen we snel een behandeling starten.

Opname in het ziekenhuis

Een opname wordt meestal geadviseerd bij (ernstige) klachten, ernstige zwangerschaps-hypertensie (onderdruk hoger dan 100 mmHg), eiwit in de urine (pre-eclampsie), afwijkende bloeduitslagen, een duidelijke groeiachterstand van de baby of bij andere complicaties.

Het doel van de ziekenhuisopname is bewaking van uw gezondheid en die van de baby. Als u in het ziekenhuis ligt, wordt dan ook regelmatig gevraagd of u klachten heeft. De bloeddruk wordt meerdere malen per dag gemeten en bloed- en urineonderzoek vindt regelmatig plaats. Vaak krijgt u medicijnen.

Ook de conditie van de baby wordt in de gaten gehouden. Daarvoor wordt aan u gevraagd of u de baby goed voelt bewegen en er wordt iedere dag een CTG gemaakt.

Soms zal gestart worden met medicijnen om de bloeddruk te verlagen. Als blijkt dat de ernst van de zwangerschapshypertensie meevalt, of dat de medicijnen goed de bloeddruk verlagen, kunt u soms na enkele dagen weer naar huis. In ernstiger gevallen blijft u langer opgenomen, vaak tot na de bevalling.

Over het algemeen wordt in het ziekenhuis (bed)rust geadviseerd. Ernstige zwangerschaps-hypertensie gaat echter niet over door bedrust. Daarom mag u meestal wel uit bed om naar de wc te gaan, te douchen of een korte wandeling op de kamer/afdeling te maken.

Een ziekenhuisopname kan zorgen voor gevoelens van spanning, onzekerheid en ongerustheid. Het kan daardoor zijn dat u een opname als een moeilijke tijd ervaart. Het is daarom belangrijk om te weten dat u aan uw verpleegkundige, verloskundige en gynaecoloog vragen kunt stellen over uw toestand en de verwachtingen. Zij zullen proberen om u zo goed mogelijk uitleg te geven over uw situatie. Toch kunnen ook zij niet precies voorspellen wat er zal gebeuren, want dat is afhankelijk van hoe uw klachten, de hypertensie, de conditie van de baby en het aanvullend onderzoek zich ontwikkelen.

Behandeling met medicijnen

In sommige situaties kan het noodzakelijk zijn om te starten met medicijnen om de bloeddruk te verlagen. De belangrijkste factor voor deze beslissing is de hoogte van uw bloeddruk, maar ook de zwangerschapsduur en de uitslag van het bloed- en/of urineonderzoek spelen een rol bij deze beslissing.

De medicijnen die de gynaecoloog voorschrijft, zijn veilig om in de zwangerschap te gebruiken. Wel kunnen zij soms bijwerkingen geven. De bijwerkingen worden over het algemeen goed verdragen.

Middelen die veel gebruikt worden in de zwangerschap zijn methyldopa (Aldomet®), labetolol (Trandate®) en nifedipine (Adalat®). De belangrijkste bijwerkingen van deze bloeddruk-verlagende middelen zijn hoofdpijn, slaperigheid, duizeligheid, hartkloppingen, misselijkheid en braken.

Bevalling bij hypertensie: inleiding of niet?

Het is bekend dat zwangerschapshypertensie bijna altijd geneest na de bevalling. Daarom is de bevalling dus een belangrijke ‘behandeling’ van hypertensie die in de zwangerschap is ontstaan. Omdat na een bevalling de hypertensie kan genezen en er over het algemeen geen complicaties meer zullen ontstaan na de bevalling, zal na de periode van 37 weken de bevalling meestal worden ingeleid om complicaties voor moeder en baby te voorkomen.

Bevalling bij hypertensie na 37 weken zwangerschap

Als u na de 37 weken een zwangerschapshypertensie ontwikkelt, wordt de bevalling meestal ingeleid om complicaties te voorkomen. De precieze termijn is afhankelijk van de hoogte van de bloeddruk en de uitslagen van de aanvullende onderzoeken.

Bevalling bij hypertensie tussen 32-37 weken zwangerschap

Als u tussen de 32 en 37 weken zwangerschap hypertensie ontwikkelt, beoordeelt de gynaecoloog of u medicijnen moet gebruiken. Als u medicijnen gebruikt, zal de bevalling meestal bij 37 weken worden ingeleid. Dit gebeurt om complicaties bij u en uw baby te voorkomen. Als de bloeddruk ernstig verhoogd is of de aanvullende onderzoeken sterk afwijkend zijn, kan het noodzakelijk zijn om de bevalling al eerder in te leiden.

Situatie/bevalling bij hypertensie na minder dan 32 weken zwangerschap

Als u in een vroege termijn van de zwangerschap een hypertensie ontwikkelt, wordt u in veel gevallen verwezen naar een academisch ziekenhuis om een goed behandelplan op te stellen.

Na de bevalling

Zoals eerder vermeld in deze folder, geneest de hypertensie meestal vanzelf als u bevallen bent. De eerste twee dagen na de bevalling is extra waakzaamheid echter nog wel geboden. Er is namelijk een kleine kans dat de bloeddruk dan nog kan stijgen. Daarna wordt hij meestal vanzelf lager. Eventuele afwijkende bloeduitslagen verbeteren dan ook spontaan.

Bij lichte vormen van hypertensie krijgt u na de bevalling het advies om ongeveer 24 uur in het ziekenhuis te blijven voor controle van de bloeddruk. Hierbij speelt een rol of u al voor de bevalling opgenomen was, of er afwijkingen in het bloed- en/of urineonderzoek gevonden waren en natuurlijk ook hoe hoog de bloeddruk tijdens en na de bevalling was. Als u behandeld wordt met medicijnen of als de bloeddruk nog verhoogd is na de bevalling, wordt veelal geadviseerd om de bloeddruk in de kraamtijd extra te laten controleren door de huisarts of de verloskundige.

Als u weer naar huis mag, hoort u of u een controle afspraak moet (laten) maken bij uw eigen verloskundige of bij de gynaecoloog vijf tot zes weken na de bevalling.

Voor controle van een eventuele volgende zwangerschap na een lichte hypertensie kunt u gerust weer naar de verloskundige gaan, omdat de kans op zwangerschapshypertensie in een volgende zwangerschap klein is.

Deel 2. Ernstige zwangerschapshypertensie

Gelukkig komen de ernstige vormen van zwangerschapshypertensie, zoals HELLP syndroom en pre-eclampsie veel minder vaak voor dan hypertensie. Ernstige complicaties komen gelukkig ook maar zelden voor. Hieronder volgt vooral informatie over pre-eclampsie en HELLP syndroom. U kunt dit deel lezen als dit in uw situatie van toepassing is.

Pre-eclampsie

Wanneer er naast de hoge bloeddruk ook een abnormale hoeveelheid eiwit in de urine aanwezig is, spreekt men niet meer van zwangerschapshypertensie maar van pre-eclampsie. De kans op complicaties neemt dan toe. Het is dan beter dat u wordt opgenomen in het ziekenhuis. De ernst en het verloop van pre-eclampsie kunnen sterk wisselen. Sommige vrouwen hebben lange tijd weinig of geen klachten, andere worden in korte tijd ernstig ziek.

HELLP syndroom

Het HELLP syndroom is een ernstige vorm van pre-eclampsie. HELLP staat voor Hemolyse (afbraak van de rode bloedcellen), Elevated Liver enzymes (verhoogde leverenzymen) en Low Platelets (een laag aantal bloedplaatjes). Vrouwen met het HELLP-syndroom voelen zich meestal ziek. Vaak hebben zij ernstige pijn in de bovenbuik, soms met uitstraling naar de zijkant van de buik of de rug. Ook misselijkheid en hoofdpijn komen veel voor. De klachten kunnen in aanvallen optreden: ze verdwijnen vaak na enige tijd (uren tot dagen) om later weer terug te komen. Het HELLP-syndroom is dan ook een ernstig ziektebeeld waarvoor ziekenhuisopname noodzakelijk is.

Complicaties

Heel zelden treed er bij pre-eclampsie en HELLP syndroom een ernstige complicatie op. Het optreden van eclampsie (zwangerschapsstuipen/insult) is er daar een van. Hierbij is er sprake van trekkingen van armen en benen die lijken op een zogenoemde epileptische aanval. Ook kan er in zeer zeldzame situaties een bloeding optreden. Een enkele keer per jaar wordt bij patiënten met pre-eclampsie of HELLP syndroom een placenta loslating gezien.

Behandeling pre-eclampsie en HELLP syndroom

Bijna altijd worden er bij de behandeling van pre-eclampsie en HELLP syndroom medicijnen gegeven om de bloeddruk te verlagen. Hiermee kunnen complicaties grotendeels worden voorkomen. Deze medicijnen kunnen vaak in tablet vorm gegeven worden. Bij ernstiger vormen, worden de medicijnen via een infuus toegediend. De uiteindelijke ‘behandeling’ van een pre-eclampsie of HELLP syndroom is de bevalling.

Bloeddrukverlagende middelen

De medicijnen die door de gynaecoloog voorgeschreven worden zijn veilig om in de zwangerschap te gebruiken. Wel kunnen zij soms bijwerkingen geven. De bijwerkingen worden over het algemeen goed verdragen.

Middelen die veel in tablet vorm gebruikt worden in de zwangerschap zijn methyldopa (Aldomet®), labetolol (Trandate®) en nifedipine (Adalat®). Labetalol (Trandate®) kan ook via het infuus gegeven worden.

De belangrijkste bijwerkingen van deze bloeddrukverlagende middelen zijn hoofdpijn, slaperigheid, duizeligheid, hartkloppingen, misselijkheid en braken.

Medicatie die eclampsie (stuipen) kan voorkomen en stoppen

Een belangrijke behandeling bij pre-eclampsie en HELLP syndroom is het voorkomen van eclampsie (zwangerschapsstuipen). Hiervoor wordt via een infuus het medicijn Magnesiumsulfaat gegeven. Behandeling met Magnesiumsulfaat leidt bij veel vrouwen gedurende de eerste 30 minuten tot bijwerkingen: een sterk warmtegevoel, misselijkheid, braken en een raar gevoel in de keel en op de tong. Ook een brandend gevoel in de arm waarin het infuus zit komt vaak voor. Dit is vervelend, maar kan geen kwaad. Na 30 minuten nemen deze bijwerkingen sterk af.

Medicijnen die de longrijping van de baby versnellen

Als er een kans is dat de baby voor 34 weken geboren wordt, worden medicijnen toegediend die de longen van de baby sneller laten rijpen. De baby wordt op die manier beter voorbereid op de vroege termijn waarop hij geboren zal worden. Dit medicijn heet Celestone en valt in de groep corticosteroïden (bijnierschorshormonen). Deze medicijnen worden via een injectie aan de moeder toegediend.

De bevalling bij pre-eclampsie en HELLP syndroom

De enige manier om de oorzaak van zwangerschapshypertensie daadwerkelijk te behandelen is het beëindigen van de zwangerschap door de bevalling in te leiden. Alle andere behandelingen bestrijden alleen symptomen en proberen complicaties te voorkomen.

Bij ernstige pre-eclampsie, HELLP-syndroom en eclampsie wordt daarom vaak besloten om de bevalling in te leiden. Daarbij zijn de duur van de zwangerschap, de groei en de conditie van de baby en de conditie van de moeder uiteraard van belang. Als inleiden niet mogelijk is of als de conditie van de baby of de moeder dit niet toelaat, kan een keizersnede worden verricht. Vaak is een ruggenprik mogelijk. Soms is narcose veiliger, bijvoorbeeld bij afwijkende bloedstolling.

Als de geboorte plaatsvindt vóór 36 weken of als de baby te licht is, is na de geboorte opname op de couveuse afdeling noodzakelijk.

Overplaatsing naar een ander ziekenhuis

Soms is zeer intensieve zorg voor de moeder noodzakelijk, zoals bij zeer ernstige vormen van zwangerschapshypertensie en bij complicaties. Ook als er sprake is van complicaties bij een zwangerschapsduur van minder dan 32 weken, kan het noodzakelijk zijn om zorg te ontvangen in een gespecialiseerd ziekenhuis. Als deze gespecialiseerde zorg noodzakelijk is, dan zal de gynaecoloog u verwijzen naar een ander ziekenhuis.

Na de bevalling

Ook bij ernstige vormen van zwangerschapshypertensie zoals pre-eclampsie en HELLP-syndroom treedt na de bevalling spontane genezing op. Vrijwel altijd adviseert de gynaecoloog om na de bevalling een aantal dagen in het ziekenhuis te blijven. Naarmate de hypertensie ernstiger was, kan het herstel langer duren. Als u bloeddrukverlagende medicijnen hebt gekregen, moet u deze na de bevalling meestal nog enige tijd blijven gebruiken. Verreweg de meeste vrouwen die een ernstige vorm van zwangerschapshypertensie hebben gehad, zijn binnen twee weken na de bevalling weer thuis en herstellen uiteindelijk weer volledig.

Behalve de ernst van de zwangerschapshypertensie is voor het herstel ook van belang hoe u bevallen bent. Een kraamvrouw knapt na een gewone bevalling sneller op dan na een keizersnede.

Borstvoeding

U kunt ook bij ernstige zwangerschapshypertensie uw baby borstvoeding geven. Als u na de bevalling nog medicijnen gebruikt in verband met de bloeddruk, dan houdt de gynaecoloog rekening met uw wensen voor het geven van borstvoeding. Methyldopa, labetolol, nifedipine en magnesiumsulfaat komen slechts in kleine hoeveelheden in de moedermelk terecht en zijn onschadelijk (en dus veilig) voor de baby.

Als u veel te vroeg bevallen bent, kunt u de eerste tijd de voeding afkolven. Baby’s die veel te vroeg geboren zijn, kunnen de eerste tijd nog niet zelf drinken. Ze krijgen de voeding via een sonde, een dun slangetje dat in de maag wordt ingebracht.

Deel 3.
Herstel na de bevalling en eventuele volgende zwangerschap

Een moeilijke tijd

Welke naam er ook aan gegeven wordt: (ernstige) zwangerschapshypertensie, pre-eclampsie, eclampsie, HELLP-syndroom – het is voor u een emotioneel zware tijd. Vaak is er een plotselinge overgang van een normale, gezonde zwangerschap naar een periode met angst en zorgen. Het is vaak moeilijk te accepteren dat het lichaam ‘faalt’. Sommige vrouwen voelen zich hier - ten onrechte! – soms zelfs schuldig over.

Door het ernstig ziek zijn, kunt u zich soms niet alles herinneren. Uw partner maakt zich in deze periode vaak ernstige zorgen over moeder en kind en heeft tegelijkertijd vaak het gevoel er alleen voor te staan. U kunt te maken krijgen met een langdurige opname van de baby op een couveuse afdeling met de bijbehorende zorgen.

Het is voor het verwerkingsproces belangrijk dat u zo goed mogelijk geïnformeerd wordt over wat er met u gebeurt of is gebeurd. Bedenk daarom voordat u voor nacontrole komt bij de gynaecoloog, welke vragen u nog hebt of welke delen van uw herinnering nog onduidelijk zijn.

Na het ontslag

Als u een ernstige vorm van zwangerschapshypertensie hebt gehad kan het vele weken, zo niet maanden duren voordat u zich lichamelijk weer fit voelt. Ook emotioneel moet u herstellen van de zwangerschap, de bevalling en alle spanning daaromheen. De huisarts, de gynaecoloog of de kinderarts kan u hierin begeleiden. Contact met lotgenoten die iets dergelijks hebben meegemaakt, biedt vaak goede steun. De patiëntenvereniging Stichting HELLP-syndroom kan hierin bemiddelen.

Enige weken na het ontslag uit het ziekenhuis komt u terug bij de gynaecoloog op de polikliniek. De gynaecoloog controleert de bloeddruk en laat soms nog aanvullend bloedonderzoek naar de stolling en de stofwisseling doen.

Een volgende zwangerschap

Na een zwangerschap waarbij er sprake was van een milde pre-eclampsie en waarbij u na 37 weken zwangerschapsduur bent bevallen van een baby met een normaal gewicht, vindt er overleg over de begeleiding plaats. De verloskundige kan dan met de gynaecoloog overleggen of controle door de gynaecoloog tijdens de volgende zwangerschap gewenst is. Ook bij een milde pre-eclampsie komt u bij een volgende zwangerschap in aanmerking voor het gebruik van acetylsalicylzuur (Aspirine®) van week 12-36 van de zwangerschap. De kans op het ontwikkelen van pre-eclampsie wordt daarmee verkleind. Als u een keizersnede hebt gehad, hebt u bij een volgende bevalling altijd een medische indicatie voor de bevalling.

Bij zeer ernstige zwangerschapshypertensie, pre-eclampsie of HELLP syndroom is er een kleine kans op herhaling in een volgende zwangerschap. Het verloop is dan vaak minder ernstig. Een gesprek met de gynaecoloog voorafgaand aan een volgende zwangerschap geeft u informatie over wat u in een volgende zwangerschap kunt verwachten. De begeleiding van een volgende zwangerschap gebeurt door de gynaecoloog. Bij een nieuwe zwangerschap wordt aangeraden om tussen 12-36 weken van de zwangerschap acetylsalicylzuur (Aspirine®) in een lage dosering te gebruiken. Hiermee is de kans op het ontwikkelen van een pre-eclampsie en HELLP syndroom duidelijk verminderd. Ook een eventuele zus, of dochter van iemand die in het verleden pre-eclampsie of HELLP syndroom heeft doorgemaakt kan mogelijk in aanmerking komen voor deze behandeling. Zij kan dit met haar behandelaar in de zwangerschap bespreken.

Algemene adviezen voor de toekomst

Vrouwen die in de zwangerschap te maken hebben gehad met pre-eclampsie of HELLP syndroom, hebben op latere leeftijd een verhoogd risico op het ontwikkelen van hart- en vaatziekten. Daarom wordt geadviseerd om tijdens het 50e levensjaar een afspraak te maken met de huisarts. Hierbij wordt dan onder andere uw bloeddruk gemeten en gekeken naar andere risicofactoren voor het ontwikkelen van hart- en vaatziekten.

Meer informatie

Deze folder geeft informatie over het brede ziektebeeld ‘zwangerschapshypertensie’. Mocht u naar aanleiding van deze folder nog vragen hebben, aarzel dan niet ze met uw gynaecoloog of verloskundige te bespreken. De polikliniek Gynaecologie is bereikbaar via telefoonnummer 0485-84 55 60.

Patiëntenorganisaties

HELLP stichting

www.hellp.nl 
Deze stichting geeft onder meer informatie over ernstige vormen van zwangerschaps-hypertensie en organiseert lotgenotencontacten.

Care4Neo

www.care4neo.nl 
De stichting behartigt de belangen van de ouders waarvan hun kind direct na de geboorte wordt opgenomen in het ziekenhuis. Zij willen ouders van couveusekinderen een steuntje in de rug geven.

 


December 2021 – Versie 3
GYN014

 

Specialismen