Maasziekenhuis Pantein Gebouw avond
  1. Home
  2. Behandeling & onderzoek
  3. Screening op voorstadia van anuskanker (AIN)
Patiëntenfolder

Screening op voorstadia van anuskanker (AIN)

Hoge resolutie anascopie (HRA)

AIN (Anale Intra-epitheliale Neoplasie) is een verandering van het slijmvlies in en rond de anus. Er is dan sprake van onrustige cellen in het slijmvlies. Door het opsporen van deze onrustige cellen in de anus kunnen we mogelijk het risico op anuskanker verkleinen. In deze folder leest u hoe de screening verloopt.

Wat is AIN?

Met AIN (anale intra-epitheliale neoplasie) wordt bedoeld een verandering in het slijmvlies van de anus en in de huid rondom de anus. AIN is geen kanker, maar kan zich in sommige gevallen ontwikkelen tot kanker. AIN wordt veroorzaakt door het humaan papillomavirus (HPV), een virus dat bij vrouwen baarmoederhalskanker kan veroorzaken.

AIN is onder te verdelen in 3 niveaus van uitgebreidheid in de slijmvlieslaag:

  • AIN 1 of laaggradig AIN
  • AIN 2 of hooggradig AIN
  • AIN 3 of hooggradig AIN

Laaggradig AIN wordt over het algemeen gezien als een onschuldige aandoening. In veel gevallen zijn wratten op penis of vagina ook laaggradig. Van hooggradig AIN weten we dat het zich soms in de loop van de jaren kan ontwikkelen tot anuskanker.

Hooggradig AIN

Over het algemeen geeft hooggradig AIN geen klachten. Het gebeurt vaak dat hooggradig AIN spontaan verdwijnt. We kunnen echter niet voorspellen of hooggradig AIN zich in de loop van de jaren ontwikkeld tot kanker.

Hooggradig AIN wordt gezien als een voorstadium van anuskanker, wat betekent dat het (nog) geen kanker is. Anuskanker is een zeldzame aandoening. Wetenschappelijk is aangetoond dat de behandeling van hooggradige AIN het risico op anuskanker verkleind. Na de screening kan er een behandeling en/of regelmatige controles aangeboden worden.

Hoe kunt u zich voorbereiden op de screening?

We vragen u om 24 uur voorafgaand aan de screening:

  • Geen anale seks te hebben
  • Niet anaal te spoelen. Dit kan de resultaten van de screening beïnvloeden.

Als u bloedverdunners gebruikt, mag u deze blijven gebruiken zoals u gewend bent.

De screening

Deze eerste afspraak duurt 45 minuten. De arts of verpleegkundig specialist geeft u uitleg over de reden van de screening, wat het doel is en hoe de screening verloopt. De arts of verpleegkundig specialist stelt u ook nog een aantal vragen ter voorbereiding op de screening. Het kan zijn dat de u gevraagd wordt mee te doen aan wetenschappelijk onderzoek. In dat geval heeft u misschien van te voren al extra informatie ontvangen.

Daarna wordt u gevraagd om uw broek en onderbroek tot op de knieën te laten zakken. U mag uw schoenen aanhouden tijdens de screening. U gaat op uw linkerzij op de onderzoeksbank liggen. De arts of verpleegkundig specialist wordt altijd geassisteerd door een spreekuurassistente.

De screening verloopt in een aantal stappen:

Anale uitstrijk

De arts of verpleegkundig specialist maakt een anale uitstrijk. Het doel hiervan is om cellen te verzamelen voor verder onderzoek.

Rectaal toucher

U krijgt een ‘rectaal toucher’ waarbij de arts of verpleegkundig specialist met een vinger de binnenkant van de anus controleert. Sommige afwijkingen zijn beter voelbaar dan zichtbaar.

De proctoscoop

Om de binnenkant van de anus te bekijken, brengt de arts of verpleegkundig specialist met glijmiddel een proctoscoop in de anus in. Dit is een plastic buisje van 10 tot 15 cm lang. Daarna plaatst de arts of verpleegkundig specialist een wattenstokje met azijnzuur in de anus. Dit kan koud en soms wat branderig aanvoelen. Daarnaast kunt u een gevoel van loze aandrang krijgen.

De proctoscoop wordt uit de anus gehaald en het wattenstokje met azijnzuur blijft 2 minuten zitten om in te werken. Na deze 2 minuten bekijkt de arts of verpleegkundig specialist eerst de buitenkant van de anus met een colposcoop (een soort microscoop) om eventuele afwijkingen tot in detail te kunnen bekijken. Daarna wordt de proctoscoop opnieuw ingebracht in de anus om met de colposcoop eventuele afwijkingen aan de binnenkant van de anus tot in detail te kunnen bekijken.

Afwijkingen

Als de arts of verpleegkundig specialist een mogelijke afwijking ziet, dan wordt daar een biopt (‘hapje weefsel’) ter grootte van ongeveer 3 mm genomen. Bij de meeste mensen worden er biopten genomen.

Biopt aan buitenkant van de anus (perianaal)

Als de arts of verpleegkundig specialist aan de buitenkant van de anus een biopt neemt, wordt de huid eerst verdoofd. Dit gebeurt met een injectie. U voelt na de verdoving nog wel druk, maar u ervaart geen pijn meer. Een biopt aan de buitenkant gebeurt met een stansbiopteur. Dit is te vergelijken met een klein appelboortje. Dit boortje maakt een stukje huid los waarna het pijnloos kan worden weggehaald.

Biopt aan binnenkant van de anus (intra-anaal)

Een biopt aan de binnenkant van de anus gebeurt met een biopteur. Dit is een tang met aan het uiteinde een knijpertje. Voordat de arts of verpleegkundig specialist een biopt neemt, wordt eerst de plek met een spray verdoofd.

Na het biopt

Na het nemen van een biopt kan de huid of het slijmvlies bloeden. De arts of verpleegkundig specialist verzorgt de plekjes waar een biopt is genomen. Dat betekent dat u na de HRA screening nog wel klachten kunt hebben van anaal bloedverlies. U krijgt een verband mee om te voorkomen dat er eventueel bloed in uw kleding komt.

Gemiddeld hebben mensen tot twee dagen na de HRA screening nog klachten van anaal bloedverlies. Bij sommige mensen kan het bloedverlies tot een week na de screening duren. Schrik hier niet van. Dit is een normaal effect na de HRA screening.

Als er sprake is van te veel bloedverlies met veel stolsels, dan is het belangrijk dat u contact opneemt met uw arts of verpleegkundig specialist. Daarvoor kunt u op werkdagen bellen naar de polikliniek Chirurgie van het Maasziekenhuis via telefoonnummer is 0485-84 53 35.

Wij raden u aan om tot in ieder geval drie dagen na de HRA screening geen ontvangende anale seks te hebben.

Pathologisch onderzoek van het biopt

De biopten worden in een potje gedaan met bewaarvloeistof. Dit weefsel wordt naar de patholoog gestuurd die het biopt onderzoekt. De patholoog stelt vast of er AIN aanwezig is en in welke gradatie. Na twee weken krijgt u telefonisch de uitslag van het biopt.

Als er sprake is van AIN

Als er AIN is gevonden, betekent dat niet dat u anuskanker heeft of zult krijgen.

Bij laaggradig AIN (AIN 1) wordt er geen behandeling geadviseerd (zie ook ‘Wat is AIN?’). U krijgt na een jaar weer een oproep voor een HRA screening.

Bij hooggradig AIN (AIN 2 of 3) wordt wel een behandeling geadviseerd.

Meer informatie leest u in de folder Behandeling van Anale Intra-epitheliale Neoplasie

Afspraak maken of verzetten

De HRA screening vindt plaats op de polikliniek Chirurgie van Maasziekenhuis Pantein in Beugen. Als u een HRA screening wil laten doen, dan krijgt u een verwijzing van uw internist of verpleegkundig specialist. Na verwijzing ontvangt u een uitnodiging met de datum en de tijd van de afspraak. Als u een afspraak wilt verzetten, kan dat via de website of telefonisch via de polikliniek Chirurgie. Het telefoonnummer is 0485-84 53 35.

Vragen

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen, dan kunt u deze stellen aan uw behandelend arts of verpleegkundig specialist. U kunt ook contact opnemen met de polikliniek Chirurgie van het Maasziekenhuis. Het telefoonnummer is 0485-84 53 35.

Als u al eerder een HRA screening heeft gehad, dan kunt u met vragen of bij klachten na de screening contact opnemen met uw behandelend arts of verpleegkundig specialist in Maasziekenhuis Pantein via telefoonnummer 0485-84 53 35.

Specialismen