1. Home
  2. Behandeling & onderzoek
  3. Implantaten
Patiëntenfolder

Implantaten

Waarom implantaten?

Als u tanden of kiezen mist, kan een implantaat een oplossing zijn. Een implantaat is een kunstmatige vervanging van een tandwortel. Daarmee kan een kunsttand of kunstkies stevig vastgezet worden. Zo kunt u weer goed eten, praten en lachen.

Uw eigen tanden zijn altijd het beste. Een implantaat is een goed alternatief, maar vraagt wel om goede mondverzorging. Alleen als u uw mond dagelijks goed schoonmaakt, kan een implantaat lang meegaan.

Wat is een implantaat?

Een implantaat is een klein schroefje dat in het kaakbot wordt geplaatst. Het is meestal gemaakt van titanium, een metaal dat veilig is en goed door het lichaam wordt verdragen. Het implantaat neemt de taak van een tandwortel over. Hierop kan een kroon (nep-tand), brug of kunstgebit worden vastgezet.

Wanneer zijn implantaten zinvol?

  • Als een kunstgebit niet goed blijft zitten. Vooral bij een onderkaak kan een kunstgebit los gaan zitten. Met implantaten kan een kunstgebit worden vastgeklikt. Dit heet een overkappingsprothese.
  • Als u een vaste oplossing wilt. Soms kan een brug worden gemaakt die vastzit op meerdere implantaten. Dit lijkt het meest op een echt gebit, maar is ook duurder.
  • Als u één tand mist. Dan kan daar een implantaat geplaatst worden met een losse kroon. Zo blijven de tanden ernaast onbeschadigd.

Wanneer is een implantaat niet mogelijk?

Soms kan een implantaat niet geplaatst worden, bijvoorbeeld:

  • Als er te weinig kaakbot aanwezig is.
  • Als u uw tanden en implantaten niet goed schoon kunt of wilt houden.
  • Als u ernstige gezondheidsproblemen heeft of veel rookt, drinkt of bepaalde medicijnen gebruikt.

De kaakchirurg bespreekt altijd eerst of implantaten in uw situatie mogelijk zijn.

Hoe gaat de behandeling?

De behandeling gaat in stappen:

  1. Onderzoek: De kaakchirurg en tandarts onderzoeken uw mond en maken foto’s. Samen bekijken zij of implantaten geschikt zijn voor u.
  2. Voorbereiding: Soms moet eerst iets bij de tandarts worden gedaan, bijvoorbeeld een bestaande prothese aanpassen.
  3. Plaatsen van het implantaat: Onder plaatselijke verdoving maakt de kaakchirurg een sneetje in het tandvlees en plaatst het implantaat in het kaakbot. Daarna wordt het tandvlees weer dichtgemaakt. Na de behandeling mag u naar huis. Als u pijn heeft na de behandeling, kunt u hiervoor pijnstillers nemen, bijvoorbeeld paracetamol.
  4. Koelen: Na de behandeling kunt u zwelling tegengaan door de wang te koelen met ijs.
  5. Ingroeien: Het bot moet vastgroeien aan het implantaat. Dit duurt 2 tot 6 maanden. De bestaande gebitsprothese kan meestal gewoon gedragen worden.
  6. Plaatsen van opbouw: Na de genezing wordt een opbouw op het implantaat gezet. Dit is een stukje metaal dat boven het tandvlees uitkomt.
  7. Nieuwe tand of prothese maken: Uw tandarts maakt een kroon, brug of kunstgebit dat op het implantaat past. Hiervoor zijn meestal meerdere afspraken nodig.
  8. Controle: Na enkele maanden komt u op controle bij de kaakchirurg. Het is belangrijk dat u implantaten goed schoonhoudt. Ook blijft u regelmatig bij uw eigen tandarts komen.

Hoe succesvol is de behandeling?

De kans op succes is groot: meer dan 90% van de implantaten blijft langdurig goed zitten. Soms gaat een implantaat toch los. Dit kan meestal eenvoudig verwijderd worden en later opnieuw geplaatst.

Een goed resultaat hangt ook af van:

  • Elke dag uw mond goed schoonmaken.
  • Niet roken, want dit verkleint de kans op succes.

Meer informatie

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, neemt u dan contact op met polikliniek Chirurgie op telefoonnummer 0485-84 53 35.