Maasziekenhuis Pantein Buiten
  1. Home
  2. Behandeling & onderzoek
  3. Delier, acuut optredende verwardheid
Video's

Delier, acuut optredende verwardheid

Bij mensen met een ziekte komt acute verwardheid ofwel delirium (delier) regelmatig voor. Dit is geen onschuldig verschijnsel. Het wijst er meestal op dat er iets ernstigs aan de hand is dat onderzocht en behandeld moet worden. Het is belangrijk om te weten dat deze vorm van verwardheid tijdelijk is. Als de lichamelijke situatie verbetert zal de verwardheid afnemen. De patiënt zelf heeft meestal niet door dat hij verward is, maar de omgeving des te meer. De video en folder hieronder legt uit wat een delier is en hoe u de patiënt kunt ondersteunen.

Om de video te kunnen bekijken dient u de cookies te accepteren. 

 

Verschijnselen

Een delier ontstaat vrij plotseling, vaak binnen enkele uren tot dagen. Per dag kunnen de verschijnselen wisselen in ernst. ’s Avonds en ’s nachts verergeren ze meestal. Overdag kunnen ze verminderen of zelfs helemaal verdwenen zijn.

Bij iemand met een delier kunnen de volgende verschijn-selen optreden:

  • Een verminderd besef van de omgeving.
  • Niet goed kunnen concentreren.
  • Niet logisch en onsamenhangend denken.
  • Onsamenhangend spreken of nauwelijks of niet meer praten.
  • Wisselende geheugenstoornissen.
  • Gedesoriënteerd zijn, niet weten welke dag het is of waar men is.
  • Dingen zien die er niet zijn.
  • Bekenden niet meer herkennen.
  • Onrustig gedrag of juist afwezig en teruggetrokken gedrag.
  • Snelle of onvoorspelbare stemmingswisselingen hebben.
  • Een verstoord slaap-waakritme.

Oorzaken

Acuut optredende verwardheid ofwel een delier betekent dat de hersenfunctie verstoord is geraakt. Dit wordt meestal veroorzaakt door een of meerdere lichamelijke factoren:

  • ‘grote’ operaties,
  • infecties en/of koorts,
  • ziekten aan hart of longen,
  • hersenletsel,
  • vitaminegebrek,
  • stofwisselingstoornissen of hormoonstoornissen,
  • het gebruik van verschillende geneesmiddelen tegelijk,
  • plotseling staken van overmatig alcoholgebruik of andere verslavende middelen.

Ook kan stress, angst, of te weinig slaap bijdragen aan het ontstaan van de verwardheid.

Patiënten die ouder zijn dan 60 jaar en patiënten met cognitieve stoornissen hebben een hoger risico om acuut verward te raken.

Behandeling

Behandeling van een delier is te onderscheiden in:

  • Behandeling van de oorzaken van het delier.
    De behandelend arts zal proberen zo snel mogelijk de oorzaken van het delier vast te stellen en te behandelen.
  • Behandeling van de verschijnselen van het delier.
    Voor de behandeling van de verschijnselen van het delier en advies over ondersteunende maatregelen wordt vaak (met name bij ouderen) een klinisch geriater ingeschakeld. Een psychiater kan ook worden ingescha-keld. Voor de verschijnselen van het delier zoals onrust, angst, waanideeën en hallucinaties worden medicijnen ter verlichting toegediend. Welke medicijnen en in welke dosering hangt af van de ernst van de verschijnselen. Zodra de verschijnselen over zijn wordt het toedienen van deze medicijnen weer afgebouwd.
  • Ondersteunende maatregelen van begeleiders en verpleging.

Hoe kunt u de patiënt steunen?

  • Bied zoveel mogelijk herkenningspunten aan: zeg wie je bent, wat je komt doen, welke dag het is, hoe laat het is.
  • Probeer de patiënt te betrekken in het hier en nu. Dit kunt u doen door een krant mee te nemen of een foto van bijvoorbeeld het gezin of de partner.
  • Zorg voor een rustige omgeving, beperk het aantal mensen om hem heen.
  • Laat de patiënt zo min mogelijk alleen.
  • Spreek rustig en in korte duidelijke zinnen.
  • Let erop dat de patiënt zijn bril/gehoorapparaat gebruikt.
  • Zorg voor een normale dagindeling.
  • Zorg dat de patiënt zicht heeft op een klok en een kalender.
  • Zorg voor goede verlichting, doe ’s nachts eventueel een lampje aan.
  • Als de patiënt dingen ziet, hoort of ruikt die er niet zijn, ga daar niet tegenin, maar toon begrip en zeg hoe u de werkelijkheid ziet. Als dit geen effect heeft laat het onderwerp dan rusten.
  • Wek geen achterdocht door te fluisteren of deuren op slot te doen.
  • Zorg dat hij zich niet kan verwonden of kan vallen.
  • Realiseert u zich dat het niet mogelijk is afspraken te maken met een patiënt met een delier.

Tot slot

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, neemt u dan contact op met de poli Klinische Geriatrie op telefoonnummer 0485-84 57 56.

Team Klinische Geriatrie van het Maasziekenhuis Pantein.

* leesnoot: waar hij of hem staat kunt u ook zij of haar lezen.

 

November 2019 – Versie 2
GER003