
- Home
- Behandeling & onderzoek
- Chemotherapie, immunotherapie en/of doelgerichte therapie behandelwijzer
Patiëntenfolder
Chemotherapie, immunotherapie en/of doelgerichte therapie behandelwijzer
-
Belangrijke telefoonnummers bij vragen, klachten of problemen
-
De behandeling
-
Bijwerkingen
-
Behandeling met chemotherapie
-
Behandeling met immunotherapie
-
Alarmsignalen bij immunotherapie
-
Behandeling met doelgerichte therapie (targeted therapy)
-
Algemene aandachtspunten en adviezen
-
Wanneer neemt u contact op met het ziekenhuis?
-
Hygiënische maatregelen en adviezen
-
Belangrijk om te weten
-
Meer informatie
-
Specialismen
In overleg met uw behandelend arts heeft u besloten om een behandeling met chemotherapie en immunotherapie en/of doelgerichte therapie (targeted therapy) te ondergaan. U krijgt veel informatie over deze behandeling van uw arts, verpleegkundigen en casemanager. In deze behandelwijzer kunt u alle informatie nog eens rustig nalezen.
Uw specialist is dr. …………………………………………………………
Uw casemanager is…………………………………………………………
Belangrijke telefoonnummers bij vragen, klachten of problemen
Afdeling B1, route 101
Telefoonnummers:
- Verpleegkundige afdeling B1: 0485-84 55 27
De verpleegafdeling is bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 08.00 uur tot 16.30 uur. - Poli Oncologie-Hematologie: 0485-84 55 26
De poli Oncologie-Hematologie is bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 08.30 uur tot 11.30 uur en van 13.30 uur tot 16.00 uur. En alleen voor spoedzaken van 11.30 uur tot 13.30 uur en van 16.00 uur tot 16.30 uur. - Poli longgeneeskunde: 0485-84 53 95
De poli Longgeneeskunde is bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 08.30 uur tot 11.30 uur en van 13.30 uur tot 16.00 uur. En alleen voor spoedzaken van 11.30 uur tot 13.30 uur en van 16.00 uur tot 16.30 uur. - Spoedeisende Hulp (SEH): 0485-84 53 31
‘s Avonds en ‘s nachts tussen 16.30 uur en 08.00 uur, in het weekend en op feestdagen kunt u bij vragen, klachten of problemen contact opnemen met de Spoedeisende Hulp.
- Casemanager: bereikbaarheid zie folder Casemanager.
De behandeling
Meestal wordt de chemotherapie, immunotherapie en/of doelgerichte therapie toegediend volgens een vastgesteld schema. Hierna volgt een rustperiode. De periode van toediening en rust wordt één cyclus genoemd. Een cyclus wordt een aantal keren herhaald.
Uw arts, verpleegkundigen en casemanager informeren u uitvoerig over de therapie die u krijgt, de wijze van toedienen en het aantal cyclussen die u krijgt. De specifieke informatie van uw behandeling krijgt u ook uitgereikt zodat u het rustig kunt nalezen.
De medicijnen kunnen op verschillende manieren worden ingenomen of toegediend.
- Via de mond (oraal): inname van tabletten of capsules.
- Via de huid: met een injectie onder de huid of in een spier.
- Rechtstreeks in een ader: met een infuus in de arm of via een onderhuidse infuuspoort (port-a-cath).
Chemo-, immunotherapie en/of doelgerichte therapie wordt als een gecombineerde behandeling toegediend. Het kan ook worden gegeven in combinatie met andere behandelingen zoals hormonale (endocriene) therapie.
Bijwerkingen
Chemotherapie, immunotherapie en doelgerichte therapie kunnen ieder afzonderlijk hun specifieke bijwerkingen geven (deze informatie staat verderop in de behandelwijzer).
Niet iedereen heeft last van bijwerkingen of dezelfde bijwerkingen. Daarnaast is de mate van bijwerkingen per patiënt verschillend. Als bijwerkingen in een vroeg stadium worden opgemerkt en behandeld kunnen ze vaak helemaal verdwijnen.
Van welke bijwerkingen u last krijgt, hangt af van:
- de soort behandeling;
- de dosis;
- de duur van de behandeling;
- de combinatie met andere medicijnen;
- uw gevoeligheid voor bijwerkingen.
Voor de start van de behandeling krijgt u uitleg over de mogelijke bijwerkingen. Het is belangrijk dat u ook de uitgereikte specifieke informatie van deze behandeling leest.
Tevens kunt u informatie opzoeken op www.bijwerkingenbijkanker.nl
Het is belangrijk dat u de bijwerkingen bespreekt met uw arts, (oncologie)verpleegkundige of casemanager. Zij kunnen altijd met u meedenken in mogelijke oplossingen om de bijwerking(en) te voorkomen of tegen te gaan. Behandel bijwerkingen altijd in overleg met uw arts, verpleegkundige of casemanager!
Behandeling met chemotherapie
Chemotherapie is een behandeling van kanker met medicijnen die de celdeling remmen, ook wel cytostatica genoemd. Na toediening komen de cytostatica in het bloed terecht. Via het bloed worden zij door het hele lichaam verspreid en kunnen zij kankercellen vrijwel overal in het lichaam bereiken. Cytostatica grijpen in op het ontwikkelingsproces van kankercellen en remmen de celdeling of ruimen de cellen op.
Er zijn tientallen verschillende soorten cytostatica. Afhankelijk van de soort kanker kunnen één of meerdere cytostatica gebruikt worden voor de behandeling.
Specifieke bijwerkingen bij chemotherapie
Cytostatica hebben niet alleen invloed op kankercellen, maar ook op gezonde cellen in het lichaam. Vooral snel-delende gezonde cellen, bijvoorbeeld huid-, haarcellen, slijmvliezen, nagels etc. kunnen worden aangetast door de cytostatica. Dit zijn bijwerkingen die kunnen optreden bij de behandeling met cytostatica. De bijwerkingen kunnen per chemomiddel, maar ook per persoon heel verschillend zijn. Het optreden van bijwerkingen en de mate waarin, zegt niets over het effect van de behandeling op uw ziekte.
Behandeling met immunotherapie
Alle mensen hebben een afweersysteem (immuunsysteem) om het lichaam te beschermen. Het immuunsysteem kan kankercellen herkennen en doden. Maar dit gebeurt niet altijd, want kankercellen kunnen je immuunsysteem misleiden. Dan worden de kankercellen niet opgeruimd en kan er een tumor ontstaan. Immunotherapie probeert dit te herstellen door het immuunsysteem actiever te maken en dan kan het de kankercellen aanvallen. Door de immunotherapie is de kans kleiner dat de kanker terugkomt of blijft de ziekte langer onder controle.
Er bestaan verschillende vormen van immunotherapie. Ook zijn er veel verschillende soorten immunotherapie. Ze werken allemaal anders, omdat het afweersysteem op verschillende manieren gestimuleerd kan worden. Welke behandeling met immunotherapie u krijgt hangt af van het type kanker dat u heeft. Niet de ernst van de ziekte, maar de ziekte zelf is bepalend in de keuze van het soort immunotherapie. Uw behandelend arts bespreekt met u voor welke soort immunotherapie u in aanmerking komt.
U kunt op de volgende website een filmpje terugkijken waar u meer informatie krijgt over de werking van immunotherapie: www.kanker.nl/immunotherapie
Specifieke bijwerkingen bij immunotherapie
Bijwerkingen van immunotherapie kunnen mogelijk te maken hebben met het te actief zijn van het eigen afweersysteem. Bijwerkingen kunnen direct na toediening ontstaan of zelfs enkele weken tot maanden na de toediening.
Het gebeurt soms dat immunotherapie niet alleen de kankercellen aanvalt, maar ook het eigen lichaam. Organen in je lichaam kunnen daardoor ‘ontstoken raken’. We spreken dan van een auto-immuunreactie. Het kan elk orgaan van uw lichaam betreffen waardoor de bijwerkingen veelzijdig kunnen zijn en de klachten (in eerste instantie) onschuldig kunnen lijken zoals jeuk, buikpijn en diarree. Er kunnen ook andere oorzaken zijn die dezelfde klachten geven, maar het is belangrijk dat bij klachten steeds door uw arts uitgesloten wordt of het gaat om een auto-immuunreactie!
Tijdig reageren helpt om de immuunreactie correct te kunnen behandelen en te voorkomen dat een immuunreactie tot ernstige complicaties leidt.
Alarmsignalen bij immunotherapie
Bij de volgende tekenen of klachten neemt u direct contact op:
- Koorts: temperatuur boven 38,5 graden Celsius en/of koude rillingen;
- Kortademigheid: (acute) benauwdheid; moeite met ademhalen; hoesten; keelpijn;
- Afwijkend ontlastingspatroon: (waterdunne) diarree of buikloop; frequent vloeibare ontlasting; bloed en/of slijm bij de ontlasting; buikpijn/-krampen; veranderde kleur van de ontlasting;
- Huidreacties: huiduitslag zoals puistjes, rode puntjes (rash), blaasjes; jeuk; geel worden van de huid;
- Oog- en gehoorklachten: geel worden van het oogwit; slechter, wazig en/of dubbel zien; rode en pijnlijke ogen; slechter horen of pijnlijke oren;
- Klachten bij het plassen, afwijkende urine: pijn; bloed in de urine; minder of niet meer plassen; veranderde kleur van de urine;
- Hoofdpijn die niet overgaat of ongewone hoofdpijn;
- Buikpijn: hevige buikkrampen; pijn ter hoogte van de lever (rechts van de maagstreek);
- Spier-/gewrichtsklachten: pijn; stijfheid; warme en gezwollen gewrichten;
- Ongewone vermoeidheid: sufheid; lusteloosheid; (spier)zwakte; concentratieproblemen;
- Extreme dorst;
- Hartklachten: hartkloppingen, pijn op de borst;
- Veranderde stemming: gedeprimeerd voelen; geen controle over emoties hebben; aanhoudend geïrriteerd of opvliegend zijn; angst of paniekaanvallen; slaapproblemen; constant piekeren; geen rust vinden;
- Uitdroging of extreem gewichtsverlies: gewichtsverlies zonder dat uw eetpatroon is veranderd of ondanks méér eetlust; weinig tot niets kunnen eten en of drinken; aanhoudend braken.
Behandeling met doelgerichte therapie (targeted therapy)
Kanker kan groeien omdat de kankercellen zichzelf maar blijven delen. Dit komt omdat er in de cellen afwijkingen zijn ontstaan: ze zijn kwaadaardig geworden.
De medicijnen bij doelgerichte therapie moeten ervoor zorgen dat de kankercellen stoppen met delen, dus stoppen met groeien. Ze remmen het signaal dat de cellen nodig hebben om in actie te komen. Of ze remmen de groeifactoren: de stoffen die de cel nodig heeft om te groeien. Daarom heten de medicijnen vaak ‘remmer’. Doelgerichte therapie is dan ook niet één soort behandeling. Het is een verzamelnaam voor verschillende behandelingen. Iedere behandeling werkt op een andere manier, maar ze hebben allemaal als doel om de groei van de kankercellen te stoppen.
De behandeling heet doelgericht, omdat de medicijnen direct naar de kankercellen gaan. Het heeft daardoor niet of nauwelijks invloed op de andere, gezonde cellen in uw lichaam.
De gezonde cellen hebben daardoor minder last van de behandeling en kunnen op een gezonde manier blijven delen en groeien. U kunt op de website www.kanker.nl meer informatie vinden over doelgerichte therapie.
Specifieke bijwerkingen bij doelgerichte therapie
De bijwerkingen verschillen per soort doelgerichte therapie.
Enkele bijwerkingen kunnen zijn:
- maag- en darmklachten;
- minder zin in eten, minder smaak;
- diarree of juist verstopping;
- rommelende darmen;
- hoge bloeddruk;
- slechtere wondgenezing;
- infecties;
- koorts, griepachtig gevoel;
- trombose;
- vermoeidheid;
- veranderingen aan uw huid zoals rode uitslag, jeuk of eeltvorming;
- veranderingen aan uw haar, bijvoorbeeld dat uw haar wit wordt;
- veranderingen aan uw nagels, bijvoorbeeld verkleuring van uw nagels, afbrokkelende nagels of afwijkingen aan uw nagelriem.
Algemene aandachtspunten en adviezen
Afvallen, misselijkheid of braken
Misselijkheid en braken kwamen vroeger vaker voor bij een oncologische behandeling, voornamelijk bij chemotherapie. Met de behandelingen met immuno- of doelgerichte therapie is dit minder aan de orde. Met de huidige preventieve medicatie is misselijkheid goed te verminderen of te voorkomen.
Van belang is dat u op gewicht blijft tijdens de behandeling. Als u last heeft van misselijkheid en/of braken, verminderde eetlust, zwaar gevoel op de maag, onvoldoende drinken/uitdroging of juist veel dorst hebben, vragen wij u dit te melden. De oorzaak moet altijd beoordeeld worden door uw arts, verpleegkundige of casemanager!
De mate van klachten kunnen per middel en per patiënt verschillend zijn. Afhankelijk van de mate van misselijkheid kunnen er eventueel ook (extra) medicijnen voorgeschreven worden. Soms kan de verpleegkundige u nog andere opties aanbieden om de misselijkheid tegen te gaan, bijvoorbeeld tapen tegen de misselijkheid.
Enkele tips wat u zelf kunt doen bij een verminderde eetlust en om misselijkheid en braken te verminderen of te voorkomen, zijn:
- Forceer het eten niet, haal de ‘schade’ in door tussen de cyclussen door goed te eten.
- Eet op tijdstippen dat u minder misselijk bent, zelfs ’s nachts als u wakker bent.
- Het is belangrijk dat u veel drinkt, omdat er extra afvalstoffen uit uw lichaam moeten worden verwijderd. Drink dagelijks minimaal 1,5 tot 2 liter vocht (water, bouillon, thee, koffie). Te weinig drinken kan een misselijk gevoel vergroten.
- Stem de grootte van de maaltijd af op uw eetlust.
- Eet meerdere keren per dag een kleine portie, bijvoorbeeld elke 2 uur. Een lege maag kan ook een misselijk gevoel geven. De aanblik van een groot bord vol eten is vaak ontmoedigend.
- Breng zoveel mogelijk afwisseling aan in uw voeding. Wissel af in kleur, temperatuur en smaak zoals hartig, zoet, zout, zuur. Wissel af in warm en koud en in vloeibare en vaste voeding.
- Als u heeft overgegeven, laat de maag dan weer langzaam wennen aan vast voedsel. Neem bijvoorbeeld een biscuitje.
Smaakverandering, verminderde eetlust en voeding
Smaakverandering kan leiden tot verminderde eetlust. Het is van belang om afvallen te voorkomen en daarbij is goede voeding belangrijk, met voldoende energie, eiwitten, vocht, vitamines en mineralen. Op de website www.wkof.nl leest u tips en adviezen hoe u een gezonde maaltijd kunt samenstellen.
Op de website www.voedingenkankerinfo.nl worden vragen beantwoord over voeding en de preventie van kanker, voeding rondom de behandeling van kanker en voeding na de behandeling van kanker.
Als er sprake is van teveel gewichtsafname of als er begeleiding op het gebied van voeding gewenst is, kan voor u een afspraak bij de diëtist gemaakt worden. In de folder “Geur en smaak” leest u tips hoe u met smaakverandering kunt omgaan. Deze folder kan de verpleegkundige u uitreiken.
Probeer zelf uw voeding energierijker te maken door:
- Volvette producten te gebruiken;
- Ruim beleg op uw boterham te doen;
- Regelmatig een tussendoortje te gebruiken (vla, yoghurt, kwark, kaas, worst, slaatje, krentenbol, ontbijtkoek, cracker, beschuit, chocolaatje, tosti, noten(reep) enzovoort).
Irritaties of ontsteking van het mondslijmvlies
Irritaties en veranderingen in het mondslijmvlies kunnen zijn:
- gevoelig tandvlees;
- roodheid;
- pijn bij het eten en drinken;
- pijn bij het indoen van de gebitsprothese;
- bloedend slijmvlies;
- een beslagen tong;
- zwelling van het mondslijmvlies;
- aften.
Het is de bedoeling dat u gedurende de behandeling voldoende aandacht aan de mondverzorging besteedt. Dit kan de kans op bovenstaande problemen verminderen.
Tips voor een goede mondverzorging:
- Poets uw tanden 2 tot 4 keer per dag met een fluoride tandpasta. Gebruik hiervoor een zachte tandenborstel, eventueel een elektrische tandenborstel. Reinig de borstel na gebruik met water en laat de borstel drogen door de borstel met de kop omhoog te zetten.
- Spoel regelmatig uw mond met water: 4 tot 10 keer per dag. Spoel na het eten (en braken).
- Als u ’s nachts wakker wordt, spoel dan extra uw mond met water.
- Houd uw lippen schoon en vettig met vaseline of een lippenbalsem.
- Reinigen tussen de tanden (flos, tandenstoker, rager) doet u alleen als u dit al gewend was om te doen en als u dit kunt uitvoeren zonder dat uw tandvlees gaat bloeden.
- Bij een gebitsprothese: ’s nachts niet dragen (zo krijgen de slijmvliezen rust) en de prothese droog bewaren. Voor het terugplaatsen in de mond spoelt u de prothese af met water.
- Als uw mondslijmvlies geïrriteerd is, dan is het advies om uw gebitsprothese zo min mogelijk te dragen.
Als u last heeft van een droge mond:
- Extra spoelen met water: 10 tot 15 keer per dag.
- Kauwen op suikervrije kauwgum.
- Als u veranderingen merkt aan uw mondslijmvlies is het verstandig contact op te nemen met de verpleegkundige.
Vermoeidheid, verminderde energie, bewegen
U kunt merken dat u tijdens de behandeling minder energie heeft, sneller vermoeid raakt en emotioneler kunt zijn. Vermoeidheid kan ook onvoorspelbaar opzetten. Probeer voldoende te bewegen en uw conditie zo optimaal mogelijk te houden, zowel tijdens als na de behandeling.
Meer informatie en adviezen omtrent bewegen kunt u lezen in de folder Bewegen en kanker. Deze folder kan de verpleegkundige u uitreiken.
Het is ook mogelijk om te bewegen onder begeleiding van een oncologische fysiotherapeut. Zie hiervoor de site www.verwijsgidskanker.nl. Raadpleeg uw ziektekostenverzekering qua vergoedingen. De verpleegkundige regelt een machtiging indien u gebruik wenst te maken van oncologische fysiotherapie.
Meld en bespreek klachten van “ongewone vermoeidheid” ook altijd met uw behandelend arts, verpleegkundige of casemanager. Denk hierbij aan klachten zoals minder goed kunnen concentreren en sufheid. Niet alleen lichamelijk moe of uitgeput voelen, maar ook mentaal of emotioneel. Het is van belang om de oorzaak van deze klachten te achterhalen en een auto-immuunreactie uit te laten sluiten.
Algemene adviezen bij vermoeidheid kunnen zijn:
- Maak een overzichtelijke dagindeling als u moeite hebt om de dagen door te komen.
- Stel prioriteiten en doe alleen wat u echt belangrijk vindt.
- Zorg voor een goede balans tussen rust en activiteit.
- Durf ‘nee’ te zeggen.
- Probeer uw conditie op peil te houden door voldoende beweging zoals wandelen, fietsen, zwemmen, sporten enzovoort. Een goed lichamelijk en fysiek welzijn heeft positieve invloed op uw algeheel welbevinden en geeft minder kans op bijwerkingen.
- Zorg voor voldoende afleiding en ontspanning. Activiteiten waaraan u plezier beleeft kunnen een positief effect hebben op uw vermoeidheid.
Verandering van het ontlastingspatroon
Bespreek en meld klachten van buikpijn en (waterdunne) diarree, bloed en/of slijm bij ontlasting of dergelijke veranderingen in het ontlastingspatroon altijd met uw arts, verpleegkundige of casemanager. Van belang is dat er uitgesloten wordt dat het om een auto-immuunreactie gaat.
Er kunnen ook andere oorzaken zijn voor verandering van het ontlastingspatroon en daarbij kunnen onderstaande algemene adviezen gelden.
Bij diarree gelden de volgende adviezen:
- Zorg dat u voldoende drinkt, minimaal twee liter vocht per 24 uur. Denk aan extra bouillon en/of tomatensap. Thee, rijstwater, wortelsap en bosbessensap hebben ook een goed effect op de darmen.
- Eet regelmatig kleine maaltijden/tussendoortjes op een dag.
- Eet bij alles wat u drinkt vast voedsel (bv. beschuit of toast). Daardoor wordt het vocht in de darmen gebonden.
- Vermijd te koude of te warme dranken, koffie, te sterk gekruide voeding, vezelrijk fruit (citrusvruchten, pruimen, kiwi), gedroogd fruit, noten en rauwkost en gasvormers zoals kool, ui en prei.
Neem nooit geneesmiddelen tegen diarree zonder daarover uw arts, verpleegkundige of casemanager te raadplegen.
Als u het advies krijgt te starten met Loperamide (Imodium), volgt u dan het onderstaande schema voor het innemen hiervan:
- Start met het innemen van 2 capsules Loperamide van 2 mg (totaal 4 mg).
- Vervolgens neemt u elke 2 uur 1 capsule zolang u waterdunne diarree heeft.
U mag maximaal 8 capsules per dag innemen. Zijn de klachten na 24 uur niet over? Neemt u dan weer contact op met het ziekenhuis.
Bij verstopping gelden de volgende adviezen:
- Zorg dat u voldoende drinkt, zeker zo’n twee liter per dag.
- Gebruik vezelrijke voeding: maak ruim gebruik van bruin- of volkorenbrood, groente, noten en fruit.
- Zorg voor voldoende beweging.
- Bij dreigende verstopping kan er op advies medicijnen voorgeschreven worden die de ontlasting zacht houden. Deze kunt u volgens voorschrift innemen.
Neuropathie
Sommige cytostatica kunnen beschadigingen aan de zenuwuiteinden veroorzaken. Dit kan een tintelend of verdoofd gevoel in de vingertoppen en tenen geven. Ook voetzolen, lippen, neus en kin kunnen licht gevoelloos worden. Soms is het koude- en warmtegevoel verstoord. Dit kan ook pijnklachten geven en krachtsvermindering. Bespreek bovenstaande klachten altijd met de specialist, verpleegkundige of casemanager.
Huid en zon
De huid kan veranderen door de behandeling. Uw huid kan dunner, droger en/of schilferig worden, dit kan gepaard gaan met jeukklachten. De huid kan ook bleker worden of witte vlekken vertonen. Ook kan de huid gevoeliger zijn voor zonlicht.
Huidreactie in de vorm van huiduitslag zoals puistjes, rode puntjes (rash), blaasjes (wat kan voorkomen over het hele lichaam of op delen ervan) moet u altijd melden en bespreken met uw arts, verpleegkundige of casemanager. Ook hierbij moet een auto-immuunreactie uitgesloten worden.
Voor een goede verzorging van uw huid en om de huid in een goede conditie te houden gelden onderstaande algemene adviezen:
- Gebruik regelmatig een pH-neutrale, vocht- en vetinbrengende crème of bodybutter.
- Gebruik liever geen producten waarin alcohol zit, want dit droogt de huid eerder uit.
- Vermijd blootstelling aan de zon. Komt u toch in de zon gebruik een zonnebrandcrème met factor 30 of 50. Smeer u elke 2 uur in als uw huid blootgesteld wordt aan de zon.
- Kleding is de beste manier om de huid tegen de zon te beschermen. Gebruik eventueel een hoofddeksel (met klep).
- De kans op pigmentvorming kan toenemen, met name in het gezicht.
- Vermijd de zon op het warmste moment van de dag, tussen 12.00 en 15.00 uur.
- Ga niet onder de zonnebank.
- Niet te lang warm douchen of baden en niet te zwemmen bij huidproblemen.
- Tijdens de besmettelijke periode is het advies om niet te gaan zwemmen of naar de sauna te gaan. Na de besmettelijke periode mag dit wel.
- Saunabezoek kan anders aanvoelen dan vóór de behandeling. Als u denkt dat het voor u prettig is, kunt u het proberen. Bij huidproblemen is saunabezoek af te raden.
- Bescherm uw huid tegen irritatie en verwondingen. Draag bijvoorbeeld handschoenen tijdens de afwas of tijdens het werken in de tuin en bij andere klusjes.
Haren
Haren kunnen veranderen. Het haar kan geheel of gedeeltelijk uitvallen of dunner worden. Ook kan de kleur van het haar lichter worden. Voorkom felle zon op de hoofdhuid.
Dun of uitvallend haar
- Bij snel uitvallend haar kan de hoofdhuid gevoelig of pijnlijk zijn. Verzorg het haar voorzichtig: was het met lauw water. Gebruik een milde shampoo en eventueel een crèmespoeling. Voorkom felle zon op de hoofdhuid.
- Als u uw haar wilt verven, gebruikt u dan bij voorkeur een verf op basis van natuurlijke kleurstoffen.
- Soms kan haaruitval beperkt worden door het hoofd te koelen met hoofdhuidkoeling. Bij sommige cytostatica geeft hoofdhuidkoeling goede resultaten, maar het is niet bij alle cytostatica toepasbaar. De verpleegkundige kan u hierover meer uitleg geven.
- Veel mensen vinden het prettiger het haar kort te laten knippen voordat het haar uit gaat vallen.
- Voor aanvang van de behandeling wordt met u besproken of een haarwerk nodig zal zijn en waar u die kunt verkrijgen. Eventueel ontvangt u een machtiging zodat u (een deel van) de kosten van het haarwerk kunt declareren bij uw zorgverzekering. Informeert u zelf bij uw zorgverzekering hoeveel dit is.
- U kunt het beste vroegtijdig (dus vóór uw haar gaat uitvallen) een vrijblijvende afspraak maken bij een haarwerkspecialist, zodat hij of zij uw eigen haardracht kan zien. Bestel pas een haarwerk als u die nodig heeft. Op de website www.verwijsgidskanker.nl kunt u vinden welke haarwerkspecialisten er zijn.
- Uw haar gaat weer groeien als u de behandeling achter de rug heeft en soms al tijdens de behandeling. Dit is echter verschillend per persoon en per behandeling. De structuur en kleur kunnen anders zijn dan voorheen.
Tranende en/of droge ogen
Dit kunt u het beste melden aan de verpleegkundige. Er worden eventueel oogdruppels voorgeschreven.
Invloed op de werking van het beenmerg
Beenmerg is belangrijk voor de aanmaak van bloedcellen. Om de werking van de behandeling op uw beenmerg te controleren, gaat u regelmatig naar de bloedafname (zie hiervoor verder in de behandelwijzer het kopje “bloedafname en afspraken voor de cyclus”) . Bij een te laag aantal bloedcellen kan het zijn dat de cyclus wordt uitgesteld.
Witte bloedlichaampjes
Te weinig witte bloedlichaampjes (leukocyten en neutrofielen) geven een verhoogde kans op infectie. Soms kan hierdoor koorts optreden. Bij koorts van 38,5 graden Celsius of koude rillingen, moet u contact opnemen met afdeling B1 of de Spoedeisende Hulp.
Bloedplaatjes
Te weinig bloedplaatjes (trombocyten) geven een verhoogde kans op blauwe plekken, een bloedneus en bloedend tandvlees.
Bij het spontaan ontstaan van blauwe plekken en/of regelmatig voorkomen van een moeilijk te stoppen bloedneus (langer dan dertig minuten), dient u contact op te nemen met de afdeling B1 of de Spoedeisende Hulp.
Rode bloedlichaampjes
Te weinig rode bloedlichaampjes (erytrocyten) geven kans op bloedarmoede en kan moeheid en duizeligheid veroorzaken. In het algemeen heeft het gebruik van extra vitaminen en/of ijzertabletten geen invloed op het herstel van het beenmerg.
Seksualiteit, zwangerschap en anticonceptie
Zowel de lichamelijke als de emotionele gevolgen van uw ziekte en de behandeling kunnen gevolgen hebben op uw seksuele behoefte en uw seksleven. De invloed hiervan is voor iedereen verschillend.
Medisch gezien is er geen bezwaar tegen seksueel contact. Door bijwerkingen en het ziekteproces kan de behoefte aan seksualiteit verminderd zijn. De behoefte aan tederheid en intimiteit kan juist toenemen. Aarzel niet om vragen of problemen op dit gebied te bespreken met uw arts, verpleegkundige of casemanager.
- Bij cytostatica zijn uw uitscheidingproducten (zoals sperma en vaginavocht) voor een aantal dagen van iedere behandelingscyclus “besmettelijk”. In deze besmettelijke periode adviseren wij u om bij geslachtsgemeenschap gebruik te maken van een condoom (zie kuur-specifieke informatie voor het aantal dagen en zie verderop in de behandelwijzer voor de uitleg omtrent hygiënische maatregelen en adviezen bij besmette uitscheidingsproducten).
- Door de medicijnen kunnen de slijmvliezen van de vagina droger zijn of klachten van schrijnend of branderig gevoel geven. Maak deze klachten bespreekbaar zodat de verpleegkundige, casemanager of arts hierover adviezen kan geven.
Het is absoluut af te raden tijdens en vlak na de behandeling zwanger te worden. Dus ook als u denkt verminderd of niet vruchtbaar te zijn, is het belangrijk dat u anticonceptie gebruikt.
De effecten van chemotherapie, immunotherapie of doelgerichte therapie bij zwangere vrouwen en het ongeboren kind zijn niet bekend. Het is mogelijk dat de werkzame stof schadelijk is voor het ongeboren kind. U of uw partner moeten goede anticonceptie gebruiken tijdens uw behandeling en voor minstens 5 maanden na de laatste toediening. Uw arts kan u adviseren welke vorm van anticonceptie in uw situatie het meest geschikt is.
Menstruatie
Door cytostatica treden er veranderingen op in de menstruatie. Vooral in het begin kan het heel wisselend zijn, van één keer overslaan tot het uiteindelijk langer wegblijven van de menstruatie. Dit kan gepaard gaan met overgangsklachten. Na het beëindigen van de behandeling kan de menstruatie terugkomen, maar kan soms ook helemaal weg blijven.
Wanneer neemt u contact op met het ziekenhuis?
Neem DIRECT contact op bij de volgende klachten:
(Ook wanneer de klacht ’s avonds, ‘s nachts of in het weekend ontstaat):
- Koorts (vanaf 38,5°C) en/of koude rillingen.
- Nieuwe of toegenomen kortademigheid en/of hoesten.
- Nieuwe of toegenomen pijn op de borst.
- Langdurige bloedneuzen (langer dan dertig minuten).
- Blauwe plekken zonder dat u bent gevallen of u zich heeft gestoten.
- Aanhoudend bloeden van een wondje (langer dan dertig minuten).
- Bloed in de ontlasting of urine.
- Als u sterk het gevoel heeft dat er iets niet goed is.
Telefoonnummers
- Afdeling B1: 0485-84 55 27
Maandag tot en met vrijdag tussen 8.00 en 16.30 uur. - Spoedeisende Hulp: 0485-84 53 31
Maandag tot en met vrijdag tussen 16.30 en 8.00 uur. In het weekend en op feestdagen de hele dag.
Bij onderstaande klachten hoeft u niet direct contact op te nemen met het ziekenhuis. Houden de klachten langer aan zoals beschreven, neemt u dan contact op met afdeling B1 of in het weekend met de Spoedeisende Hulp.
- Braken langer dan 24 uur.
- Diarree langer dan 48 uur.
- 4 keer per dag waterdunne diarree langer dan 24 uur.
- Verstopping (obstipatie) die al 3 dagen aanhoudt.
- Huiduitslag.
- Bij mond- of slikproblemen.
- Oog of gehoorklachten.
- Pijnlijk of branderig gevoel bij het plassen.
- Misselijkheid die aanhoudt.
- Hoofdpijn die niet overgaat of ongewone hoofdpijn.
- Alarmsignalen bij immunotherapie (zie hierboven).
Als u twijfelt of onzeker bent over bovenstaande klachten of als ze hevig of ernstig zijn, moet u altijd bellen!
Hygiënische maatregelen en adviezen
Direct na de toediening verlaten resten van de cytostatica uw lichaam via uw uitscheidingsproducten zoals urine, braaksel, ontlasting, bloed, sperma, vaginavocht en hevig transpiratievocht.
Het duurt enkele dagen voordat alle restjes cytostatica uit uw lichaam zijn. Hoeveel dagen dat precies duurt, is afhankelijk van de kuur die u krijgt. In uw kuurspecifieke patiënten informatie leest u hoeveel dagen u besmettelijk bent.
In deze besmettelijke periode zijn er een aantal aandachtspunten waarop u moet letten in verband met hygiëne en uw omgeving te beschermen tegen deze restjes chemomiddelen.
Wegwerphandschoenen
Wij raden verzorgers en naasten aan wegwerphandschoenen te dragen als zij in de besmettelijke periode in contact komen met uitscheidingsproducten. Dit geldt ook voor contact met besmet wasgoed.
Schoonmaken
Voor het schoonmaken kunt u een allesreiniger gebruiken. Gebruik geen chloor of alcohol. Houdt u voor het schoonmaken in de besmettelijke periode de volgende richtlijnen aan:
- Maak toilet en was-/badgelegenheid éénmaal per dag schoon.
- Na braken maakt u het nogmaals schoon.
- Maak de vloer of de vloerbedekking schoon als deze besmet is met uitscheidingsproducten.
- Reinig de toiletborstel na iedere besmettelijke periode (mits deze gebruikt is).
Besmet wasgoed
Voor wasgoed dat in de besmettelijke periode in aanraking is gekomen met uitscheidingsproducten gelden de volgende stappen:
- Gebruik eerst een koud spoelprogramma met alleen de zichtbaar besmette kleding of beddengoed. Dus geen ander wasgoed toevoegen.
- Kies daarna een wasprogramma dat geschikt is voor het soort kleding dat u gaat wassen. Hierbij mag u ander wasgoed toevoegen.
Urine en ontlasting in de besmettelijke periode
- Mannen kunnen het beste zittend urineren. Dit veroorzaakt minder spatten.
- Verwijder eventuele druppels op de toiletbril deppend met droog toiletpapier en reinig volgens procedure zie kopje “schoonmaken”.
- Spoel het toilet na gebruik twee keer door met gesloten deksel (indien aanwezig).
- Als u een blaaskatheter heeft, adviseren wij u dagelijks de opvangzak te (laten) verwisselen. In verband met een mogelijke lekkage, stopt u de lege opvangzak in een dubbele plastic zak. Deze kunt u daarna met het huisvuil weggooien.
- Een volle opvangzak leegt u bij voorkeur direct in het toilet.
- Wanneer u een ondersteek of urinaal leegt, voorkom dan spatten door de inhoud voorzichtig langs de binnenrand van het toilet te gieten.
- Na gebruik spoelt u een ondersteek of urinaal eerst om met koud water. Vervolgens reinigt u deze met een gewone zeepoplossing zoals een allesreiniger. Gebruik geen chloor of alcohol.
- Alle uitscheidingsproducten kunnen via het riool worden afgevoerd.
- Was uw handen na het opruimen.
Braaksel
- Als het mogelijk is, gaat u naar het toilet als u moet braken.
- Was uw handen na het braken of het opruimen van braaksel.
- Om beschadiging van tandglazuur te voorkomen, kunt u uw mond spoelen met water.
Afval
Afvalmaterialen zoals gebruikte handschoenen, matjes, incontinentiemateriaal, bakjes van braaksel of stomamateriaal kunt u verzamelen in een plastic zak. Deze dichtgeknoopte plastic zak stopt u vervolgens in een plastic vuilniszak. Deze kunt u bij het normale huisvuil zetten.
Overige gebruikte materialen
Voor gebruik van bestek, serviesgoed en andere gebruiksartikelen hoeft u geen speciale maatregelen te nemen.
Belangrijk om te weten
Bloedafname en afspraken voor de cyclus
Van de verpleegkundige of casemanager hoort u wanneer en hoe vaak u bloed moet laten afnemen of urine in moet leveren. U hoeft voor dit bloedonderzoek niet nuchter te zijn. U ontvangt een aanvraagformulier voor de bloedafname (of urineonderzoek) van de verpleegkundige, arts of casemanager. U dient hiervoor een afspraak te maken bij een bloedafnamelocatie van Pantein. Een overzicht van locaties en openingstijden voor bloed- en/of urineonderzoek vindt u in de folder Bloedafnameservice in de regio.
Als de cyclus niet doorgaat naar aanleiding van de bloed- en/of urine-uitslagen, wordt u hiervan telefonisch op de hoogte gebracht. Als u de dag voor de cyclus niets hebt vernomen, dan komt u op het afgesproken tijdstip van uw behandeling.
Meestal wordt u voor iedere cyclus gebeld of gezien door de arts (poli) of door een oncologieverpleegkundige of casemanager (verpleegkundig spreekuur). U wordt van deze afspraken op de hoogte gebracht door uw arts, verpleegkundige of casemanager.
Interactie met andere geneesmiddelen en voedingssupplementen
Bepaalde voedingsmiddelen, geneesmiddelen of sommige kruiden en supplementen kunnen de werking van de behandeling met immunotherapie of doelgerichte therapie beïnvloeden.
Het is daarom belangrijk dat uw arts en apotheker op de hoogte zijn van alle geneesmiddelen die u gebruikt. Dit geldt ook voor kruidengeneesmiddelen, voedingssupplementen en de geneesmiddelen waar u geen recept voor nodig heeft.
Alcohol
Het drinken van alcohol tijdens de behandeling is niet in alle situaties verboden. Drink altijd met mate en houd er rekening mee dat alles wat u drinkt anders kan smaken en anders kan vallen. Vraag uw behandelend arts of er in uw situatie een reden is om helemaal van het gebruik van alcohol af te zien.
Autorijden/vervoer op de dag van behandeling
Het wordt afgeraden om zelf auto te rijden op de behandelingsdagen in het ziekenhuis dat u chemo-, immuno- en/of doelgerichte therapie krijgt toegediend. Autorijden op de dagen dat u geen toediening heeft, is geen bezwaar mits u zich goed voelt. Bij het gebruik van tabletten chemotherapie bepaalt u zelf hoe fit u bent om te kunnen autorijden.
Verder moet u rekening houden dat ook andere geneesmiddelen die tijdens de cyclus gegeven kunnen worden de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden.
Kinderen
Als u als ouder een behandeling krijgt, raden we u aan uw kinderen een keer mee te nemen naar de afdeling. Zo kunnen zij met eigen ogen zien wat er gebeurt. De allereerste keer dat u chemotherapie/ immunotherapie en/of doelgerichte therapie krijgt, is hiervoor minder geschikt. De kans is groot dat u op dat moment zelf ook gespannen bent, waardoor u uw kinderen minder goed kunt begeleiden. U kunt met de verpleegkundige bespreken wat een goed moment is voor een bezoek met uw kinderen.
Op de afdeling is ook materiaal beschikbaar (zoals boekjes en een spreekbeurtkoffer) om kinderen voor te lichten. Informeer hiernaar bij de verpleegkundige.
Tandarts
Voordat u start met de behandeling is het belangrijk dat u de periodieke controle bij de tandarts hebt gehad. Tijdens de behandeling kunnen uw bloedwaardes en de werking van uw afweersysteem anders zijn waardoor u gevoeliger kunt zijn voor infecties, bloedingen langer kunnen duren en de wondgenezing langzamer kan verlopen. Als u tijdens de behandeling toch naar de tandarts moet, overlegt u dan eerst met de verpleegkundige.
Psychosociale begeleiding
Wanneer de diagnose kanker bij u gesteld is, breekt er voor u en uw naasten een moeilijke tijd aan. U krijgt zowel lichamelijk als geestelijk veel te verwerken. In het Maasziekenhuis zijn er zorgverleners die, naast uw arts, casemanager en oncologieverpleegkundige, ondersteuning kunnen bieden bij problemen op psychisch, sociaal, maatschappelijk en levensbeschouwelijk gebied. Als u behoefte heeft aan ondersteuning, kunt u dit altijd bespreken met uw behandelend arts, casemanager of oncologieverpleegkundige.
Vaccinatie
Krijgt u tijdens de behandeling een oproep voor een vaccinatie, zoals bijvoorbeeld de griepvaccinatie? Overleg dan eerst met uw arts, casemanager of verpleegkundige.
Trombosedienst
Bent u bekend bij de trombosedienst? Meld dan altijd bij de trombosedienst dat u behandeld wordt met chemomiddelen.
Toiletbezoek tijdens de behandeling in het ziekenhuis
Tijdens het toedienen van chemo-, immuno- en/of doelgerichte therapie heeft het de voorkeur dat er een verpleegkundige meeloopt naar het toilet. Dit doen we voor uw eigen veiligheid. Als u hierover vragen heeft, overlegt u dan met de verpleegkundige.
Bezoek
Er mag per patiënt 1 bezoeker aanwezig zijn tijdens de behandeling.
Informeren van familie en zorgverleners
Voor de steun en praktische zaken kan het belangrijk zijn uw familie en de bij u betrokken zorgverleners (bijvoorbeeld de thuiszorgorganisatie) te vertellen dat u behandeld wordt voor uw ziekte.
Stel personen die ermee te maken hebben op de hoogte van de eerder beschreven hygiënische maatregelen, zodat veilig omgegaan wordt met besmette uitscheidingsproducten.
Meer informatie
Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen, dan kunt u uw vragen altijd stellen aan uw arts, casemanager en oncologieverpleegkundige. Voor meer informatie kunt u ook kijken op de website www.kanker.nl. Kanker.nl is een initiatief van KWF Kankerbestrijding, patiëntenbeweging Levenmetkanker en IKNL (kenniscentrum voor zorgverleners in de oncologie). Samen bieden zij betrouwbare informatie, ervaringskennis en het ondersteuningsaanbod rond kanker op één plek aan.
MijnPantein
Patiënten van het Maasziekenhuis Pantein hebben toegang tot MijnPantein, U vindt hier onder andere informatie uit uw medisch dossier, uitslagen, een medicatieoverzicht en brieven van uw specialist aan uw huisarts. Uitslagen van onderzoeken staan uiterlijk na zeven werkdagen op MijnPantein.
Uitslagen bloedonderzoek
Het hangt af van uw cyclus hoe vaak uw bloed wordt gecontroleerd en wat de consequenties van de uitslag zijn voor het vervolg van de cyclus.
