Maasziekenhuis Pantein receptie
  1. Home
  2. Behandeling & onderzoek
  3. Baarmoederfoto
Patiëntenfolder

Baarmoederfoto

De gynaecoloog heeft u geadviseerd een baarmoederfoto te laten maken. Met een baarmoederfoto kunnen de baarmoederholte en de eileiders zichtbaar gemaakt worden. Dit gebeurt met röntgenstralen. Een baarmoederfoto wordt ook wel een hysterosalpingografie (HSG) genoemd. In deze folder leest u hoe dit onderzoek verloopt en hoe u zich op het onderzoek kunt voorbereiden.

Voor het onderzoek

Afspraak maken

Een afspraak voor het maken van een baarmoederfoto is afhankelijk van de menstruatie. Op de eerste dag van de menstruatie belt u naar de poli Gynaecologie. Het onderzoek wordt dan gepland tussen de 5e en 12e dag van de menstruatiecyclus.

Wij raden u aan vanaf het begin van de menstruatie tot het moment van de baarmoederfoto ervoor te zorgen dat u niet zwanger kunt worden. De röntgenstralen kunnen mogelijk schade aanrichten aan de ongeboren vrucht.

Belangrijk!

Tijdens het onderzoek wordt contrastvloeistof gebruikt. Meestal is deze oliehoudend. Soms gebruikt de gynaecoloog contrastvloeistof op basis van jodium. Als u overgevoelig bent voor jodium is het belangrijk om dat vóór het onderzoek aan ons te vertellen.

Hoe bereidt u zich voor op het onderzoek?

Sommige vrouwen vinden het maken van een baarmoederfoto een vervelend onderzoek. Het is raadzaam één uur tevoren een pijnstiller te nemen. Bijvoorbeeld Ibuprofen 400mg of Naproxen 500mg. Beide zijn verkrijgbaar bij de drogist.

Als u van de gynaecoloog een recept voor antibiotica heeft gekregen, dan is het belangrijk dat u precies de instructies volgt bij het innemen van deze medicijnen. Het op de juiste manier innemen van de medicijnen zorgt ervoor dat de medicijnen het beste werken.

Melden

Op het afgesproken tijdstip meldt u zich bij de balie van de afdeling Radiologie, route 024. Wij raden u aan iemand mee te nemen die u na afloop van het onderzoek naar huis kan begeleiden.

Het onderzoek

Het verloop van het onderzoek

Tijdens het onderzoek ligt u op een röntgentafel met uw benen in een beensteun. De gynaecoloog brengt een eendenbek (speculum) in de vagina in, zoals u dat waarschijnlijk al eens eerder heeft gehad bij een inwendig onderzoek.

In de opening van de baarmoederhals wordt een slangetje ingebracht. Hierdoor wordt een contrastvloeistof in de baarmoeder en eileiders gespoten. Aan het eind van het slangetje zit een klein ballonnetje. Door het opblazen van het ballonnetje blijft het slangetje op de juiste plek zitten. Dit kan een kortdurende “menstruatiepijn” veroorzaken.

Het moment waarop de contrastvloeistof wordt ingespoten en doordringt in de baarmoeder-holte en de eileiders ervaren sommige vrouwen als pijnlijk. Dit duurt echter maar een paar minuten.

Het verloop van het contrastmiddel is zichtbaar op een scherm. De gynaecoloog kijkt naar de grootte en de vorm van de baarmoederholte en bekijkt of de eileiders doorgankelijk zijn.

Duur van het onderzoek

Het onderzoek duurt ongeveer 15 minuten.


Na het onderzoek

Nazorg

Na afloop van het onderzoek zal er nog wat contrastvloeistof en soms wat bloed uit de vagina komen. Daarvoor krijgt u van ons een maandverband mee.

Temperatuur meten

De eerste vijf dagen na het maken van de baarmoederfoto meet u ’s ochtends en ’s avonds uw temperatuur. Als uw temperatuur hoger is dan 38°C kan er sprake zijn van een infectie. In dat geval neemt u meteen contact op met de fertiliteitsverpleegkundige via de polikliniek Gynaecologie op telefoonnummer 0485-84 55 60. ’s Avonds en in het weekend kunt u via de Spoedeisende Hulp contact opnemen met de dienstdoende gynaecoloog op telefoonnummer 0485-84 53 31.

Uitslag

De uitslag krijgt u direct na het onderzoek van de gynaecoloog.

Als er na dit onderzoek nog een ander onderzoek of een behandeling nodig is, dan wordt hiervoor een nieuwe afspraak gemaakt op de polikliniek.

Heeft u nog vragen?

Aarzel niet vragen of onduidelijkheden met uw gynaecoloog te bespreken. U kunt contact opnemen met de polikliniek Gynaecologie op telefoonnummer 0485–84 55 60.

 

GYN048 / V3 / okt2020

Specialismen