Gebouw Maasziekenhuis Pantein
  1. Home
  2. Behandeling & onderzoek
  3. Anesthesie bij kinderen
Patiëntenfolder

Anesthesie bij kinderen

Binnenkort ondergaat uw kind een operatie of onderzoek in het Maasziekenhuis Pantein. Hierbij is een vorm van anesthesie ('gevoelloosheid') nodig. Ter voorbereiding op de anesthesie heeft u samen met uw kind een afspraak op het Pre-operatief Spreekuur (POS). In deze folder kunt u alvast meer lezen over de verschillende vormen van anesthesie, de gang van zaken op het POS, de voorbereiding op de operatie en de anesthesie tijdens en na de ingreep. Wij raden u aan om deze informatie voor uw bezoek aan de anesthesioloog door te lezen en eventuele vragen te noteren.

Voor de leesbaarheid van de folder is deze geschreven in de ‘hij-vorm’. Uiteraard kunt u in alle gevallen in plaats van ‘hij’ ook ‘zij’ lezen.

Voorbereiding op de behandeling

Het Pre-operatief spreekuur

Ter voorbereiding op de anesthesie heeft u samen met uw kind een afspraak op het Pre-operatief Spreekuur (POS). Hier hebben u en uw kind een gesprek met de apothekers-assistente, met de anesthesioloog en met de informatieverpleegkundige. Er wordt naar gestreefd deze afspraken op dezelfde dag te plannen.

Bij het maken van de afspraak heeft u een vragenlijst anesthesie gekregen. Wij vragen u deze vragenlijst in te vullen en deze zo spoedig mogelijk op te sturen naar het POS.

Wij vragen u om bij uw thuisapotheek toestemming te geven om de medicatiegegevens van uw kind met ons te delen. Wanneer u geen toestemming heeft gegeven, verzoeken wij u bij iedere afspraak in het ziekenhuis een Actueel Medicatie Overzicht (AMO) van uw kind mee te nemen. U kunt een AMO laten uitprinten door uw apotheek.

Graag ook de actuele medicatie die uw kind gebruikt in originele verpakking meebrengen naar de afspraak met de apothekersassistente.

Als u samen met uw kind een afspraak heeft op het Pre-operatief spreekuur, verzoeken wij u vriendelijk op tijd aanwezig te zijn. U vindt het POS op de 2e verdieping van het Maasziekenhuis, route 201. Kinderen onder de 16 jaar moeten onder ouderbegeleiding naar de afspraak komen.

De afspraak op het Pre-operatief Spreekuur bestaat uit de volgende onderdelen:\

  1. Vragenlijst
    De informatieverpleegkundige neemt met u de vragenlijst door die u thuis heeft ingevuld en opgestuurd.
  2. Gesprek over het gebruik van medicijnen voor de operatie
    De apothekersassistente bespreekt met u welke medicijnen uw kind gebruikt. Ook vraagt zij naar mogelijke allergieën.
  3. Gesprek met de anesthesioloog
    Elk kind heeft voor een operatie een afspraak bij de anesthesioloog. Eventueel voert de anesthesioloog een lichamelijk onderzoek uit bij uw kind en hij bespreekt met u welke vorm van anesthesie uw kind krijgt. U kunt eventuele voorkeuren voor anesthesie aan hem kenbaar maken. Onder het kopje “Vormen van anesthesie” op pagina 12 leest u welke mogelijkheden er zijn. De anesthesioloog vraagt toestemming voor het toepassen van anesthesie bij uw kind. De anesthesioloog zal zoveel mogelijk rekening houden met uw wensen, maar de uiteindelijke beslissing over de wijze van anesthesie ligt bij de anesthesioloog.
    Het is mogelijk dat de anesthesioloog die u op het spreekuur heeft gesproken, niet dezelfde anesthesioloog is die uw kind voor de operatie de verdoving geeft.
  4. Gesprek met de informatieverpleegkundige
    Tijdens dit gesprek met de informatieverpleegkundige worden u en uw kind voorbereid op de opname en de ingreep. U krijgt informatie en instructies om de opname zo goed mogelijk te laten verlopen. Uit ervaring blijkt dat een goed voorbereide ouder en kind rustiger zijn tijdens de opname.
    Ook uw kind wordt betrokken in het gesprek en de inhoud wordt aangepast aan het niveau en de leeftijd van het kind. De informatieverpleegkundige maakt bij haar verhaal gebruik van ziekenhuismaterialen, zoals een narcosekapje en operatiekleding.

Niet eten en drinken voor de operatie

Voor de operatie mag uw kind een tijdje niet eten en drinken. Dat noemen we nuchter zijn voor de operatie. De voedingsinstructies die gelden voor uw kind, krijgt u van de anesthesioloog. Het is belangrijk dat u zich goed houdt aan de voedingsinstructies, anders gaat de operatie van uw kind niet door vanwege het risico op complicaties.

Uit onderzoek blijkt dat kinderen niet langer dan 1 uur voor de operatie nuchter hoeven te zijn. Als een kind langer dan 1 uur voor de operatie niet meer eet en drinkt, kunnen er risico’s ontstaan voor de gezondheid van het kind. Er kunnen bijvoorbeeld lagere suikerwaarden in het bloed ontstaan, een stijging van ketonen (afvalstof in het bloed die tot verzuring van het bloed kan leiden wat niet goed is voor de organen) en een lage bloeddruk tijdens de anesthesie. Ook leidt langer nuchter houden tot onnodige stress en ongemak bij het kind en hun ouders/verzorgers.

Wat is anesthesie?

Anesthesie betekent letterlijk gevoelloosheid. Hiermee wordt bedoeld dat de pijn en het ongemak die met een operatie of onderzoek gepaard gaan, worden weggenomen. De toediening van anesthesie heeft de volgende reacties op het lichaam, die noodzakelijk zijn om te kunnen opereren:

  • het verminderen van het bewustzijn;
  • het onderdrukken van pijnprikkels;
  • het ontspannen van de spieren;
  • het regelen van ongewenste en onbewuste reflexen.

Wat doet een anesthesioloog?

Een anesthesioloog is een arts die zich heeft gespecialiseerd op het gebied van de anesthesie. De anesthesioloog zorgt er niet alleen voor dat uw kind in slaap wordt gebracht. Hij is ook verantwoordelijk voor het bewaken van vitale lichaamsfuncties zoals de ademhaling en de bloedsomloop. Uw kind wordt continu bewaakt gedurende de gehele periode op de operatiekamer en de uitslaapkamer. De anesthesioloog zorgt er voor dat het kind pas wakker wordt als de behandeling voorbij is. Voor sommige kinderen is dit belangrijk om te weten, omdat ze bang zijn dat ze wakker worden tijdens de operatie.

Vormen van anesthesie

Er bestaan verschillende vormen van anesthesie:

Algehele anesthesie

Bij kinderen worden medische ingrepen vaak verricht onder algehele anesthesie, ook wel narcose genoemd. Dit betekent dat het kind in slaap wordt gebracht en niets merkt van de ingreep.

Jonge kinderen worden meestal met een ‘kapje’ in slaap gemaakt. Het is ook mogelijk om het kind met een prikje (infuus) onder narcose te brengen. Bij de infuusmethode wordt de huid van het kind plaatselijk verdoofd met een verdovingspleister, een half uur voordat het infuus wordt aangebracht. In de operatiekamer geeft de anesthesioloog via het infuus de narcose.

Plaatselijke verdoving

Soms wordt de algehele anesthesie gecombineerd met een plaatselijke verdoving. Deze plaatselijke zenuwverdoving is een aparte verdoving van het operatiegebied en zorgt ervoor dat uw kind na de operatie weinig tot geen pijn heeft. De anesthesioloog past de plaatselijke verdoving toe nadat uw kind in slaap is gevallen door de algehele anesthesie.

Ouderparticipatie

Voor kinderen is een opname in het ziekenhuis een ingrijpende gebeurtenis. Vanzelfsprekend wilt u uw kind zo goed mogelijk ondersteunen en hem hierop voorbereiden. In het Maasziekenhuis mag bij geplande ingrepen één van de ouders mee naar de operatiekamer en aanwezig blijven tot het moment dat uw kind in slaap is gebracht. Dit geldt voor kinderen van 0 t/m 18 jaar.

De mogelijkheid om uw kind te vergezellen naar de operatiekamer betekent niet dat u ook verplicht bent dit te doen. Als u zich niet op uw gemak voelt, bent u uw kind ook niet tot steun. U hoeft zich niet schuldig te voelen wanneer u, om welke reden dan ook, het prettiger vindt niet mee te gaan. Er is altijd kundig personeel aanwezig om uw kind gerust te stellen en te troosten, zowel bij de inleiding van de narcose als bij het ontwaken in de uitslaapkamer.
Ook als uw kind een spoedoperatie moet ondergaan, kunt u bij de voorbereiding van de anesthesie aanwezig zijn. Als de omstandigheden het niet toelaten, kan de anesthesioloog beslissen dat het beter is om de inleiding van de anesthesie te verrichten zonder uw aanwezigheid.

Voor uw kind en het verloop van de ingreep, is het belangrijk dat u als ouder goed voorbereid bent wanneer u naar de operatieafdeling komt. Wij adviseren u om de ouder/verzorger die op de operatiedag bij het kind is, ook de voorbereidingsgesprekken met de anesthesioloog en informatieverpleegkundige op het Pre-operatief Spreekuur (POS) te laten voeren. Ook gelden er een aantal gedragsregels op de operatiekamer, waaraan u zich dient te houden. Verderop leest u welke regels dit zijn.

Het is begrijpelijk dat niet alleen uw kind, maar ook u als ouder het moeilijk kan hebben met een ziekenhuisopname. Laat uw onrust echter zo min mogelijk merken aan uw kind. Benoem geen persoonlijke (negatieve) ervaringen met betrekking tot de operatie in het bijzijn van uw kind en andere kinderen. Als u vertrouwen weet uit te stralen, kan dat het gevoel van zekerheid en geborgenheid van uw kind vergroten. Overigens is het goed voor uw kind te weten dat er best gehuild mag worden. Dat zal niemand gek vinden.

De dag van de behandeling

Gedragsregels op de operatiekamer

Als u uw kind begeleidt naar de operatiekamer, zijn de volgende afspraken met u van belang:

  • Het is niet toegestaan een fototoestel of videocamera mee te nemen naar de operatiekamer.
  • Op de operatieafdeling gelden strikte kledingvoorschriften, waaraan u zich dient te houden. Dit houdt in dat u bij aankomst op de operatieafdeling een overal aantrekt en een muts opzet (lang haar dient gebonden te zijn). Soms moet u een neus/mondmasker dragen. Trek makkelijke, luchtige kleding aan (hoge hakken en een rok zijn af te raden). Sieraden zijn niet toegestaan op de operatieafdeling. U kunt uw sieraden daarom beter thuis laten. Het is namelijk niet mogelijk om sieraden op een afgesloten plaats op te bergen.
  • Als om hygiënische redenen aanwezigheid van een ouder niet gewenst is (bijvoorbeeld in verband met infectiegevaar bij bepaalde ziektes of huidaandoeningen), dient u deze beslissing in het belang van uw kind op te volgen.

In de operatiekamer

Een verpleegkundige, pedagogisch medewerkster of vrijwilligster gaat samen met u en uw kind naar de operatiekamer. Hier ontmoet u de anesthesioloog die verantwoordelijk is voor de anesthesie tijdens de operatie.

Gaat u niet mee naar de operatiekamer, dan neemt u in de voor-bereidingsruimte afscheid. Bereid uw kind tijdig voor op dit afscheid en vertel hem of haar ook wanneer u elkaar weer zult zien. Als u wel bij de inleiding van de narcose aanwezig wilt zijn, trekt u daar de verplichte beschermende kleding van het ziekenhuis aan. Uw kind trekt hier de pyjama weer uit.

De anesthesioloog treft enkele voorbereidingen voordat hij met de toediening van de anesthesie begint. Zo kan uw kind plakkers op de borst krijgen waarmee de hartslag zal worden bewaakt. Voor de controle van het zuurstofgehalte in het bloed wordt een klein metertje met een knijper over één van de vingers geschoven. De anesthesioloog vertelt wat er gaat gebeuren.

Zodra het prikje is toegediend of het kind de lucht in het kapje inademt, wordt uw kind slaperig. Als uw kind in slaap valt, kan hij onwillekeurige bewegingen met armen, benen of ogen maken. Op het moment dat de anesthesioloog aangeeft dat uw kind diep genoeg slaapt, verlaat u de operatiekamer. U kunt wachten in de wachtkamer of even terug gaan naar de kamer van uw kind op de verpleegafdeling.

Tijdens de operatie worden onder andere het hartritme, de bloeddruk en de ademhaling van uw kind door de anesthesioloog bewaakt. Bij een grotere operatie wordt tijdens de narcose een zachte, soepele buis (tube) in de luchtpijp ingebracht. Via deze tube wordt de ademhaling geregeld. Na de operatie kan uw kind hiervan wat keelpijn hebben, die vanzelf overgaat na 1 of 2 dagen.

Na de ingreep

Na de operatie gaat uw kind naar de uitslaapkamer, waar hij enige tijd verblijft ter observatie. Ons uitgangspunt is dat u aanwezig bent op het moment dat uw kind wakker wordt. Als uw kind goed wakker is, komt de verpleegkundige u en uw kind weer ophalen om weer naar de verpleegafdeling te gaan. U kunt daar blijven tot uw kind naar huis mag.

Risico’s en complicaties

Ernstige complicaties door de anesthesie komen tegenwoordig bijna niet voor. Wel kan uw kind last hebben van vervelende nawerkingen zoals misselijkheid, overgeven, keelpijn en heesheid. Wanneer dit optreedt, krijgt uw kind hier iets tegen van de verpleegkundige op de uitslaapkamer of op de afdeling.
De meeste klachten na de operatie worden veroorzaakt door de operatie zelf.

Pijnbestrijding

Pijnmedicatie na de operatie

De anesthesioloog regelt de pijnbestrijding voor uw kind tijdens het verblijf in de uitslaapkamer en spreekt pijnmedicatie af voor de eerste 24 uur na de operatie.

Pijnbestrijding wanneer uw kind is opgenomen

Na de operatie krijgt uw kind pijnmedicatie volgens een schema. Dat wordt gedaan om de pijn zoveel mogelijk te beperken. Het is dus heel belangrijk dat uw kind deze medicatie op de voorgeschreven tijden inneemt, ook al vindt uw kind dat de pijn op dat moment wel meevalt. Het vormt de basis voor een goede pijnbestrijding. Als de pijnstilling niet voldoende is, geeft u dit dan meteen aan zodat het schema kan worden aangepast.

Pijnbestrijding na een operatie in dagbehandeling

Wanneer uw kind in dagbehandeling wordt geopereerd, is het belangrijk om ervoor te zorgen dat u al paracetamol in huis heeft. Geef uw kind op vaste tijden paracetamol, volgens de dosering zoals in de bijsluiter vermeld.

Als de behandelend arts aanvullende pijnmedicatie noodzakelijk vindt, dan krijgt u een recept mee naar huis.

Meer informatie

Als u na het lezen van deze folder nog vragen heeft over anesthesie, noteer deze en stel ze tijdens uw bezoek aan de anesthesioloog op het Pre-operatieve Spreekuur.

Algemene informatie kunt u ook krijgen bij:
Stichting Kind en Ziekenhuis
Postbus 197
3500 AD Utrecht
Telefoonnummer: 085-020 1265
E-mail: info@kindenziekenhuis.nl
Website: www.kindenziekenhuis.nl

 

December 2021 – versie 6
ANE002