
- Home
- Behandeling & onderzoek
- Oogtrombose: aderafsluiting in het netvlies
Oogtrombose: aderafsluiting in het netvlies
Uw oogklachten worden veroorzaakt door een aderafsluiting, waardoor het bloed in uw oog moeilijker uit het netvlies kan wegstromen. Meer over deze aandoening en de behandeling hiervan kunt u lezen in deze folder.
Onder een aderafsluiting of een veneuze occlusie (trombose) verstaan we een afsluiting van een bloedvat, dat het zuurstofarme bloed van het net-vlies terugvoert naar het hart. Het bloed kan dan moeilijker uit het net-vlies wegstromen. Er ontstaat vervolgens stuwing in het netvlies met dikke gekronkelde aders, bloedingen en vochtophoping (oedeem) in het netvlies.
De aderen vertakken zich, net als een boom, van de stam naar de takken. Er kan een stam(ader)afsluiting zijn of een tak(ader)afsluiting, waarbij afsluiting van de stamader de grootste gevolgen voor het zien heeft.
De oorzaak
De oorzaak is geen embolie (bloedstolsel of cholesterol kristal) zoals bij een slagaderafsluiting, maar eerder een trombose, vergelijkbaar met een trombose in een been. Het bloed stolt dan spontaan in de ader, waardoor er geen doorstroming meer plaatsvindt.
Risicofactoren voor het ontstaan van een aderafsluiting zijn: hoge leef-tijd, diabetes mellitus, overgewicht, gebruik van anticonceptiepil, hoge bloeddruk, aderverkalking en hoge oogdruk (glaucoom).
Veneuze trombose komt in 90% van de gevallen in één oog voor. Het andere oog loopt een klein risico.
De klachten
De klachten zijn wazig zien, dat zich in de loop van enkele uren tot dagen ontwikkelt. Het kan zijn dat het zien gedurende de dag slechter wordt. Vaak treedt de aderafsluiting 's nachts op en wordt u wakker met een slechtziend oog. Ook merkt u dat er een deel van het gezichtsveld verdwenen is of u ziet zwarte of rode vlekken in een deel van het gezichtsveld. In minder ernstige gevallen ziet u bij het lezen (delen van) woorden niet meer.
Twee typen van een aderafsluiting
Er kunnen twee typen van een aderafsluiting worden onderscheiden, die mede de uiteindelijke afloop bepalen.
- De meest ernstige vorm is de afsluiting waarbij zuurstoftekort in het netvlies ontstaat. Dit noemen we een ischemische trombose. Welke behandeling u ook ondergaat, het zicht zal beperkt blijven.
- Een aderafsluiting zonder zuurstoftekort in/van het netvlies heeft in het algemeen een veel gunstiger verloop en komt veel vaker (80%) voor dan een afsluiting met zuurstoftekort. Bij deze vorm kunt u meestal nog wat beter zien en zijn de herstelmogelijkheden ook beter.
Het verschil tussen beide vormen kan met een oogheelkundig onderzoek, soms aangevuld met een speciaal soort foto's van het netvlies (fluorescentie angiografie) worden vastgesteld.
De behandeling
De behandeling is afhankelijk van wat uw oog nodig heeft en kan bestaan uit:
- Een laserbehandeling.
- Injecties met medicijnen in het oog.
- Oogdruppels die de oogdruk verlagen.
Daarnaast is het belangrijk dat de huisarts uw bloeddruk, cholesterol en bloedsuiker controleert. U wordt dan ook dringend verzocht om op korte termijn een afspraak met uw huisarts te maken om deze risicofactoren te laten controleren en eventueel te behandelen. De huisarts kan u ook bloedverdunnende medicijnen voorschrijven.
De prognose
De prognose voor het zien is over het algemeen matig. Bij een stam(ader)afsluiting is de uiteindelijke gezichtsscherpte slecht.
Bij tak(ader)afsluiting is de prognose beter maar de behandeling langdurig. Soms is er goed herstel mogelijk, maar over het algemeen is het verlies van een deel van het gezichtsveld blijvend.
De behandeling door de oogarts is er vooral op gericht om datgene wat u nog kunt zien te behouden en om complicaties en herhaling in hetzelfde of het andere oog te voorkomen. .
Meer informatie
Als u nog vragen heeft of meer informatie wilt, aarzel dan niet om contact op te nemen met uw oogarts om nadere uitleg te vragen. De polikliniek Oogheelkunde is bereikbaar via telefoonnummer 0485–84 53 70.