Maasziekenhuis en voortuin
  1. Home
  2. Behandeling & onderzoek
  3. Nefrostomiekatheter
Patiëntenfolder

Nefrostomiekatheter

De arts heeft met u gesproken over het inbrengen van een nefrostomiekatheter. Een nefrostomiekatheter is een slangetje dat er voor zorgt dat de urine direct uit de nier weg kan stromen. In deze folder leest u wat een nefrostomiekatheter is, hoe het plaatsen van de katheter gaat en hoe u de katheter moet verzorgen.

Een nefrostomiekatheter

Als de urine niet goed van de nier naar de blaas kan stromen, blijft de urine in de nier zitten waardoor de nier groter wordt. Dit noemen we stuwing en dit kan pijn doen. Tussen de nier en de blaas ligt de urineleider. Soms zit er een niersteen in de urineleider waardoor de urine niet naar de blaas kan. Het kan ook zijn dat de urineleider van binnenuit of van buitenaf wordt dichtgedrukt, bijvoorbeeld door een gezwel in de onderbuik.

Met een nefrostomiekatheter wordt de druk op nier weggehaald en kan de urine direct uit de nier wegstromen. Daarvoor plaatst de radioloog een slangetje (de katheter) in de nier. Het slangetje komt via de zij naar buiten. De urine die door het slangetje gaat, wordt opgevangen in een urinezak.

Als er een infectie ontstaat in de urine, dan moet de radioloog met spoed een nefrostomiekatheter plaatsen.

 

Voor de behandeling

Eten en drinken voor de behandeling

Meestal krijgt u een plaatselijke verdoving bij het inbrengen van een nefrostomiekatheter. U mag dan voor de behandeling gewoon eten en drinken zoals u gewend bent.

 

Alleen als u een volledige verdoving (narcose) krijgt, dan mag u niet eten en drinken voor de behandeling. We noemen dit nuchter blijven. De arts bespreekt met u hoe lang van tevoren u niet mag eten en drinken.

Medicijnen

Gebruikt u bloedverdunnende medicijnen? Vertel dit dan op tijd aan uw arts. Vaak moet u hiermee voor de behandeling tijdelijk stoppen.

Soms is het nodig om vooraf antibiotica in te nemen. De arts bespreekt dit met u als dit nodig is.

Vervoer naar huis

Na het inbrengen van de nefrostomiekatheter mag u niet zelf naar huis rijden. Neem daarom iemand mee naar het ziekenhuis die u na de behandeling weer naar huis kan brengen.

Wat neemt u mee naar het ziekenhuis?

  • Uw legitimatiebewijs. Dit mag zijn een paspoort, identiteitskaart of rijbewijs.

De behandeling

Dagopname

Het inbrengen van de katheter gebeurt tijdens een dagopname. Hiervoor gaat u naar het Radboudumc in Nijmegen. Na de behandeling komt u terug naar het Maasziekenhuis en blijft u nog een paar uur in het ziekenhuis voordat u weer naar huis mag.

 

Bent u al opgenomen in het Maasziekenhuis? Dan regelen wij het vervoeren naar het Radboudumc en weer terug naar het Maasziekenhuis.

Het plaatsen van de katheter

Tijdens de behandeling ligt u op uw buik eventueel ondersteund met een kussen. De radioloog maakt eerst de huid op uw rug schoon en daarna krijgt u de plaatselijke verdoving. Met een echografie-apparaat brengt de radioloog de nier in beeld. Met een dunne naald wordt er in de nier geprikt. Dit kan ondanks de verdoving toch wat gevoelig zijn. Daarna wordt de naald vervangen door de nefrostomiekatheter.

 

De katheter blijft goed in de nier liggen, omdat er aan het uiteinde een krul of ballon zit. Of u een katheter met krul of ballon krijgt, verschilt per situatie. Als een katheter met een krul in de nier ligt, maken we deze de eerste keer met een hechting vast aan de huid. De urine stroomt nu via de katheter in de urinezak. De radioloog dekt de katheter af met een steriel gaas en maakt de katheter vast met pleisters of hechtdraden.

Duur van de behandeling

Het inbrengen van de katheter duurt ongeveer 30 tot 60 minuten.

Naar huis

Heeft u een plaatselijke verdoving gehad en gaat het goed na de behandeling? Dan blijft u na de behandeling meestal nog 2 tot 4 uur in het ziekenhuis voordat u weer naar huis mag.

Wisselen van de nefrostomiekatheter

Een nefrostomiekatheter blijft meestal zes weken zitten voordat deze gewisseld moet worden. Deze wissels vinden plaats in het Maasziekenhuis op de Röntgen. U ontvangt hiervoor een afspraak vanuit de poli urologie.

Een katheter die met een ballon in de nier is vastgemaakt kan tot drie maanden blijven zitten.

Risico’s en complicaties

  • Bij een behandeling aan de nier kan een bloeding ontstaan. Meestal stopt dit vanzelf. Heel soms is een ingreep nodig.
  • Als de hoeveelheid urine groot is, kan het nodig zijn dat de arts de urine weghaalt.
  • Bij het inbrengen van de katheter kan de darm beschadigen. Een operatie is dan soms nodig. Deze complicatie komt maar heel zelden voor.
  • We maken de nefrostomiekatheter goed vast. Toch kan het gebeuren dat de katheter los raakt en uit de nier valt. Waarschuw meteen uw uroloog als dit gebeurt. Dat katheter moet dan opnieuw worden ingebracht. Soms is er ruimte tussen de nier en de huid waardoor de arts de katheter meteen weer kan inbrengen.

Na de behandeling

Adviezen voor thuis

  • Uw urine kan de eerste dagen na de behandeling een beetje rood zijn. Het is belangrijk dat u minstens 2 liter per dag drinkt. Zo spoelt u de nier en de urinewegen goed door. Gaat het na een week niet beter, neem dan contact op met uw arts.
  • Heeft u na het inbrengen van de katheter pijn, dan mag u paracetamol 500 mg tabletten gebruiken. Gebruik maximaal 4 keer per dag 2 tabletten.
  • Wees de eerste 4 tot 6 weken voorzichtig met tillen en alle bewegingen en activiteiten die nog pijnlijk zijn.
  • U kunt gewoon douchen met de nefrostomiekatheter.
  • Zwemmen en in bad gaan, mag niet!

Wanneer neemt u contact op met het ziekenhuis?

  • Als u pijn blijft houden aan de kant van uw lichaam waar de katheter zit.
  • Als er via de katheter geen urine meer in de katheterzak komt. Kijk dan eerst of het kraantje van de katheter open staat en of er geen knik in de katheter zit.
  • Als er urine lekt langs de katheter.
  • Als de huid rond de insteekopening pijnlijk, rood of ontstoken is.
  • Als de urine plotseling een (donker) rode kleur heeft.
  • Als u hoge koorts heeft (meer dan 38,5 °C).
  • Als de katheter losraakt en uit de nier valt.

Als zich thuis bovenstaande problemen voordoen, neemt u dan contact op met de polikliniek Urologie via telefoonnummer 0485-84 53 45. ’s Avonds en in het weekend kunt u contact opnemen met de Spoedeisende Hulp op telefoonnummer 0485-84 53 31.

Het verzorgen van de nefrostomiekatheter

Uw partner of een ander familielid kan de nefrostomiekatheter verzorgen. Kan dit niet, dan kan de thuiszorg dat voor u doen. U kunt met een nefrostomiekatheter alles doen wat u voor de behandeling ook deed. U mag douchen. In bad gaan en zwemmen mag niet.

Wat heeft u nodig?

Als u naar huis gaat, krijgt u van de verpleegkundige een startpakket mee. Hierin zit genoeg materiaal voor de eerste weken. Zijn de materialen bijna op? Bestel ze bij het bedrijf van wie u het startpakket kreeg. U kunt het bedrijf bellen of via internet bestellen. De bestelling ontvangt u thuis.

Verzorging van de insteekopening

De insteekopening van de nefrostomiekatheter moet u elke twee tot drie dagen verzorgen. U heeft nodig:

  • gazen van tien bij tien centimeter
  • een fixatiepleister
  • een schaar

 

U verzorgt de katheter zo:

  • Een goede hygiëne is belangrijk. Was de handen voor en na elke handeling aan de katheter.
  • Verwijder het oude verband. Pas op dat u daarbij niet per ongeluk aan de katheter trekt.
  • Maak de huid rond de insteekopening schoon met water.
  • Droog de huid daarna goed af.
  • Breng een ingeknipt gaas van tien bij tien centimeter rond de insteekopening van de katheter.
  • Leg een krul in de katheter met het afvoerende deel naar beneden.
  • Leg een tweede gaas op de insteekopening en plak dit gaas met een fixatiepleister vast.

Ziet de insteekopening van de katheter rood of is die ontstoken? Verzorg de insteekopening dan elke dag. Een katheter met een ballon hoeft u niet te verbinden.

Katheterzakken

De urine die via de nefrostomiekatheter wegstroomt, kan in twee verschillende katheterzakken opgevangen worden: beenzakken en nachtzakken. De beenzak draagt u overdag onder uw kleding. U maakt de zak met beenbandjes vast aan uw bovenbeen. Aan de beenzak zit een kraantje waarmee u de zak laat leeglopen in het toilet. 's Nachts koppelt u de grotere nachtzak aan. U hoeft dan niet uit bed om de zak te legen. De nachtzak kunt u met het ophangrekje aan uw bed vastmaken. Het is belangrijk dat de zak lager hangt dan uw lichaam. Dan kan de urine makkelijk wegstromen.

Meer informatie

Heeft u na het lezen van de folder nog vragen, neemt u dan op werkdagen contact op met de polikliniek Urologie op telefoonnummer 0485–84 53 45.

 

Specialismen