Maasziekenhuis Pantein Hal boven
  1. Home
  2. Behandeling & onderzoek
  3. Naar huis met je (te vroeg geboren) baby
Patiëntenfolder

Naar huis met je (te vroeg geboren) baby

Tips en adviezen voor thuis

Binnenkort mag je baby naar huis. Dit is geweldig nieuws. We helpen jullie graag op weg om thuis goed voor je kindje te kunnen zorgen. In deze folder lees je informatie en praktische tips voor thuis. 

Voor de leesbaarheid spreken we bij het noemen van de baby over ‘hij’ of ‘zijn’. Natuurlijk bedoelen we dan ook ‘zij’ of ‘haar’. Ieder kindje en iedere situatie is uniek. Daarom zal niet alle informatie uit deze folder van toepassing zijn op jullie situatie. Heb je vragen of twijfel je over iets, neem dan contact met de huisarts of jeugdverpleegkundige. 

Als je in aanmerking komt voor couveusenazorg, kun je de eerste dagen aan de gespecialiseerde kraamverzorgende jouw vragen stellen. Daarnaast kun je via Care4Neo in contact komen met andere ouders van couveusekinderen.
Jullie hebben waarschijnlijk lang naar deze dag uitgekeken en zijn er goed op voorbereid. Nu is het zover, je baby komt thuis en je gaat zelf voor hem zorgen. Het is heel normaal als je je af en toe wat onzeker voelt en veel vragen hebt over het verzorgen van de baby. Het is even wennen aan elkaar in de thuissituatie. Als je baby eenmaal thuis is, leer je hem helemaal goed kennen. De eerste periode thuis kan je baby onrustig zijn en veel huilen. Dit zien we vaker bij kindjes die in het ziekenhuis gelegen hebben. Een reden voor dit huilen kan zijn dat kinderen nog moeten wennen aan de voor hen nieuwe situatie thuis, zoals geluiden en geuren en jullie moeten samen nog een nieuw ritme opbouwen thuis. 

Hechting

Het is belangrijk om zelf zoveel mogelijk je kind te verzorgen. Dit is goed voor de hechting met je kind. Zo leer je je kind goed kennen. Laat je kindje niet teveel van hand tot hand gaan, zoveel prikkels kunnen ze nog niet aan. Leg dit uit aan het bezoek en voel je hier vooral niet schuldig over. 
Huid op huid contact tussen ouders en baby blijft ook in de thuissituatie belangrijk.

Reageren op je kindje

Reageer op je kind door oogcontact te zoeken en praat op een vriendelijke toon. Dit is belangrijk voor de algehele ontwikkeling van je kind.

Wennen

Houd er rekening mee dat je baby anders kan reageren dan u gewend was in het ziekenhuis. Dit is normaal. Je kind moet wennen aan de andere omgeving. 

Broertjes en zusjes

Laat broertjes of zusjes ook bij de verzorging van de baby kijken. Betrek ze bij de zorg door ze te laten helpen. Zo leert het oudere kind ook zijn of haar broertje of zusje kennen.

Huilen

Normaal huilgedrag is:
  • Leeftijd 2 weken: 1 tot 1,5 uur per dag.
  • Leeftijd 6 tot 8 weken: 2 tot 2,5 uur per dag.
  • Na de leeftijd van 3 tot 4 maanden neemt het huilen af naar 1 tot 1,5 uur per dag.

Waarom huilt een baby?

Een baby kan om verschillende redenen huilen. Het kunnen basisbehoeften zijn: 
  • Je baby wil geknuffeld worden, hij zoekt contact.
  • Hij ligt niet lekker.
  • Hij moet wennen aan een nieuwe omgeving.
  • Je baby heeft last van een vieze luier of de luier zit te strak/knelt in de liezen.
  • Je baby heeft honger. Let op voedingssignalen.
  • Je baby heeft last van buikkrampjes. In dit geval huilt je baby vaak hard en maakt hij een gespannen indruk.
  • Je baby heeft zuigbehoefte.
  • Hij heeft last van een boertje dat dwars zit, vaak na de voeding.
  • Je baby heeft moeite met de overgang naar een ander voedingsritme.
  • Hij heeft het te warm of te koud.
  • Hij heeft een verstopte neus.
  • Je baby is uit zijn doen.

Wat kun je doen als je baby huilt?

Baby's kunnen zichzelf nog niet geruststellen. Als ze huilen, maken ze stresshormonen aan, ze raken overstuur en ze kunnen zich niet meer ontspannen. Kijk goed naar de lichaamstaal van je kind en probeer te achterhalen waarom hij huilt. Door ze aan te raken, op te pakken, vast te houden in de foetushouding, troostend toe te spreken of de luier te verschonen, neem je mogelijke stressfactoren weg en kan de baby zich weer ontspannen en zich veilig voelen. Het kan bij darmkrampjes helpen om het onderbuikje te masseren in de richting van de klok mee of je baby met zijn buik op je onderarm te wiegen. 
Als je baby 's avonds veel huilt, kun je proberen hem met behulp van een zacht muziekje op de babykamer en/of een nachtlampje, wat tot rust te brengen. Ook praten tegen of zingen voor je kind kan helpen. Soms helpt het om de baby een warm bad (of tummy tub) te geven of wat extra voeding. Bedenk dat een bad niet perse 's morgens hoeft plaats te vinden. Als je kind onrustig blijft, kun je hem in een draagdoek of draagzak tegen je aan dragen, waardoor de baby een gevoel van veiligheid krijgt, terwijl jij toch mobiel bent. Veel kinderen vallen al snel in slaap als ze op deze manier bij een van de ouders liggen. Een hangmat in de box bevestigen is ook een mogelijkheid. Een andere tip is om naast het bed van je baby te gaan zitten en een hand op zijn hoofd te leggen en de andere hand op zijn buik, terwijl je praat of zingt tegen je kind.
Het is normaal dat baby’s één tot drie uur per dag huilen. Probeer als eerste de oorzaak te vinden voor het huilen. Als het kan, neem je deze oorzaak weg. Door koesteren worden baby’s bijna altijd rustig.

De ontwikkeling van een te vroeg geboren kindje

Je kind heeft al wat meer ‘levenservaring’ dan een baby die op tijd is geboren. Bij het volgen van de groei en de ontwikkeling, moet je echter het aantal weken dat je kind te vroeg geboren is, aftrekken van de leeftijd na de geboorte. Is je kind bijvoorbeeld 16 weken oud vanaf de geboorte, maar 9 weken te vroeg geboren, dan heeft het wat de ontwikkeling betreft de leeftijd van 7 weken (16 min 9 weken). Dit noemen we de gecorrigeerde leeftijd. Daarom kun je jouw kind ook niet vergelijken met een op tijd geboren baby van dezelfde leeftijd. 
Ieder kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo. Laat je niet ontmoedigen als jouw kind in ogen van anderen ‘achter’ loopt in ontwikkeling. Een te vroeg geboren baby haalt de ‘achterstand’ meestal snel in. Je zult je al snel niet meer kunnen voorstellen dat je kind zo klein was bij de ge-boorte. Maak je je toch zorgen, bespreek dit altijd met de kinderarts of de arts van het consultatiebureau. Zij kunnen je vertellen wat je bij de ontwikkeling van je kind kunt verwachten.
Je baby zal door de ‘levenservaring’ die opgedaan is in het ziekenhuis, vaak meer willen dan hij lichamelijk al aankan. Dit kan een reden zijn voor onrust bij je kind. Aandacht geven en spelen met de baby kunnen hem door deze periode heen helpen. Door goed te kijken naar je kind en op reacties te letten, leer je zijn behoeften kennen en kun je hierop aansluiten. Hoe klein ook, de baby maakt duidelijk dat hij op een bepaald moment aandacht of juist rust wil. Geef jezelf en de baby de tijd om aan elkaar te wennen. Geduld en vertrouwen zijn belangrijke factoren om samen met je baby het juiste ritme te vinden. 
Veel kindjes die te vroeg geboren zijn, maken kreunende geluidjes. Dit is een normaal verschijnsel en gaat vanzelf over. Ook hebben te vroeg geboren baby’s de neiging snel te schrikken van bijvoorbeeld geluiden. Het kan ook zijn dat het kind zichzelf wakker maakt doordat hij onverwachte bewegingen met zijn armen maakt.

Het verzorgen van je kind

Temperatuur

Een goede lichaamstemperatuur van je baby ligt de 36,8 en 37,5 graden. 
Let er op dat de temperatuur in huis een stuk koeler is dan in het ziekenhuis. Daarom is het belangrijk om de eerste paar dagen 3 keer per dag de temperatuur te meten bij je kind. Zo kom je erachter of je kind bijvoorbeeld een kruik of een muts nodig heeft, of juist niet. Als een baby veel energie moet steken in het zichzelf op temperatuur houden, gaat dit ten koste van andere dingen, zoals het drinken. 
Na de eerste dagen hoef je alleen maar te temperaturen als je denkt dat je kind te koud is of verhoging heeft. Handjes en voetjes zijn geen goede graadmeter voor de temperatuur van je kind. Deze zijn veel sneller koud dan de rest van het lichaam. Door met je hand in het nekje te voelen, kun je beoordelen of je kind het warm genoeg heeft.
Neem contact op met de huisarts bij een temperatuur van boven de 38 graden als je baby jonger is dan 3 maanden is of als je je zorgen maakt.
Voor te vroeg geboren baby’s ligt een goede temperatuur van de slaapkamer rond de 20 graden. Na 6 tot 8 weken kun je een temperatuur tussen de 16 en 18 graden aanhouden. 
Het is beter om een muts, een extra deken of een kruik te gebruiken, dan om de verwarming hoger te zetten. De kruik omwikkel je met een doek of hoes en leg je met de dop naar beneden, het liefst aan het voeteneind in het bedje. Leg de kruik nooit direct tegen je kind aan.

Baden

Als je je baby in bad wilt doen, kijk dan eerst hoe je kind zich voelt. Let bijvoorbeeld op vermoeidheid en kijk naar de huid van je kind. Een droge huid kan nog droger worden door het baden. Twee tot drie keer per week in bad is voldoende. Zet van tevoren alles klaar en zorg voor een goede temperatuur van het water. Een fijne temperatuur voor een bad is 37 graden. Er zijn speciale badthermometers te koop waarmee je de temperatuur van het badwater kunt meten. Een andere manier is door met je elleboog te beoordelen of het badwater aangenaam voelt. 
Voorkom dat je kind snel afkoelt. Zorg voor een warme omgeving. Wij adviseren alleen water of speciale babyolie of babyzeep te gebruiken. Voorkom smetplekjes door de huid goed af te drogen na een bad, vooral in de huidplooien. 
Je kunt je kind elke dag even opfrissen. Een droge, schrale huid kun je insmeren met huidolie of bodylotion. 

Vies oogje

Een vies oogje kun je reinigen met een gaasje met kraanwater. Wrijf van de buitenkant van het oog richting de neus. Gebruik voor elk oog een schoon gaasje.

Nagels

Je mag de nageltjes van je kind het eerste half jaar niet knippen. Je kunt ze beter vijlen.

Verstopt neusje

Als je baby verkouden wordt, is het belangrijk hier goed op te letten. Baby’s ademen namelijk door de neus. Door een verkoudheid kan de neus verstopt raken waardoor het ademen moeilijker gaat. 
Als je ziet dat er snotjes in de neus zitten, dan kun je een tipje watten nat maken met water, oprollen en dit door het neusgat laten rollen. Voor elke voeding mag je een zoutoplossing (neusdruppels) geven. 

Navel

Het navelstompje, een deel van de navelstreng, droogt na een aantal dagen uit. Het wordt steeds harder en zwart van kleur en uiteindelijk valt het er vanzelf af. Je kunt het stompje gewoon wassen met water en eventueel met zeep. Droog het stompje daarna voorzichtig af. 
Is de rand van de navel rood en dik, dan kan je baby een infectie hebben. Soms ruikt de navel dan ook vies. Verzorg het stompje goed met een gaasje met alcohol. Als je baby koorts heeft, moet je contact opnemen met de huisarts.
Bij sommige kinderen blijft een stukje herstelweefsel achter. Dit is een klein, roze of rood bobbeltje, vaak wat vochtig, dat zich vormt op de plek waar de navelstreng heeft gezeten. Op het consultatiebureau kunnen ze dat aanstippen met zilvernitraat, zodat het verdwijnt. Baby’s kunnen de eerste tijd nog wel eens last hebben van een bloedende navel, maar dat kan geen kwaad. Dat kan komen doordat je te lang met een alcoholgaasje schoonmaakt, waardoor het korstje er weer af gaat. 
Een navelbreuk komt regelmatig voor bij baby’s en nog meer bij te vroeg geboren baby’s. Dat komt doordat er niet genoeg littekenvorming ontstaat in de rand van de navel. Een navelbreuk herken je aan een bobbel bij de navel. Zodra je baby gaat huilen, persen of hoesten, wordt de bobbel groter. Meestal verdwijnt een navelbreuk in het eerste jaar vanzelf.

Luiers en luieruitslag

Vanuit het ziekenhuis ben je gewend dat we voor elke voeding verschonen. De reden hierachter is dat baby’s sneller spugen wanneer je het na de voeding doet. Dit is voornamelijk in het begin het geval. Als je liever tussen de voeding (om je baby bijvoorbeeld goed wakker te krijgen) of na de voeding verschoont, is dit natuurlijk ook goed. 
Minimaal zes tot acht natte luiers per 24 uur is voldoende. Tijdens het verschonen gebruik je de billendoekjes van voor naar achter. Voorkom luieruitslag door regelmatig te verschonen, vooral bij ontlasting. 
Heeft je baby toch luieruitslag? Maak dan gebruik van een zalf die ge-schikt is bij luieruitslag. Als de uitslag langer dan drie dagen aanwezig is, neem dan contact op met de jeugdverpleegkundige of huisarts. De kans op een schimmelinfectie is dan aanwezig.

Ontlasting

Let op dunne ontlasting. Als je borstvoeding geeft, kan je kind zogenaamde spuitluiers hebben. Dit is veel dunne ontlasting. Dat is niet erg, maar heeft je kind bij die dunne ontlasting ook een verhoogde temperatuur en voelt hij zich niet lekker (bijvoorbeeld sloom of spugen), bel dan de huisarts.
Kinderen die borstvoeding krijgen, kunnen elke voeding een poepluier hebben, maar soms ook maar een keer per 7 tot 10 dagen. Dit is normaal. Kinderen die flesvoeding krijgen, moeten wel minimaal een keer per een tot twee dagen een poepluier hebben.

Voeding

Thuis hoef je de baby niet meer te wegen voor en na de voeding. Je baby drinkt tot hij genoeg heeft gehad of tot de aangeraden tijd verstreken is. Als je baby per dag 6 natte luiers heeft, in gewicht aankomt en tussen de voedingen door niet aangeeft honger te hebben, dan krijgt je baby genoeg voeding binnen.
Om te controleren of je kindje goed groeit, kun je bij het consultatiebureau meestal een keer per week wegen tijdens de inloopuurtjes. Meer informatie hierover krijg je tijdens het huisbezoek van de jeugdverpleegkundige van het consultatiebureau. Zij nemen in de eerste week na ontslag uit het ziekenhuis contact met jullie op om een afspraak te maken. 
Het advies is om maximaal een half uur te voeden. Houd je kind wakker tijdens de voeding. Kijk naar drinkritme van je kind. Laat je kind pauzes nemen als hij te gulzig drinkt en stimuleer hem als hij niet voldoende actief meer is. Voed je baby op een rustige plek in een prettige houding.
Te vroeg geboren baby’s worden vaak gevoed terwijl ze op hun zij lig-gen. Op het moment dat je kind de uitgerekende datum bereikt heeft, is dat niet meer echt nodig. Je kunt je baby dan ook voeden terwijl hij op de rug ligt, gewoon op de arm.
Te vroeg geboren baby’s hebben in het ziekenhuis vaak leren drinken uit een Dr. Browns fles. Als dat zo is, dan heeft je kind waarschijnlijk een prematurenspeen van de Dr. Browns fles gekregen. Rond de uitgerekende datum kan dan de level 1 speen van de Dr. Browns fles worden geprobeerd. Als je merkt dat het drinken te snel of knoeierig gaat, ga dan weer terug naar de prematurenspeen en probeer het na een aantal weken nog een keer. 

Vitamine K en D

Vitamine K is nodig voor de bloedstolling en baby’s krijgen dit de eerste 3 maanden na de geboorte. Is je kindje eerder geboren dan 35 weken zwangerschap? Dan moet hij vitamine K krijgen tot 35 weken en daarna nog 3 maanden.
Vitamine D wordt vooral gebruikt voor de botontwikkeling en heeft je kind nodig tot de leeftijd van 4 jaar. 
Deze vitamines koop je bij de apotheek of drogist. Deze vitamines kun je het beste voor de voeding op een lepeltje aanbieden. Lees op het flesje hoeveel druppels je je kind moet geven. Dit kan per merk verschillen. 

Boeren

Laat je kind boeren na de voeding en eventueel tijdens de voeding. Lucht in de darmpjes kan zorgen voor krampjes. 

Spugen

Je baby mag een mondje of golfje melk terug geven na de voeding. Dat is normaal. Is het meer en/of heeft je baby er last van, overleg dan met de verpleegkundige van het consultatiebureau of de huisarts. 

Hoeveelheid voeding

  • Bij borstvoeding kun je je kind voeden op verzoek. Dat betekent dat je hem voedt wanneer het kind aangeeft dat het honger heeft. Geef je kind minimaal zes voedingen per dag. Baby’s die borstvoeding krijgen, kunnen rond de 10 dagen, 6 weken en 3 maanden behoefte hebben aan meer melk. Dit zijn de zogenaamde regeldagen. Als je je baby dan een paar dagen wat vaker aanlegt, stijgt de productie van de borstvoeding vanzelf.
  • Bij flesvoeding krijg je een voedingsadvies mee naar huis. We berekenen de hoeveelheid voeding op deze manier: gewicht x 150 ml en dat delen door het aantal voedingen per dag.
  • Bij vragen over de voeding kan je altijd terecht bij het consultatiebureau en/of de startpoli wanneer je kindje te vroeg geboren is. 

Bewaren van moedermelk

Moedermelk kun je het beste bewaren volgens het schema hieronder:

Ontdooien van moedermelk uit de diepvries

Voordat je de moedermelk opwarmt, moet deze eerst ontdooien. Dit kan het best in de koelkast. Op deze manier ontdooit de melk langzaam. Als je weet dat je de ingevroren melk de volgende dag nodig hebt, haal deze dan een dag van te voren uit de vriezer. Heb je de melk meteen nodig? Dan kun je deze een paar minuten onder stromend lauwwarm water hou-den. Heb je de melk meteen nodig? Dan kun je deze een paar minuten onder stromend lauwwarm water houden. Ruikt de melk gek of ziet het er anders uit? Schrik niet. Dit betekent niet dat de melk bedorven is. De melk kan na invriezen en ontdooien een andere kleur of geur gekregen hebben.

Verwarmen van de voeding

  • Het verwarmen van moedermelk kan je het beste in de flessenverwarmer of au bain marie doen. Bij au bain marie verwarmen, zet je de fles in een bakje met warm water.
  • Verwarmen kan ook in de magnetron op de laagste stand. Draai de melk in de fles tussendoor een beetje rond om de warmte goed te verdelen. Anders kan een deel van de melk te warm worden. Bij verwarmen in de magnetron is het wel mogelijk dat belangrijke bestanddelen van de voeding verloren gaan.
  • Controleer altijd de temperatuur van de melk door op de binnenkant van je pols een druppeltje melk te laten vallen. Wanneer je niet echt voelt dat het druppeltje op je pols valt, is de temperatuur van de melk goed.
  • Bij het gebruik van een flessenwarmer moet je elke dag het water verversen.

Klaarmaken kunstvoeding

Op de verpakking van de melkpoeder staat vaak precies beschreven hoe dit moet worden gemaakt. Maak altijd minimaal 30 ml water + 1 schepje melkpoeder aan, dus werk niet met halve schepjes melkpoeder. Er zijn twee manieren om dit te doen:

Flesvoeding voor één keer:

  • Gebruik bij voorkeur water uit de kraan. Het water bevat hier weinig kalk.
  • Maak de hoeveelheid water in de fles handwarm, ongeveer 35 tot 40 graden, in de magnetron, au bain marie of met de flessenwarmer.
  • Gebruik de verwarmde voeding binnen één uur en gooi restjes weg.

Flesvoeding voor meerdere keren:

  • Gebruik afgekoeld gekookt water voor de bereiding.
  • Zet klaargemaakte voeding achter in de koelkast, niet in de deur. Je kunt de voeding maximaal 8 uur in de koelkast bewaren. Buiten de koelkast is het maximaal 1 uur houdbaar.

Schoonmaken

  • Na elk gebruik moet je flessen, spenen (ook fopspenen) en kolfmateriaal onder stromend water afspoelen. Eerst met koud water, daarna met warm water. 
  • Bij zichtbaar vuil gebruik je heet water met afwasmiddel om schoon te maken. Gebruik daarbij een speciale flessenborstel of rager. Was de fles in de vaatwasser op minimaal 55 graden. Spoel de fles en speen na met warm water om zeepresten te verwijderen.
  • Uitkoken is niet meer nodig. 
  • Laat de spullen op een schone doek (theedoek of hydrofiele luier) drogen aan de lucht. Daarna droog en afgesloten wegzetten.
  • Sluit de fles af met de dop en doe de rest van de spullen in een bakje of hydrofiele luier. Bewaar de speen in een afgesloten bakje of boterhamzakje in de koelkast.

Ritme en slapen

 Vermoeidheidssignalen

  • Gapen.
  • Bleek worden.
  • Rode wangen of oren.
  • Friemelen aan de oren.
  • In de ogen wrijven.
  • Je niet meer aankijken.
  • Zich van je afwenden.
  • Jengelen.
  • Druk gedrag.
Slaap en hongersignalen kunnen erg op elkaar lijken. Zo gaan baby’s vaak zoeken of zuigen op handjes bij zowel vermoeidheid als honger. 
Ook jengelen en druk gedrag, zoals het zwaaien met de armpjes, kan betekenen dat je baby aan slapen toe is. Een vermoeid kindje wordt meestal ook na korte tijd weer wakker.

Slapen en rust

Baby’s hebben slaap nodig om te groeien, zich goed te voelen en te ontwikkelen. Bied je kind rust en regelmaat aan, maar ga zelf gerust door met je dagelijkse dingen om je kind te laten wennen aan de dagelijkse geluiden in huis.

Feiten over slapen bij baby’s:

  • Baby’s zijn vaak in de avond wakker, net als in de zwangerschap.
  • Onrustig zijn in de avond kan komen door prikkels van de hele dag.
  • ‘s Nachts produceren baby’s groeihormonen, dus een goede nacht-slaap is goed voor de groei van de baby.
  • Genoeg slaap heeft een positieve invloed op het immuunsysteem.
  • Slaap speelt een grote rol in de werking van het geheugen en de leerfunctie.
  • Baby’s worden 2 tot 4 keer per nacht wakker.
  • Routines helpen, het maakt dingen voorspelbaar.
  • Baby’s leren tijdens hun slaap.
  • Slaapliedjes, muziek en praten heeft positief effect.
  • Muziek vermindert pijn.
  • Baby’s moeten leren in slaap te vallen.
  • Jonge baby’s hebben ongeveer 15 minuten nodig om in slaap te vallen. Daarna duurt het nog 10 minuten tot de baby in diepe slaap is.
  • Om goed te kunnen slapen, moet je uitgerust zijn.
  • Baby’s slapen in een cyclus van 45 minuten. Na 45 minuten is de kans dus groter dat je kindje wakker wordt, terwijl het zijn slaap nog niet uit heeft. 
  • Inbakeren is een toevoeging op rust, voorspelbaarheid en het verminderen van prikkels. Inbakeren kan op verschillende manieren. Als je je baby inbakert, doe dat dan bij elk slaapje.

Slaapbehoefte

Alle baby’s hebben een andere slaapbehoefte. Er zijn schema’s te vinden over slaaptijden en wakkertijden, maar het allerbelangrijkste blijft om te kijken wat je baby aangeeft. Ook als het nog niet klopt als het om tijd gaat. Wat ook belangrijk is om fijn te kunnen slapen voor je baby, is dat jullie zelf rustig en ontspannen zijn.
Op de gecorrigeerde leeftijd van 2 tot 4 maanden begint een baby de omgeving bewust te verkennen. Soms gebeurt dit zelfs nog eerder. De slaapperiodes worden korter en je kind krijgt meer behoefte aan aandacht. Leg je baby daarom na de voeding gerust een poosje in de box waarin de baby meer bewegingsruimte heeft dan in een Maxi-Cosi of een wipstoeltje. 
De hoeveelheid slaap die een kind nodig heeft, wisselt per kind. Een kind dat in de couveuse heeft gelegen, is vaak wat ‘wijzer’, waardoor de slaapbehoefte minder kan zijn. Door goed naar je baby te kijken en luisteren, zul je zijn ritme snel herkennen. 
In de slaap zijn de ogen gesloten, maar vaak zie je ze wel bewegen onder de oogleden. Er zijn allerlei gezichtsuitdrukkingen, lachjes, fronsjes, zuigbewegingen te zien en ook bewegingen van armpjes en beentjes bij de slapende baby. Ouders kunnen hier vaak gefascineerd naar kijken. 

Bed en slaaphouding

De beste slaaphouding van een kind is op de rug. Wissel hierbij de ligging van het hoofd af van links naar rechts. Dit is heel belangrijk om een voorkeurshouding tegen te gaan. Meer informatie over een voorkeurshouding
Slapen op de buik in bed wordt ernstig afgeraden, net zoals slapen op de zij. Maak het bedje laag op en gebruik dekentjes met katoenen lakens om veilig te slapen. Ventileer regelmatig de babykamer. Meer informatie over veilig slapen

Buikligging overdag

Leg je kind overdag regelmatig op de buik voor de ontwikkeling van de spieren. Dat kan bijvoorbeeld op het aankleedkussen in je bijzijn of in de box. Sterke spieren heeft je baby nodig om straks te leren zitten, kruipen en lopen. Zorg er wel voor dat er altijd iemand bij je baby is om hem in de gaten te houden. Laat je kind niet op de buik slapen. 

Wandelen

Je mag direct met je kind wandelen. Daglicht is goed voor het ontwikkelen van een dag/nachtritme. Let wel op tocht en vochtige kou. Kleed je baby warm genoeg aan. Kleed je baby een laag meer aan dan je zelf draagt.

Bezoek

Het is fijn om thuis bezoek te ontvangen. Probeer het aantal bezoekers de eerste dagen te beperken. Daarnaast raden wij je aan om bezoekers die verkouden zijn, diarree hebben of een koortslip hebben, te vragen om pas te komen als ze weer beter zijn. Ook kinderen buiten je eigen gezin met een kinderziekte kun je beter niet bij je kind laten. Een goede hygiëne en regelmatig handen wassen is altijd belangrijk. 

Meer informatie en vragen

Ouders van te vroeg geboren kinderen, geboren bij minder dan 35 weken zwangerschapsduur, kunnen hun vragen stellen via de BeterDichtbij app. 

Meer informatie

Voor meer algemene informatie kun je terecht bij verschillende patiëntenverenigingen of ouderverenigingen.

Specialismen