
- Home
- Behandeling & onderzoek
- Chemobehandelwijzer
Chemobehandelwijzer
-
Belangrijke telefoonnummers bij vragen, klachten of problemen
-
Wat is chemotherapie?
-
De behandeling
-
Bijwerkingen en adviezen
-
Afvallen, misselijkheid of braken
-
Smaakverandering, verminderde eetlust en voeding
-
Irritaties of ontsteking van het mondslijmvlies
-
Vermoeidheid / verminderde energie / bewegen
-
Irritaties of ontsteking van het mondslijmvlies
-
Verandering van het ontlastingspatroon
-
Neuropathie
-
Huid en zon
-
Tranende en/of droge ogen
-
Invloed op de werking van het beenmerg
-
Seksualiteit, zwangerschap en anticonceptie
-
Menstruatie
-
Wanneer neemt u contact op met het ziekenhuis?
-
Telefoonnummers
-
Hygiënische maatregelen en adviezen
-
Schoonmaken
-
Afval
-
Belangrijk om te weten
-
Bloedafname voor de cyclus
-
Interactie met andere geneesmiddelen en voedingssupplementen
-
Alcohol
-
Autorijden/vervoer op de dag van behandeling.
-
Kinderen
-
Tandarts
-
Psychosociale begeleiding
-
Vaccinatie
-
Trombosedienst
-
Toiletbezoek tijdens de behandeling in het ziekenhuis
-
Bezoek
-
Informeren van familie en zorgverleners
-
Meer informatie
-
www.mijnpantein.nl
-
Voor uw eigen aantekeningen en vragen
-
Uitslagen bloedonderzoek
In overleg met uw behandelend arts heeft u besloten om een behandeling met chemotherapie te onder-gaan. U krijgt veel informatie over de behandeling van uw arts, de verpleegkundigen en casemanager. In deze behandelwijzer kunt u alle informatie nog eens rustig nalezen. Wij verzoeken u deze behandelwijzer bij elke cyclus mee te nemen naar het zie-kenhuis. Zo kunnen wij extra informatie toevoegen als dat voor u van toepassing is.
Belangrijke telefoonnummers bij vragen, klachten of problemen
Afdeling B1, route 101
Telefoonnummers:
- Verpleegkundige afdeling B1: 0485-84 55 27
De verpleegafdeling is bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 08.00 uur tot 16.30 uur - Poli Oncologie-Hematologie: 0485-84 55 26
De poli Oncologie-Hematologie is bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 08.30 uur tot 11.30 uur en van 13.30 uur tot 16.00 uur. En alleen voor spoedzaken van 11.30 uur tot 13.30 uur en van 16.00 uur tot 16.30 uur. - Poli longgeneeskunde: 0485-84 53 95
De poli Longgeneeskunde is bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 08.30 uur tot 11.30 uur en van 13.30 uur tot 16.00 uur. En alleen voor spoedzaken van 11.30 uur tot 13.30 uur en van 16.00 uur tot 16.30 uur. - Spoedeisende Hulp (SEH): 0485-84 53 31
‘s Avonds en ‘s nachts tussen 16.30 uur en 08.00 uur, in het week-end en op feestdagen kunt u bij vragen, klachten of problemen con-tact opnemen met de Spoedeisende Hulp. (Zie hiervoor ook pagina 15 in dit boekje).
Wat is chemotherapie?
Chemotherapie is een behandeling van kanker met medicijnen die de celdeling remmen, ook wel cytostatica genoemd. Na toediening komen de cytostatica in het bloed terecht. Via het bloed worden zij door het hele lichaam verspreid en kunnen zij kankercellen vrijwel overal in het lichaam bereiken. Cytostatica grijpen in op het ontwikkelingsproces van kankercellen en remmen de celdeling of ruimen de cellen op.
De behandeling
Er zijn tientallen verschillende soorten cytostatica. Afhankelijk van de soort kanker kunnen één of meerdere cytostatica gebruikt worden voor de behandeling.
Cytostatica kunnen op verschillende manieren worden ingenomen of toegediend.
- Via de mond (oraal): inname van tabletten of capsules.
- Via de huid: met een injectie onder de huid of in een spier.
- Rechtstreeks in een ader: met een infuus in de arm of via een onderhuidse infuuspoort (port-a-cath).
Uw arts, de verpleegkundigen en casemanager informeren u uitvoerig over de soort(en) cytostatica die u krijgt, de wijze van toedienen en het aantal cyclussen dat u krijgt. De specifieke informatie van deze cyclus krijgt u ook uitgereikt zodat u het rustig kunt nalezen.
Bijwerkingen en adviezen
Cytostatica hebben niet alleen invloed op kankercellen, maar ook op gezonde cellen in het lichaam. Vooral sneldelende gezonde cellen, bijvoorbeeld huid,- haarcellen, slijmvliezen, nagels enzovoort kunnen worden aangetast door de cytostatica. Dit zijn bijwerkingen die kunnen optreden bij de behandeling met cytostatica. De bijwerkingen kunnen per chemomiddel, maar ook per persoon heel verschillend zijn. Het optreden van bijwerkingen en de mate waarin, zegt niets over het effect van de behandeling op uw ziekte. Wij geven u onderstaande informatie zodat u, als dat nodig is, weet hoe u hier het beste mee om kunt gaan.
Afvallen, misselijkheid of braken
Misselijkheid en braken kwamen vroeger veel voor bij een oncologische behandeling. Met de huidige preventieve medicatie is misselijkheid goed te verminderen of te voorkomen.
Van belang is dat u op gewicht blijft tijdens de behandeling. Als u last heeft van misselijkheid en/of braken, vragen wij u dit te melden. De mate van klachten kunnen per chemomiddel en per patiënt verschillend zijn. Afhankelijk van de mate van misselijkheid kan er (extra) medicatie voorschreven worden. Soms kan de verpleegkundige u nog andere opties aanbieden om de misselijkheid tegen te gaan, bijvoorbeeld tapen tegen de misselijkheid.
Enkele tips wat u zelf kunt doen bij een verminderde eetlust en om misselijkheid en braken te verminderen of voorkomen zijn:
- Forceer het eten niet, haal de ‘schade’ in door tussen de cyclussen door goed te eten.
- Eet op tijdstippen dat u minder misselijk bent, zelfs ’s nachts als u wakker bent.
- Het is belangrijk dat u veel drinkt, omdat er extra afvalstoffen uit uw lichaam moeten worden verwijderd. Drink dagelijks minimaal 1,5 tot 2 liter vocht (water, bouillon, thee, koffie). Te weinig drinken kan een misselijk gevoel vergroten.
- Stem de grootte van de maaltijd af op uw eetlust.
- Eet meerdere keren per dag een kleine portie, bijvoorbeeld elke 2 uur.
- Een lege maag kan ook een misselijk gevoel geven. De aanblik van een groot bord vol eten is vaak ontmoedigend.
- Breng zoveel mogelijk afwisseling aan in uw voeding. Wissel af in kleur, temperatuur en smaak zoals hartig, zoet, zout en zuur. Wissel af in warm, koud, vloeibaar en vaste voeding.
- Als u heeft overgegeven, laat de maag dan weer langzaam wennen aan vast voedsel. Neem bijvoorbeeld een biscuitje.
Smaakverandering, verminderde eetlust en voeding
Smaakverandering kan leiden tot verminderde eetlust. Het is van belang om afvallen te voorkomen en daarbij is goede voeding belangrijk, met voldoende energie, eiwitten, vocht, vitamines en mineralen.
Op de website www.wkof.nl leest u tips en adviezen hoe u een gezonde maaltijd kunt samenstellen.
Op de website www.voedingenkankerinfo.nl worden vragen beantwoord over voeding en de preventie van kanker, voeding rondom de behandeling van kanker en voeding na de behandeling van kanker.
Als er sprake is van teveel gewichtsafname of als er begeleiding op het gebied van voeding gewenst is, kan voor u een afspraak bij de diëtiste gemaakt worden. In de folder ‘Geur en smaak’ leest u tips hoe u met smaakverandering kunt omgaan. Deze folder kan de verpleegkundige u uitreiken.
Probeer zelf uw voeding energierijker te maken door:
- Volvette producten te gebruiken;
- Ruim beleg op uw boterham te doen;
- Regelmatig een tussendoortje te gebruiken (vla, yoghurt, kwark, kaas, worst, slaatje, krentenbol, ontbijtkoek, cracker, beschuit, chocolaatje, tosti, noten(reep) enzovoort).
Irritaties of ontsteking van het mondslijmvlies
Irritaties en veranderingen in het mondslijmvlies kunnen zijn:
- gevoelig tandvlees;
- roodheid;
- pijn bij het eten en drinken;
- pijn bij het indoen van de gebitsprothese;
- bloedend slijmvlies;
- een beslagen tong;
- zwelling van het mondslijmvlies;
- aften.
Het is de bedoeling dat u gedurende de behandeling met cytostatica voldoende aandacht aan de mondverzorging besteedt. Dit kan de kans op bovenstaande problemen verminderen..
Tips voor een goede mondverzorging:
- Poets uw tanden 2 tot 4 keer per dag met een fluoride tandpasta. Gebruik hiervoor een zachte tandenborstel, eventueel een elektrische tandenborstel. Reinig de borstel na gebruik met water en laat de borstel drogen door de borstel met de kop omhoog te zetten.
- Spoel regelmatig uw mond met water: 4 tot 10 keer per dag. Spoel na het eten (en braken).
- Als u ’s nachts wakker wordt, spoel dan extra uw mond met water.
- Houd uw lippen schoon en vettig met vaseline of een lippenbalsem.
- Reinigen tussen de tanden (flos, tandenstoker, rager) doet u alleen als u dit al gewend was om te doen en als u dit kunt uitvoeren zonder dat uw tandvlees gaat bloeden.
- Bij een gebitsprothese: ’s nachts niet dragen (zo krijgen de slijmvliezen rust) en de prothese droog bewaren. Voor het terugplaatsen in de mond spoelt u de prothese af met water.
- Als uw mondslijmvlies geïrriteerd is, dan is het advies om uw gebit-sprothese zo min mogelijk te dragen.
Als u last heeft van een droge mond:
- Extra spoelen met water: 10 tot 15 keer per dag.
- Kauwen op suikervrije kauwgum.
- Als u veranderingen merkt aan uw mondslijmvlies is het verstandig contact op te nemen met de verpleegkundige.
Vermoeidheid / verminderde energie / bewegen
U kunt merken dat u tijdens deze behandeling minder energie heeft, sneller vermoeid raakt en emotioneel kunt zijn. Probeer voldoende te bewegen en uw conditie zo optimaal mogelijk te houden, zowel tijdens de kuren als na de behandeling. Dit bewegen kunt u onder andere doen onder begeleiding van een oncologische fysiotherapeut. Meer informatie en adviezen kunt u lezen in de folder Bewegen en kanker. Deze folder kan de verpleegkundige u uitreiken.
Irritaties of ontsteking van het mondslijmvlies
Irritaties en veranderingen in het mondslijmvlies kunnen zijn:
- gevoelig tandvlees;
- roodheid;
- pijn bij het eten en drinken;
- pijn bij het indoen van de gebitsprothese;
- bloedend slijmvlies;
- een beslagen tong;
- zwelling van het mondslijmvlies;
- aften.
Het is de bedoeling dat u gedurende alle weken of maanden wanneer u cytostaticakuren krijgt voldoende aandacht aan de mondverzorging besteedt. Dit kan de kans op bovenstaande problemen verminderen.
Tips voor een goede mondverzorging:
- Poets uw tanden 2 tot 4 keer per dag met een fluoride tandpasta. Gebruik hiervoor een zachte tandenborstel, eventueel een elektrische tandenborstel. Reinig de borstel na gebruik met water en laat de borstel drogen door de borstel met de kop omhoog te zetten.
- Spoel regelmatig uw mond met water: 4 tot 10 keer per dag. Spoel na het eten (en braken).
- Als u ’s nachts wakker wordt, spoel dan extra uw mond met water.
- Houd uw lippen schoon en vettig met vaseline of een lippenbalsem.
- Reinigen tussen de tanden (flos, tandenstoker, rager) doet u alleen als u dit al gewend was om te doen en als u dit kunt uitvoeren zonder dat uw tandvlees gaat bloeden.
- Bij een gebitsprothese: ’s nachts niet dragen en de prothese droog bewaren. Voor het terugplaatsen in de mond spoelt u de prothese af met water.
Als u last heeft van een droge mond:
- Extra spoelen met water: 10 tot 15 keer per dag.
- Kauwen op suikervrije kauwgum.
- Als u veranderingen merkt aan uw mondslijmvlies is het verstandig contact op te nemen met de verpleegkundige.
Verandering van het ontlastingspatroon
Bij diarree gelden de volgende adviezen:
- Zorg dat u voldoende drinkt, minimaal twee liter vocht per 24 uur. Denk aan extra bouillon en/of tomatensap. Thee, rijstwater, wortelsap en bosbessensap hebben ook een goed effect op de darmen.
- Eet regelmatig kleine maaltijden/tussendoortjes op een dag.
- Eet bij alles wat u drinkt vast voedsel (bv. beschuit of toast). Daardoor wordt het vocht in de darmen gebonden.
- Vermijd te koude of te warme dranken, koffie, te sterk gekruide voeding, vezelrijk fruit (citrusvruchten, pruimen, kiwi), gedroogd fruit, noten en rauwkost en gasvormers zoals kool, ui en prei.
Heeft u langer dan 24 uur last van waterdunne ontlasting (meer dan vier keer per dag), neem dan contact op met afdeling B1 of eventueel de Spoedeisende hulp (buiten kantoortijden).
Als u van de arts het advies krijgt te starten met Loperamide (Imodium), volgt u dan het onderstaande schema voor het innemen hiervan:
- Start met het innemen van 2 capsules Loperamide van 2 mg (totaal 4 mg).
- Vervolgens neemt u elke 2 uur 1 capsule zolang u waterdunne diarree heeft. U mag maximaal 8 capsules per dag innemen.
Zijn de klachten na 24 uur niet over? Neemt u dan weer contact op met het ziekenhuis.
Bij verstopping gelden de volgende adviezen:
- Zorg dat u voldoende drinkt, zeker zo’n twee liter per dag.
- Gebruik vezelrijke voeding: maak ruim gebruik van bruin- of volko-renbrood, groente, noten en fruit.
- Zorg voor voldoende beweging.
Bij dreigende verstopping kan er op advies medicijnen voorgeschreven worden die de ontlasting zacht houden. Deze kunt u volgens voorschrift innemen.
Neuropathie
Sommige cytostatica kunnen beschadigingen aan de zenuwuiteinden veroorzaken. Dit kan een tintelend of verdoofd gevoel in de vingertoppen en tenen geven. Ook voetzolen, lippen, neus en kin kunnen licht gevoelloos worden. Soms is het koude- en warmtegevoel verstoord. Dit kan ook pijnklachten geven en krachtsvermindering. Bespreek bovenstaande klachten altijd met de specialist, verpleegkundige of casemanager.
Huid en zon
- Onder invloed van de medicijnen kan de huid droog, dunner en/of schilferig worden. Gebruik regelmatig een pH-neutrale, vocht- en vet inbrengende crème of body Butter om dit zoveel mogelijk tegen te gaan.
- Gebruik liever geen producten waarin alcohol zit, want hierdoor droogt de huid eerder uit.
- Vermijd de zon op het warmste moment van de dag, tussen 12.00 en 15.00 uur.
- Gebruik zonnebrandcrème met factor 30 of 50. Smeer u elke 2 uur in als uw huid blootgesteld wordt aan de zon.
- Uw huid kan gevoeliger zijn dan normaal en sneller verbranden in de zon, ook als u daar eerder niet vatbaar voor was.
- Kleding is de beste manier om uw huid tegen de zon te beschermen. Gebruik eventueel een hoofddeksel (met klep).
- De kans op pigmentvorming kan toenemen, met name in het gezicht.
- Saunabezoek kan anders aanvoelen dan vóór de behandeling. Als u denkt dat het voor u prettig is, kunt u het proberen.
- Bij huidproblemen is saunabezoek en zwemmen af te raden.
- Tijdens de besmettelijke periode is het advies om niet te gaan zwemmen of naar de sauna te gaan. Na de besmettelijke periode mag dit wel.
- De hoofdhuid kan snel verbranden. Bedek uw hoofd als door de chemotherapie uw haar is uitgevallen of dunner is geworden.
- Bescherm uw huid tegen irritatie en verwondingen. Draag bijvoorbeeld handschoenen tijdens de afwas of tijdens het werken in de tuin en bij andere klusjes.
Dun of uitvallend haar
Haren kunnen veranderen. Het haar kan geheel of gedeeltelijk uitvallen of dunner worden. Hierbij onderstaande tips, adviezen en aandachtspunten:
- Bij snel uitvallend haar kan de hoofdhuid gevoelig of pijnlijk zijn.
- Verzorg het haar voorzichtig: was het met lauw water. Gebruik een milde shampoo en eventueel een crèmespoeling. Voorkom felle zon op de hoofdhuid.
- Als u uw haar wilt verven, gebruik dan bij voorkeur een verf op basis van natuurlijke kleurstoffen.
- Soms kan haaruitval beperkt worden door het hoofd te koelen met hoofdhuidkoeling. Bij sommige cytostatica geeft hoofdhuidkoeling goede resultaten, maar het is niet bij alle cytostatica toepasbaar. De verpleegkundige kan u hierover meer uitleg geven.
- Veel mensen vinden het prettiger het haar kort te laten knippen voordat het haar uit gaat vallen.
- Voor aanvang van de behandeling wordt met u besproken of een haarwerk nodig zal zijn en waar u die kunt verkrijgen. Eventueel ontvangt u een machtiging zodat u (een deel van) de kosten van het haarwerk kunt declareren bij uw zorgverzekering. Informeert u zelf bij uw zorgverzekering hoeveel dit is.
- U kunt het beste vroegtijdig (dus vóór uw haar gaat uitvallen) een vrijblijvende afspraak maken bij een haarwerkspecialist, zodat hij of zij uw eigen haardracht kan zien. Bestel pas een haarwerk als u die nodig heeft. Op de website www.verwijsgidskanker.nl ziet u welke haarwerkspecialisten er zijn.
- Uw haar gaat weer groeien als u de behandeling achter de rug heeft en soms al tijdens de behandeling. Dit is echter verschillend per persoon en per behandeling. De structuur en kleur kunnen anders zijn dan voorheen.
Tranende en/of droge ogen
Dit kunt u het beste melden aan de verpleegkundige. Er kunnen eventueel oogdruppels worden voorgeschreven.
Invloed op de werking van het beenmerg
Beenmerg is belangrijk voor de aanmaak van bloedcellen. Om de werking van de behandeling op uw beenmerg te controleren, gaat u regelmatig bloedprikken (zie hiervoor verder op in behandelwijzer het kopje “bloedafname en afspraken voor de cyclus”). Bij een te laag aantal bloedcellen kan het zijn dat de cyclus wordt uitgesteld.
Witte bloedlichaampjes
Te weinig witte bloedlichaampjes (leukocyten en neutrofielen) geeft een verhoogde kans op infectie. Soms kan hierdoor koorts optreden. Bij koorts van 38,5 graden Celsius of koude rillingen, moet u contact opnemen met afdeling B1 of de Spoedeisende Hulp.
Bloedplaatjes
Te weinig bloedplaatjes (trombocyten) geeft een verhoogde kans op blauwe plekken, een bloedneus en bloedend tandvlees.
Bij het spontaan ontstaan van blauwe plekken en/of regelmatig voor-komen van een moeilijk te stoppen bloedneus (langer dan dertig minuten), dient u contact op te nemen met de afdeling B1 of de Spoedeisende Hulp.
Rode bloedlichaampjes
Te weinig rode bloedlichaampjes (erytrocyten) geeft kans op bloedar-moede en kan moeheid en duizeligheid veroorzaken. In het algemeen heeft het gebruik van extra vitaminen en/of ijzertabletten geen invloed op het herstel van het beenmerg.
Seksualiteit, zwangerschap en anticonceptie
Zowel de lichamelijke als de emotionele gevolgen van uw ziekte en de behandeling kunnen gevolgen hebben op uw seksuele behoefte en uw seksleven. De invloed hiervan is voor iedereen verschillend.
Medisch gezien is er geen bezwaar tegen seksueel contact. Door bijwerkingen en het ziekteproces kan de behoefte aan seksualiteit verminderd zijn. De behoefte aan tederheid en intimiteit kan juist toenemen. Aarzel niet om vragen of problemen op dit gebied te bespreken met uw arts, verpleegkundige of casemanager.
- Bij cytostatica zijn uw uitscheidingproducten (zoals sperma en vaginavocht) voor een aantal dagen van iedere behandelingscyclus “besmettelijk”. In deze besmettelijke periode adviseren wij u om bij geslachtsgemeenschap gebruik te maken van een condoom (zie kuurspecifieke informatie voor het aantal dagen en zie verderop in de behandelwijzer voor de uitleg omtrent hygiënische maatregelen en adviezen bij besmette uitscheidingsproducten).
- Door de medicijnen kunnen de slijmvliezen van de vagina droger zijn of klachten van schrijnend of branderig gevoel geven. Maak deze klachten bespreekbaar zodat de verpleegkundige, casemanager of arts hierover adviezen kan geven.
Het is absoluut af te raden tijdens en vlak na de behandeling zwanger te worden. Dus ook als u denkt verminderd of niet vruchtbaar te zijn, is het belangrijk dat u anticonceptie gebruikt.
De effecten van chemotherapie bij zwangere vrouwen en het ongeboren kind zijn niet bekend. Het is mogelijk dat de werkzame stof schadelijk is voor het ongeboren kind. U of uw partner moeten goede anticonceptie gebruiken tijdens uw behandeling en voor minstens 5 maanden na de laatste toediening. Uw arts kan u adviseren welke vorm van anticonceptie in uw situatie het meest geschikt is.
Menstruatie
Door cytostatica treden er veranderingen op in de menstruatie. Vooral in het begin kan het heel wisselend zijn, van één keer overslaan tot het uiteindelijk langer wegblijven van de menstruatie. Dit kan gepaard gaan met overgangsklachten. Na het beëindigen van de behandeling kan de menstruatie terugkomen, maar kan soms ook helemaal weg blijven.
Wanneer neemt u contact op met het ziekenhuis?
Neem DIRECT contact op bij de volgende klachten:
(Ook wanneer de klacht ’s avonds, ‘s nachts of in het weekend ontstaat):
- koorts (vanaf 38,5°C) en/of koude rillingen;
- acute kortademigheid;
- langdurige bloedneuzen (langer dan dertig minuten);
- blauwe plekken zonder dat u bent gevallen of u zich heeft gestoten;
- aanhoudend bloeden van een wondje (langer dan dertig minuten);
- bloed in de ontlasting of urine.
Telefoonnummers
- Afdeling B1: 0485-84 55 27
Maandag tot en met vrijdag tussen 8.00 en 16.30 uur. - Spoedeisende Hulp: 0485 – 84 53 31
Maandag tot en met vrijdag tussen 16.30 en 8.00 uur. In het weekend en op feestdagen de hele dag.
Bij onderstaande klachten hoeft u niet direct contact op te nemen met het ziekenhuis. Houden de klachten langer aan zoals beschreven, neemt u dan contact op met afdeling B1 of in het weekend met de Spoedeisende Hulp.
- braken langer dan 24 uur;
- diarree langer dan 48 uur;
- 4 keer per dag waterdunne diarree langer dan 24 uur;
- verstopping (obstipatie) die al 3 dagen aanhoudt;
- plotselinge huiduitslag;
- bij mond- of slikproblemen;
- pijnlijk of branderig gevoel bij het plassen.
Als u twijfelt of onzeker bent over bovenstaande klachten of als ze he-vig of ernstig zijn, moet u altijd bellen!
Hygiënische maatregelen en adviezen
Direct na de toediening verlaten resten van de cytostatica uw lichaam via uw uitscheidingsproducten zoals urine, braaksel, ontlasting, bloed, sperma, vaginavocht en hevig transpiratievocht.
Het duurt enkele dagen voordat alle restjes cytostatica uit uw lichaam zijn. Hoeveel dagen dat precies duurt, is afhankelijk van de kuur die u krijgt. In uw kuurspecifieke patiënten informatie leest u hoeveel dagen u besmettelijk bent.
In deze besmettelijke periode zijn er een aantal aandachtspunten waarop u moet letten in verband met hygiëne en uw omgeving te beschermen tegen deze restjes chemomiddelen.
Wegwerphandschoenen
Wij raden verzorgers en naasten aan wegwerphandschoenen te dragen als zij in de besmettelijke periode in contact komen met uitscheidings-producten. Dit geldt ook voor contact met besmet wasgoed.
Schoonmaken
Voor het schoonmaken kunt u een allesreiniger gebruiken. Gebruik geen chloor of alcohol. Houdt u voor het schoonmaken in de besmettelijke periode de volgende richtlijnen aan:
- Maak toilet en was-/badgelegenheid éénmaal per dag schoon.
- Na braken maakt u het nogmaals schoon.
- Maak de vloer of de vloerbedekking schoon als deze besmet is met uitscheidingsproducten.
- Reinig de toiletborstel na iedere besmettelijke periode (als deze is gebruikt).
Besmet wasgoed
Voor wasgoed dat in de besmettelijke periode in aanraking is gekomen met uitscheidingsproducten gelden de volgende stappen:
- Gebruik eerst een koud spoelprogramma met alleen de zichtbaar besmette kleding of beddengoed. Dus geen ander wasgoed toevoegen.
- Kies daarna een wasprogramma dat geschikt is voor het soort kle-ding dat u gaat wassen. Hierbij mag u ander wasgoed toevoegen.
Urine en ontlasting in de besmettelijke periode
- Mannen kunnen het beste zittend urineren. Dit veroorzaakt minder spatten.
- Verwijder eventuele druppels op de toiletbril deppend met droog toiletpapier en reinig volgens procedure zie kopje ‘schoonmaken’.
- Spoel het toilet na gebruik twee keer door met gesloten deksel (indien aanwezig).
- Als u een blaaskatheter heeft, adviseren wij u dagelijks de opvangzak te (laten) verwisselen. In verband met een mogelijke lekkage, stopt u de lege opvangzak in een dubbele plastic zak. Deze kunt u daarna met het huisvuil weggooien.
- Een volle opvangzak leegt u bij voorkeur direct in het toilet.
- Wanneer u een ondersteek of urinaal leegt, voorkom dan spatten door de inhoud voorzichtig langs de binnenrand van het toilet te gieten.
- Na gebruik spoelt u een ondersteek of urinaal eerst om met koud water. Vervolgens reinigt u deze met een gewone zeepoplossing zoals een allesreiniger. Gebruik geen chloor of alcohol.
- Alle uitscheidingsproducten kunnen via het riool worden afgevoerd.
- Was uw handen na het opruimen.
Braaksel
- Als het mogelijk is, gaat u naar het toilet als u moet braken.
- Was uw handen na het braken of het opruimen van braaksel.
- Om beschadiging van tandglazuur te voorkomen, kunt u uw mond spoelen met water.
Afval
Afvalmaterialen zoals gebruikte handschoenen, matjes, incontinentiemateriaal, bakjes van braaksel of stomamateriaal kunt u verzamelen in een plastic zak. Deze dichtgeknoopte plastic zak stopt u vervolgens in een plastic vuilniszak. Deze kunt u bij het normale huisvuil zetten.
Overige gebruikte materialen
Voor gebruik van bestek, serviesgoed en andere gebruiksartikelen hoeft u geen speciale maatregelen te nemen.
Belangrijk om te weten
Bloedafname voor de cyclus
Van de verpleegkundige of casemanager hoort u wanneer en hoe vaak u bloed moet laten prikken. U hoeft voor dit bloedonderzoek niet nuchter te zijn. U ontvangt een aanvraagformulier voor de bloedafname van de verpleegkundige, arts of casemanager. U dient hiervoor een afspraak te maken bij een bloedafname locatie van Pantein. Een overzicht van locaties en openingstijden voor bloedonderzoek vindt u op de website van het Maasziekenhuis zoekterm: bloedafname Maasziekenhuis Pantein Beugen.
Als de cyclus niet doorgaat naar aanleiding van de bloeduitslagen, wordt u hiervan telefonisch op de hoogte gebracht. Als u de dag voor de cyclus niets hebt vernomen, dan komt u op het afgesproken tijdstip van uw behandeling.
Meestal wordt u voor iedere cyclus gebeld of gezien door de arts (poli) of door een oncologieverpleegkundige of casemanager (verpleegkundig spreekuur). U wordt van deze afspraken op de hoogte gebracht door uw arts, verpleegkundige of casemanager.
Interactie met andere geneesmiddelen en voedingssupplementen
Bepaalde voedingsmiddelen, geneesmiddelen of sommige kruiden en supplementen kunnen de werking van de behandeling met chemotherapie beïnvloeden.
Het is daarom belangrijk dat uw arts en apotheker op de hoogte zijn van alle geneesmiddelen die u gebruikt. Dit geldt ook voor kruidengeneesmiddelen, voedingssupplementen en de geneesmiddelen waar u geen recept voor nodig heeft.
Alcohol
Het drinken van alcohol tijdens de behandeling is niet in alle situaties verboden. Drink altijd met mate en houd er rekening mee dat alles wat u drinkt anders kan smaken en anders kan vallen. Vraag uw behandelend arts of er in uw situatie een reden is om helemaal van het gebruik van alcohol af te zien.
Autorijden/vervoer op de dag van behandeling.
Het wordt afgeraden om zelf auto te rijden op de behandelingsdagen in het ziekenhuis dat u chemotherapie via infuus krijgt toegediend. Autorijden op de dagen dat u geen toediening heeft, is geen bezwaar mits u zich goed voelt. Bij het gebruik van tabletten chemotherapie bepaalt u zelf hoe fit u bent om te kunnen autorijden.
Verder moet u rekening houden dat ook andere geneesmiddelen die tijdens de cyclus gegeven kunnen worden de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden.
Kinderen
Als u als ouder een behandeling krijgt, raden we u aan uw kinderen een keer mee te nemen naar de afdeling. Zo kunnen zij met eigen ogen zien wat er gebeurt. De allereerste keer dat u chemotherapie krijgt, is hiervoor minder geschikt. De kans is groot dat u op dat moment zelf ook gespannen bent, waardoor u uw kinderen minder goed kunt begeleiden. U kunt met de verpleegkundige bespreken wat een goed moment is voor een bezoek met uw kinderen.
Op de afdeling is ook materiaal beschikbaar (zoals boekjes en een spreekbeurtkoffer) om kinderen voor te lichten. Informeer hiernaar bij de verpleegkundige.
Tandarts
Voordat u start met de behandeling is het belangrijk dat u de periodieke controle bij de tandarts hebt gehad. Tijdens de behandeling kunnen uw bloedwaardes en de werking van uw afweersysteem anders zijn waardoor u gevoeliger kunt zijn voor infecties. Bloedingen kunnen langer duren en de wondgenezing kan langzamer verlopen. Als u tijdens de behandeling toch naar de tandarts moet, overlegt u dan eerst met de ver-pleegkundige.
Psychosociale begeleiding
Wanneer de diagnose kanker bij u gesteld is, breekt er voor u en uw naasten een moeilijke tijd aan. U krijgt zowel lichamelijk als geestelijk veel te verwerken. In het Maasziekenhuis zijn er zorgverleners die, naast uw arts, casemanager en oncologieverpleegkundige, ondersteuning kunnen bieden bij problemen op psychisch, sociaal, maatschappelijk en levensbeschouwelijk gebied. Als u behoefte heeft aan ondersteuning, kunt u dit altijd bespreken met uw behandelend arts, casemanager of oncologieverpleegkundige.
Vaccinatie
Krijgt u tijdens de behandeling een oproep voor een vaccinatie, zoals bijvoorbeeld de griepvaccinatie? Overleg dan eerst met uw arts, casemanager of verpleegkundige.
Trombosedienst
Bent u bekend bij de trombosedienst? Meld dan altijd bij de trombosedienst dat u behandeld wordt met chemomiddelen.
Toiletbezoek tijdens de behandeling in het ziekenhuis
Tijdens het toedienen van chemotherapie heeft het de voorkeur dat er een verpleegkundige meeloopt naar het toilet. Dit doen we voor uw eigen veiligheid. Als u hierover vragen heeft, overlegt u dan met de verpleegkundige.
Bezoek
Er mag per patiënt 1 bezoeker aanwezig zijn tijdens de behandeling.
Informeren van familie en zorgverleners
Voor de steun en praktische zaken kan het belangrijk zijn uw familie en de bij u betrokken zorgverleners (bijvoorbeeld de thuiszorgorganisatie) te vertellen dat u behandeld wordt met cytostatica. Stel personen die ermee te maken hebben op de hoogte van de eerder beschreven hygiënische maatregelen, zodat veilig omgegaan wordt met besmette uit-scheidingsproducten.
Meer informatie
Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen, dan kunt u uw vragen altijd stellen aan uw arts, casemanager en oncologieverpleegkundige. Voor meer informatie kunt u ook kijken op de website www.kanker.nl. Kanker.nl is een initiatief van KWF Kankerbestrijding, patiëntenbeweging Levenmetkanker en IKNL (kenniscentrum voor zorgverleners in de oncologie). Samen bieden zij betrouwbare informatie, ervaringskennis en het ondersteuningsaanbod rond kanker op één plek aan.
www.mijnpantein.nl
Patiënten van het Maasziekenhuis Pantein hebben toegang tot MijnPantein. U vindt hier onder andere informatie uit uw medisch dossier, uitslagen, een medicatieoverzicht en brieven van uw specialist aan uw huisarts. Uitslagen van onderzoeken staan uiterlijk na zeven werkdagen op MijnPantein.
Voor uw eigen aantekeningen en vragen
……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………
Uitslagen bloedonderzoek
Het hangt af van uw cyclus hoe vaak uw bloed wordt gecontroleerd en wat de consequenties van de uitslag zijn voor het vervolg van de cyclus.

![]()