Misvattingen over de ziekte Parkinson

Neuroloog Lisa van Winsen reageert op stellingen

Lisa van Winsen is neuroloog met als aandachtsgebied bewegingsstoornissen, waaronder de ziekte van Parkinson. Zij werkt bij Maasziekenhuis Pantein en is ook aangesloten bij het Parkinson netwerk, een netwerk van zorgverleners die gespecialiseerd zijn in het behandelen en begeleiden van Parkinsonpatiënten (onder andere neurologen, fysiotherapeuten, ergotherapeuten, logopedisten, diëtisten en Parkinsonverpleegkundigen). Patiënten komen met een verwijzing van de huisarts op afspraak. Dokter Van Winsen reageert op een aantal stellingen.

 

Stelling 1: Mensen met Parkinson kunnen veel dingen niet meer

“In de eerste jaren van de ziekte, daarmee gaan we in het algemeen uit van de eerste vijf tot twaalf jaar, zijn de symptomen vaak goed te behandelen. Veel mensen kunnen weer goed functioneren als zij medicijnen krijgen. Daarnaast kan behandeling met fysiotherapie, logopedie en ergotherapie helpen de klachten te verminderen”. 

 

Stelling 2: Je kunt Parkinson herkennen doordat mensen trillen

“Hoewel trillen een veel voorkomend verschijnsel is bij de ziekte van Parkinson, kun je ook Parkinson hebben zonder trillen. Daarnaast kun je trillen zonder dat er sprake is van de ziekte van Parkinson”. 

 

Stelling 3: Parkinson is een ziekte die bewegingsstoornissen veroorzaakt

“Parkinson kan inderdaad bewegingsstoornissen veroorzaken. Minder bekend is dat naast de symptomen die van invloed zijn op het bewegen, veel meer symptomen optreden. Bijvoorbeeld verlies van reuk, verstopping van de darmen of verstoring van de slaap. Ook kunnen mensen soms minder goed omgaan met stressvolle gebeurtenissen”.

 

Stelling 4: Parkinson is alleen te behandelen met medicijnen

“De behandeling richt zich vooral op het verminderen van de symptomen en het verlichten van de klachten. Dat gebeurt met medicijnen die het dopaminetekort aanvullen. Dopamine is een stofje in de hersenen dat ervoor zorgt dat verschillende zenuwcellen met elkaar kunnen communiceren. In de praktijk is gebleken dat een combinatie van medicijnen, voldoende beweging en gezonde voeding het beste werkt. Daarmee kunnen veel mensen lange tijd nog goed functioneren”.

 

Ga terug naar vorige pagina